Planetaire Verblijven

Verblijven

Planetaire Verblijven

voordracht gehouden door M. Vansteenkiste op het Europees Congres te Durham – september 1999.

De concepten van planetaire tijdelijke verblijfplaatsen en reïncarnatie maken integraal deel uit van de levensbeschouwing uitgedrukt in de Cayce Lezingen.

Sta me toe u in het kort die levensbeschouwing voor de geest te brengen.

God is Liefde. Liefde bestaat niet op zichzelf. Liefde geeft. Zo gaf God van zichzelf en schiep ons: Hij gaf ons Leven.

In het begin waren we één met Hem; we waren God niet, we waren een vonk van het Licht, God.

Als een vonk van God waren we een vonk Liefde. Indien we wensten te tonen dat we Zijn kinderen waren, kinderen van de Liefde, dan moesten we Liefde geven: we konden scheppen, juist zoals Hij; het vermogen te scheppen behoorde tot onze stand als kinderen van God. De bedoeling was dat we samen met God zouden scheppen. Dat was Zijn plan.

Opdat we waardige gezellen zouden zijn, gaf Hij ons vrije wil, zodat we zelf konden kiezen; we konden kiezen en het gevolg werd vastgelegd in ons zielelichaam, dat onze individuele geest is.

Maar we hadden nog geen individuele geest. We hadden nog geen gevoel van zelf. We hadden nog geen individuele ervaringen opgedaan. Al waren we een deel van het geheel, we waren ervan niet bewust. Alleen door ervaring konden we onszelf ontdekken, konden we bewust worden van onszelf, van onze individualiteit.

Waar zijn we onderweg verkeerd afgedraaid?

Toen we bewust werden van onze kracht, dwaalden we van Gods plan af. We werden opstandelingen. We daagden God uit door onze ziel in stof te projecteren en zo werden we gewaar dat we konden scheppen zonder de krachten van de geest der waarheid (5755-2).

We werden steeds materialistischer en zelfzuchtiger (iets in bezit nemen is het tegenovergestelde van geven) and we verloren het gevoel van eenheid met de Vader. Het doel van onze schepping – gezellen te worden van de Vader – was bezoedeld. We moesten de lange weg terug naar Hem aanvangen, leren onze menselijke geest en onze wil scheppend te gebruiken in plaats van egoïstisch, lief te hebben in plaats van te haten, geduldig te zijn en vertrouwen te hebben. Hier komt reïncarnatie te voorschijn. Het duurde duizenden jaren vooraleer we geraakten waar we vandaag zijn en het kan een oneindigheid duren vooraleer we tot God terugkeren als waardige gezellen.

Cayce haalde dikwijks die zin uit de Bijbel aan: God houdt zoveel van de wereld dat Hij niet wil dat één van ons zou verloren gaan. Daarom geeft Hij ons zo veel kansen.

We zijn dus allen broeders en zusters die proberen hun ziel te ontwikkelen, elk op zijn of haar manier.

De aarde werd de plaats waar we in praktijk moesten brengen.

Hier kunnen we tonen wat we geleerd hebben in andere levens en in andere dimensies van bewustzijn, vertegenwoordigd door de planeten.

Dit betekent niet dat ons zonnestelsel geschapen werd voor de ontwikkeling van de mensheid. Toen God het heelal schiep, wist Hij niet dat de geest van de mens zou opstandig worden, Zijn plan verlaten, maar, aangezien Hij ons vrije wil had gegeven, was Hij zich wel bewust van die mogelijkheid.

Toen men de slapende Cayce vroeg (5755-2) of het de bedoeling was dat zielen een deel van de aarde zouden worden en er binnendringen, antwoordde hij:

“Er zijn ook bewustzijns die niet hebben deelgenomen aan, noch een deel zijn geweest van het stoffelijk bewustzijn van de aarde; zoals de engelen, de aartsengelen, de meesters …”

Daar onze geest in ons zonnestelsel verward geraakte, ontstond er een verwantschap tussen ons. Er is een tussenwerking tussen de mens op aarde en de planeten, de zon en de maan.

