Nickname
Ik droeg een button, klein en stil,
met The Wings erop — een teken, een wil.
Niet wetend nog wat het zou zijn,
een fluistering van een oude lijn.
Ik vroeg het later zacht, niet dwingend, niet luid, in gedachten.
“God, geef mij een nicknaam die bij mij past, die voelt vertrouwt.”
En daar kwam het, plots en klaar:
Angelwings — alsof het altijd al daar was, klaar.
Niet zozeer een engel met harp en licht,
maar een wezen van kracht, van koninklijk licht.
Zoals de Anunnaki, oud en wijs,
met vleugels van sterrenstof, en ogen als ijs.
Ze noemden hen goden, halfgoden, blauw bloed,
heersers vamijn bloed — O negatief, zeldzaam en puur,
draagt een echo van hen, een mystieke structuur.
Ik weet dingen soms, zonder dat ik ze leer,
alsof het geheugen van sterren in mij regeert.
Een innerlijk weten, een fluistering van tijd,
een koninklijke draad, onzichtbaar maar altijd.
Mijn naam is geen toeval, geen simpele klank,
maar een sleutel, een poort, een innerlijke bank.
Angelwings — niet zomaar gekozen,
maar geboren uit een lijn die nooit is bevroren.

