25 oktober 2020

 

Bezeten door demonen

Als hij naar haar keek
Teer
Met haar donkerrode wijn-getinte haren
Haar bleke huid
Gelijk marmer
Haar rode lippen
En kleine paarlen tanden
Haar handen
Wilde hij
Nog meer
Dan haar liefhebben
Bezitten
Voor altijd de zijne
Met haar dromerige ogen
Mosgetint
Gesluierd in mistige uren
Dan had hij haar zo intens lief
Tot in de uren
Waarin zij bezeten leek
Door demonen
En uit haar wonderschone lippen
Woorden vervloeiden tot een vloek
Haar parelmoeren tanden
Scherp leken als van een wolf
Dan kromp zijn hart ineen
Geslagen als een hond
Dan verduurden zijn hart
Intense pijn
Van haar venijn
Ondanks haar schoonheid
En leefde hij van dag tot dag
In de hoop
Op betere dagen
Waarin de wanhoop wederom zal vervagen
Want soms
Is de liefde een vloek
En geluk enkel voor tijdelijke dagen

Lees ook:   Woorden zijn versleten

Gerelateerde berichten