“… de zon, de maan en de planeten.. krijgen hun marsbevel van de Goddelijke, en ze voeren die uit. Alleen de mens kreeg … vrije wil. Hij alleen kan zijn God uitdagen. …weet dat uw ongehoorzaamheid op aarde weerkaatst wordt op de hemellichamen en zo Gods bevel beïnvloedt. Want JULLIE -als zonen en dochters van God – DAGEN de levende God UIT. (5757-1)

Hoe beïnvloedt onze ongehoorzaamheid het zonnestelsel?

“Hoe zou de zon ander leven op aarde beïnvloeden en niet het leven van de mens, de aandoeningen van de mens?

Aangezien de zon als heer over dit zonnestelsel werd geplaatst, schijnt het dan niet redelijk dat zij invloed heeft op de bewoners van de aarde, op planten en op het minerale leven op aarde?…

Hoe meer je bewust wordt van je verwantschap met het heelal… hoe meer je kan helpen, hoe meer je kan steunen op de God-kracht in jou; en NOG GROTER je VERANTWOORDE-LIJKHEID voor je naaste. Want zoals je de kleinste behandelt, zo behandel je je Schepper; zo ook behandel je de zon die de herrie door jou opgewekt, weerkaatst; zo ook [ben je verantwoordelijk voor] aardbevingen, oorlogen en haat, en voor de invloeden die zich in het dagelijks leven laten voelen.” (5757-1)

Hoe kan die wederzijdse invloed uitgelegd worden?

Als je een oud leraar ontmoet, iemand met wie je op vriendelijke voet leefde, iemand met wie je veel deelde, verandert de manier waarop je je emoties uitdrukt. Je uiterlijk kan veranderen, je manier van handelen, je manier van spreken, dit alles wegens de banden die je mentaal naar hem toe hebt opgebouwd. Je oud leraar kan veranderingen in jou aanvoelen. Als je een probleem heb, kan hij voelen dat er iets mis loopt, hij kan bezorgd zijn om jou; het nieuws kan hem droevig maken, kan hem boos maken,…

Stel je een ogenblik voor dat je een oude vijand ontmoet. Verander je op dezelfde manier? Hoe reageert je vijand?

Edgar Cayce geeft een ander voorbeeld in lezing 633-2:

Als verscheidene mensen hetzelfde onderwerp aan verschillende universiteiten studeren… zal elk van hen er op zijn eigen manier over spreken. Iemand die naar Harvard gaat, spreekt niet over het onderwerp als iemand van Yale, of als iemand van Oxford… Elk van hen draagt in hem de trillingen geschapen door zijn werkzaamheid in die omgeving. Zo ook doen werkzaamheden in een bijzondere verblijfplaats aandoeningen ontstaan, en die worden de geest van de instelling genoemd. Zo zijn astrologische verblijven verantwoordelijk voor trillingen of indrukken op de enkeling hier aanwezig.

Als dus een planeet waarop we ons een bepaalde tijd ontwikkelden de aarde nadert, moeten we met twee invloeden rekening houden: de eerste invloed komt door de natuurlijke aantrekking tussen de twee hemellichamen, de tweede door wat we op die planeet opgebouwd hebben.

Wat zijn nu astrologische of planetaire verblijven?

Het zonnestelsel voorziet voor de ontwikkeling van de ziel een kringloop van ervaringen. Afwisselend hebben we ervaringen op aarde en in andere rijken van bewustzijn. Die rijken van bewustzijn kregen traditioneel de naam van de planeten waar hun brandpunten zijn. Als onze ziel bij de dood ons stoffelijk lichaam verlaat, vertrekt ze, na een aanpassingsperiode, naar een van de planeten in ons zonnestelsel.

Naar welke planeet?

Dat hangt af van onze ontwikkeling, van wat we hebben verdiend. Elke planeet draagt bij tot onze geestelijke groei.

De invloeden toegewezen aan de planeten door de traditionele astrologie komen in het algemeen overeen met die gegeven in de Cayce lezingen; één uitzondering te na gesproken: Saturnus.

Welke lessen moeten we in die dimensies van bewustzijn leren?

In het kort:

MERCURIUS leert ons dingen in verband met de menselijke geest

VENUS leert ons over liefde en schoonheid

AARDE dingen met betrekking tot het vlees

MARS boosheid, kracht

JUPITER idealisme

SATURNUS is de planeet waar de zielen naartoe moeten om gereinigd te worden van alle onzuiverheden na een kringloop van ervaringen zonder succes te hebben ondergaan; Saturnus duidt dus op zuivering en verandering.

