Bejaardenhuis wat leuk…

Bejaardenhuis wat leuk…

De bejaarde dame keek uit over het binnenplaatsje van het tehuis.
Ze zat er nu 3 jaar en ze had niet zoveel te klagen eigenlijk. De voeding was redelijk, de kleding werd fris gewassen en op zijn tijd het natje en zijn droogje ach ja.
Zo was het leven nu eenmaal.
Het viel niet mee op een kamer te moeten slapen met een andere oude dame die vaak snachts plots wild begon te schreeuwen.
Bedroefd zag de oude dame hoe een merel op een boomtak zijn gezang staakte en weg vloog, net zoals zovele oude zielen hier, wegvlogen uit hun lichaam.
De regen begon gestaag te tikken tegen het raam, heel zachtjes en toen harder. Gezellig vond ze dat, het deed haar denken aan vroeger thuis.
Warmte binnen, koude buiten. Haar kinderen waren zondag nog langsgeweest met de kleinkinderen, dat was zo fantastisch geweest.
Een uur lang waren ze daar en het enige dat zij wilde was hen vasthouden en knuffelen, omdat er weer een week voor haar lag.
Een week zonder haar kinderen en kleinkinderen, verlaten en toch eenzaam met al die onbekenden die hier wachten op hun dood.
De laatste jaren van het leven, wanneer hij kwam wist je nooit.
Verdrietig keek ze om zich heen, tegenover haar zat meneer Zandstee, hij was half verlamd en kon niet meer praten, de pap die hij had gegeten was koud geworden.
In zijn ene mondhoek droop nog een druppel pap over zijn kin.
Oh wat vreselijk dit alles toch?
Hoe kon ze hier overleven hoe kon ze hier, hoe kon ze…maar ze had geen keuze.
Ze was oud en had hulp nodig.
Ze kon al jaren niet meer lopen, haar benen zakten onder haar weg.
Zomaar plotseling, waren de botten en spieren verzwakt.
Ze was oud als 87 jaar maar nog goed bij haar hoofd.
Hoewel ze soms wel eens dacht, als ze niets meer zou weten van dat alles hier dan, zou het misschien beter zijn?
Ze was de enige niet, soms sprak ze nog wel eens met haar medekamergenote als ze een goede dag had, was er best mee te kletsen.
Maar vaker niet dan wel.
Vaak dacht ze na over haar leven, en wat ze gedaan had.
De kinderen grootbrengen was haar taak, het gezellig maken in hun levens ze goed terecht laten komen.
Het waren altijd fijne kinderen geweest. Nooit geen problemen had zij met hen gehad.
Ze waren goed terecht gekomen dat was ook fijn en ze bezochten haar elk weekend op zondag een uurtje.
Ze mocht niet mopperen, want de heer Zandstee kreeg nooit bezoek en toch had hij wel drie kinderen!
Dat was ook erg zeg.

Ze keek naar de tuin en zag hem weer, de kleine kat die vaak langskwam bij het tehuis.
Vaak gaven ze het diertje wat te eten, ze hield van dieren altijd al.
Ze miste ze zo erg, zoals wel meer in dat tehuis voor bejaarde mensen.
Vreselijk haar leven lang had ze dieren gehad en nu was het dan voorbij, nooit meer dat aanhankelijke warme lijfje tegen je aan voelen.
Het verzorgen en toespreken.
Nee dat hadden ze niet goed geregeld juist zij hadden een huisdier hier nodig.
Voor de broodnodige afleiding!
Maar helaas niemand zag dit in ook niet als mevrouw Boonstra die meermalen vroeg.
Mevrouw Boonstra miste haar schotse collie en ze dacht altijd dat ze hem zag lopen.
Daar is hij kijk dan daar en dan wees ze dramatisch in de verte, de verte was dan de gang van het tehuis, vaak huilde ze dan alsof ze hem weer opnieuw kwijtraakte.
Het was er ook vreselijk saai. Ze werden behandeld als kleine kinderen, handvaardigheid 2x in de week, stom breien en zo daar hield ze helemaal niet van!
Dat ging dan weer naar de braderie die 2x per jaar gehouden werd in dat tehuis, van de verdiensten gingen zij dan 2x per jaar een dagje uit.
Dat was wel fijn er weer even uit zijn.
Ze mocht niet zelfstandig naar buiten, er moest dan iemand de kar duwen en die was er vaak niet voor handen.
Gewoon een fijne vrijwilliger…die waren er ook niet veel en als ze dan maar leuk waren en je niet behandelden alsof je dement was ofzo.
Ach kijk de kat trippelde langs de schuifdeuren, ze wilde zo graag even de deuren open doen maar dat kon ze niet meer.
Even de kat aanhalen, even vasthouden. De tranen drupten langs haar wangen ze verveelde zich zo daar, ze wilde zo graag iets doen, iets nuttigs.
De kat liep weg, wist er was niets te halen als het regende, alleen als de deuren open stonden in de zomerzon dan wist hij dat er iets te halen viel.
Het leven ach ja, het ging zoals het ging nietwaar?
Haar man, was al jaren geleden heengegaan, ze waren gescheiden maar toch.
Je had dingen meegemaakt samen en dat schiep een band ergens, en de kinderen natuurlijk.

Daarna was ze nog wel verliefd geworden maar dat werd nooit iets, te veel meegemaakt beiden, en ach.
En zodoende was ze altijd alleen gebleven…waarom eigenlijk?
Ze wist het niet.
Het was bijna 5 uur, dan zouden ze gaan eten.
Zuchtend keek ze naar de heer Zandstee hij hing half uit zijn stoel, ging dat wel goed allemaal?
Ze drukte maar op de alarmknop, hij zag er zo wit uit.
Misschien was hij wel dood.

©AngelWings

Related posts