URANUS occultisme, uitersten

NEPTUNUS mysticisme en water

PLUTO bewustzijn

Jaren voor de ontdekking van Pluto (1930) sprak Cayce over de invloed van Septimus (Latijn voor de Zevende, want Pluto is de zevende buitenste planeet van de aarde).

Cayce gaf nog andere invloeden aan: de Grote Hond (Sirius), de Grote Beer, Orion, de Plejaden, Polaris en, zeer belangrijk voor ons, Arcturus, de plaats waar we heengaan als we het zonnestelsel mogen verlaten.

Hugh Lynn Cayce vergelijkt de planeten met grote batterijen die onze gedachten opslaan; ze zijn reusachtige bewaarplaatsen van mentale bedrijvigheid. Ze geven hun trillingen af als we ons op hen afstemmen. Zo is Venus de bewaarplaats van gedachten van liefde, schoonheid. Jupiter is vol van hoge idealen, van verheffende krachten, enz. Elke batterij, of planeet, heeft haar eigen trillingen.

Het is uiterst belangrijk dat al die krachten in onze ziel in evenwicht zijn. De verhevenheid van Jupiter zonder de stuwkracht van Mars, de liefdestrillingen van Venus zonder de matigende kracht van Mercurius, zijn gevaarlijk.

Een andere vraag die natuurlijk rijst is: Wat soort lichaam hebben we in die dimensies van bewustzijn?

Een stoffelijk lichaam, maar van een fijnere stof (5756-14) want in andere staten van bewustzijn is er ook materie (5366-1).

De dood maakt ons vrij van ons stoffelijk lichaam, maar niet van materie; we veranderen van stoffelijke vorm. Ons nieuw lichaam zal even reëel zijn in zijn nieuw bewustzijnsrijk als ons lijf op aarde is, of nog reëler. (262-86)

Toen men Cayce gedurende een lezing vroeg de hogere rijken uit te leggen, antwoordde hij dat we zo al genoeg moeilijkheden hadden om onze driedimensionale wereld te begrijpen.

Hoe lang verblijven we in die omgeving?

We blijven daar tot we klaar zijn om vleselijk te tonen welke geestelijke ontwikkeling we hebben bereikt. (294-15)

Een andere vraag die bij ons opkomt is: wat zal er met mijn bewustzijn gebeuren in het hiernamaals? In welke mate zal het veranderd zijn als ik dit lichaam heb afgeworpen?

Volgens de Cayce lezingen behouden we gedurende een lange tijd onze persoonlijkheid: we blijven van dezelfde dingen houden, onze interesten en aspiraties blijven bestaan. Ook leren we onszelf beter kennen en krijgen we een beter begrip van de betekenis van ons leven. In de taal van Cayce uitgedrukt: de persoonlijkheid leeft verder naar de dood, maar tezelfdertijd kan onze individualiteit ontwaken.

Telkens als we naar de aarde terugkomen, brengen we onze erfenis mee:

– de mentale en geestelijke verlangens die planetaire verblijven ons meegaven (ze zijn een deel van onze individualitieit) en

– emotionele verlangens uit vorige levens uitgedrukt in onze persoonlijkheid).

De ascendent (het teken dat opkomt in het oosten) drukt de persoonlijkheid uit (ons uiterlijk, zoals de anderen ons zien)

en het sterrenbeeld (teken waar de zon staat) drukt ons innerste zelf uit, die vonk van de Schepper die geïndividualiseerd werd en die een doel heeft om op aarde in dat bepaald teken te komen.

De wil, dat wat ons in Gods schepping van de dieren onderscheidt, speelt een belangrijke rol.

Hij moet er voor zorgen dat die twee samenwerken, samen groeien naar één ideaal.

De WIL is de belangrijkste factor in onze ontwikkeling, via de weg die Christus ons toonde, tot waardige gezellen van God.

Planetaire invloeden worden ondergeschikt aan de wil.

De neigingen van de mens worden geregeld door de planeten waaronder hij geboren is, want het lot van de mens ligt in de sfeer van de planeten… maar dit moet goed begrepen worden: geen invloed van een planeet, geen fase van de zon, de maan of welk ander hemellichaam ook, gaat boven de heerschapij van de menselijke wil. (3744-3)

De astrologie die uit de lezingen spreekt, is dus verschillend van de traditionele:

630-2:

Het is niet zo zeer dat je beïnvloed wordt omdat de Maan in de Waterman stond, of de Zon in de Steenbok; of Venus of Mercurius in een of ander huis of teken;…maar de stand van de sterren in de hemel is aldus omdat je daar verbleef als ziel.

Toen men Cayce vroeg welke wetten de bewegingen van rijk tot rijk regelen, welke hun invloed was op het leven op aarde en welke, indien er al een was, het verband was tussen die rijken en de astrologie, antwoordde hij dat dit duidelijk kon gemaakt worden met een voorbeeld. Hij nam zijn eigen geval.

Eerste verschijning op aarde

Voor de zonen van God, de eerste menselijke wezens zoals door God geschapen, de aarde kwamen bewonen, waren hier andere zielen die in aardse elementen verstrikt geraakt waren. Het waren hybride wezens (gedeeltelijk dier, gedeeltelijk mens) die hun goddelijke oorsprong hadden vergeten. De eerste mensen geschapen door God zouden naar de aarde komen om die verloren schapen naar de stal terug te brengen.

EC was een van die redders.

…in het begin, toen de vleselijke krachten de aarde kwamen betrekken, was het wezen een van de eerste om in menselijke vorm op aarde te wonen… In dat leven vond het wezen de grootste ontwikkeling want hij kon deel uitmaken van de Eenheid van de krachten gegeven aan de Zonen van de Mens, en hij was zich bewust van het Vaderschap van de Schepper. (294-19)

Toen hij de aarde verliet, werd hij aangetrokken door wat hij gebouwd had, wat hij verdiende: de oneindige bronnen, de zon.

Dit betekent niet dat er geen afbrekende elementen in dat leven waren. In het Boek der Schepping 6,2 worden we aan de zonde van de eerste mensen die op aarde wonen herinnerd:

“De Zonen van God keken naar de dochters van de mens en zij zagen dat ze mooi waren en goed om naar te kijken.” (294-19)

RA-TA ongeveer 10.500 voor Christus

Hij kwam dus van de zon en werd weer vlees als Ra-Ta.

Dat was gedurende de tijd van de 2de farao.

Ra-Ta was de hoge priester. Hij was geestelijk zeer ontwikkeld.

Hij ging verder met de taak begonnen in zijn eerste leven: de zuivering van de menselijke wezens in de Tempel Opoffering en de Tempel Schoonheid, waar delen van dieren, van vissen, van bomen,…bij de mens verwijderd werden.

Gedurende zijn leven werd de grote Piramide gebouwd.

Het is geen wonder dat de mensen in hun onwetendheid wegens de werkzaamheden van Ra-Ta de zon begonnen te vereren. (5755-1) In onze geschiedenis boeken kunnen we lezen dat de oude Egyptenaren de zonnegod Re of Ra aanbaden.

Niettegenstaande zijn mentale kracht valt het wezen weer door het vlees. (294-19) Trots omdat hij de eerste zuivere blanke was op aarde liet hij zich door zijn vijanden overtuigen geslachtgemeenschap te hebben met een bijna volmaakte vrouw (die we nu Isis noemen) en zo zondigde hij tegen zijn eigen wetten. Daarom werd hij verbannen. Na enkele jaren werd hij teruggeroepen en kon zijn geestelijk werk verderzetten.

Ondanks zijn zinnelijkheid moest hij op aarde niet herboren worden, dat probleem kon ergens anders geregeld worden.

In het algemeen leed hij een heel geestelijk leven; daarom werd zijn ziel aangetrokken door Arcturus.

Uhjltd ongeveer 9000 voor Christus ,

Als Uhjltd ([joelt] uitgesproken), in de Persische ervaring, kwam hij dus uit het centrum waarrond ons zonnestelsel draait, Arcturus. (5755-1)

Die verwijzing naar Arcturus is ongewoon. Ze duidt aan dat de ziel van Ra-Ta een heel hoge ontwikkeling bereikt had zodat ze dit zonnestelsel kon verlaten voor haar verdere ontwikkeling; verdere aardse incarnaties waren niet nodig.

Arcturus (dubbele ster in de Ossehoeder) werd in een lezing geïdentificeerd als de ster van het Kerstkind, Zijn ster (827-1); ze wordt ook het centrum van het heelal genoemd (5949-1) en wordt geïdentificeerd als de sfeer waar de verrezen Christus ging “voor de ontwikkeling”. (900-10)

Joelt was een stamhoofd; uit zijn vorige levens bracht hij macht, pracht en roem mee.

Na aanvallen te hebben geleid tegen omliggende vijandige stammen sticht hij een bloeiende stad waar vrede heerst.

In dat leven ontwikkelde hij zich door lichamelijk te lijden. Zijn zwak voor vrouwen werd zijn ondergang. HIj werd gevangen genomen, ontsnapte, werd ernstig gewond en gedurende zijn dagenlange doodstrijd slaagde hij erin bewust zijn fijner lichaam van zijn stoflichaam te scheiden. (Dit ontwikkeling bracht hij mee als Edgar Cayce; ze liet hem toe paranormale lezingen te geven.)

Toch stierf hij met bittere gedachten, wenste hij zich te wreken.

Edgar Cayce bereikte een hoog niveau van geestelijke ontwikkeling in zijn eerste incarnatie op aarde, in zijn Egyptische incarnatie, als Ra-Ta, en in zijn Persische incarnatie, als Yhjltd. Toch bleven er twee problemen: vrouwen en wraakgedachten.

In zijn volgende vleeswordingen is een terugval waar te nemen. “Al was hij eens priester en koning, toch struikelde in zijn volgende terugkeer, en in zijn volgende terugkeer op aarde.” (294-142)

We weten niet waarheen zijn ziel vertrok na dat leven.

We weten dat hij 7000 jaar later terugkwam als Xenon. Het is niet uitgesloten dat hij intussen andere incarnaties had maar die worden in zijn levenslezingen niet vermeld. We hebben reden om te geloven dat dit het geval was want in lezing 5755-1 vinden we: “De vlugge terugkeer naar de aarde, in Troje…” Na 7000 jaar kunnen we niet van een vlugge terugkeer spreken.

Xenon (1158-1112 voor Christus)

We weten dus niet van welke planeet hij kwam.

In Troje (“dat mooi land waarheen de blikken van de naties zich richtten wegens haar schoonheid van cultuur, kunst en verfijning van de stoffelijke, mentale en materiële kracht”) studeerde hij scheikunde, hij was er zowel beeldhouwer en ambachtsman als soldaat en bewaker van de poort. (294-8)

Let op voor Grieken die geschenken aanbrengen!

Edgar Cayce, als Joelt en Ra-Ta, had zich op een prachtige manier geopenbaard, waarom mislukte hij zijn leven als Xenon? (294-183)

De vlugge terukeer naar de aarde in Troje, en het misbruik van de kansen, het zelfzuchtig gebruik van de kansen, brachten de omkeer teweeg. (5755-1)

Hij werd verplicht, tegen zijn wil, aan de oorlog deel te nemen. Hij bewees dat men op hem kon rekenen om de poort te bewaken. De spitsvondigheid van de vijand bracht hem schande in materiële zin en oneer voor zijn mentale zelf.

Zijn val kwam omdat hij volledig op de bekwaamheid van het zelf rekende.

Hij werd een verstoteling;

hij was onteerd,

veracht,

en hij pleegde zelfmoord.

Na de nodige aanpassingstijd na de zelfmoord, ging zijn ziel naar Jupiter.

Waarom naar Jupiter?

Omdat hij in Troje, als soldaat, bevelen moest uitvoeren die belangrijk waren voor de toenmalige wereld – er was een verspreiding . (5755-1) De Trojaanse cultuur, de Trojaanse beschaving waren beroemd. Ze waren een voorbeeld voor de rest van de wereld.

Edgar moest leren dat die zich verspreidende invloed, de universele werkzaamheid, niet voor zelfzuchtige reden mocht gebruikt worden. (5755-1) Door zelfmoord te plegen, gaf hij een slecht voorbeeld.

In Jupiter werd hem geleerd zichzelf te geven voor de universaliteit; daarom werd hij in zijn volgend leven predikant, leraar, om wille van het evangelie.

Lucius van Cyrene

wordt vermeld in de Handelingen der Apostelen 13.1 en in de Brief aan de Romeinen 16.21.

Hij werd door Johannes, de geliefde, verkozen tot bischop van Laodicea.

Zoals reeds vermeld mocht Cayce als hij naar de Zaal der Annalen ging, in het Boek des Levens niet alles lezen. De man die hem het boek aanreikte, toonde hem wat hij mocht lezen.

Deze incarnatie werd dan ook pas later in het leven van Cayce gegeven omdat hij “indien dit vroeger werd gegeven, een dikke nek kon krijgen”.

Als Lucius kwam hij dus van Jupiter. Vandaar bracht hij zijn idealisme mee: hij zou het Goede Nieuws verkondigen.

In het begin twijfelde hij. Zijn zwak voor vrouwen speelde hem weer parten (hij had een vrouw en een minnares; daarom sprak Paulus tegen hem bij de benoeming van bischoppen). De verheffende invloed van Jupiter haalde de bovenhand en hij vervulde zijn geestelijke zending.

“Want het wezen gaf, om wille van het evangelie, liefde en hoop…”(5755-1)

Zijn ziel vertrok naar Venus. Was dit om te leren onzelfzuchtig schoonheid op prijs te stellen?

Rafaël Dale (1680-1685)

Gracia/Agatha was de wettelijke maar niet erkende dochter van Lodewijk 14.

Ze droeg Jacob, de hertog van York, later Jacob II van Engeland, een kind.

Het hof waardeerde dat niet en ze moest zich in een klooster terugtrekken.

Het kind werd op 5-jarige leeftijd gedood.

Hij kwam van Venus. Wat had hij daar geleerd?

Dat liefde niet altijd zelfzuchtig is; ze kan ook ruim zijn, zo allesomvattend dat ze minder zichzelf in het brandpunt stelt en meer het ideaal, dat ze meer GEEFT.

Wat is liefde? Wat is Venus? Ze is schoonheid, liefde, hoop, liefdadigheid.

Op aarde heeft hij geleerd hoe het aanvoelt niet bemind te worden.

De ziel vertrok naar Saturnus.

John Bainbridge omstreeks 1742

Volgens de Cayce lezingen worden in de sfeer van Saturnus herinneringen uitgewist opdat de ziel opnieuw zou kunnen beginnen. (2390-1)

In zijn vorige levens had Edgar Cayce te veel de nadruk gelegd op de wetten van het vlees en zijn ziel zocht zich daarvan te ontdoen in sfeer van Saturnus. (294-25)

De tweede invloed was Venus.

Weer waren vrouwen zijn zwak punt. Hij misbruikte de kennis die hij in Venus had opgedaan. Bainbridge was een zwerver, en een nietsnut die de uitdrukkingen van de schoonheid van Venus alleen voor zichzelf zocht, zonder te geven, zonder zichzelf te geven. (5755-1)

Hoe losbandig zijn leven als Bainbridge ook was, hij gaf zijn leven om iemand van de verdrinkingsdood te redden.

De uiterste egoïst geeft zijn leven, een ander uiterste, voor een kind.

Daarom gaat de ziel naar Uranus, de planeet der uitersten.

Door zijn verblijf in Uranus leerde hij zich afstemmen op de invloeden van uitersten, ook uitersten van klank en kleur. Want het is niet vreemd dat muziek, kleur, trillingen deel uitmaken van de planten, juist zoals de planeten een deel zijn – en een patroon – van het heelal. Het wezen was dus aangetrokken door, ging dus naar de afstemming die het verdiend had, die het zelf had toegepast. (5755-1)

Edgar Cayce (1877-1945)

“Het wezen kwam van Uranus, met de elementen van Venus, Neptunus, Jupiter en Mercurius, met dissonancies in Mars en Saturnus.” (294-19)

De geboorte van het wezen was niet van de aarde naar Uranus, maar van de stadia van bewustzijn waardoor elk wezen of ziel gaat. Het gaat door de vergetelheid om zo te zeggen, maar het weet dat er een weg is, dat er licht is, dat er begrip is, dat er falingen waren en dat hulp nodig is. Dan wordt er BEWUST hulp gezocht. Vandoor komt het dat de ziel door de verschillende stadia gaat die sommigen zien als vlakken, anderen als kringlopen, en die sommigen als plekken hebben ondervonden. (5755-1)

Gerelateerde Berichten