Opa Neut: Gedicht

Opa Neut
Zijn stoel staat voor het raam.
Die hebben ze daar neergezet.
En in een hoekje van de kamer,
waar eerst de kast stond,
staat nu een bed en ,o ja, dat is waar,
er staat ook nog een rollator klaar.

Hij heeft een kastje om zijn nek,
met knopjes waar hij op kan duwen.
Als hij dat doet, klinkt er een stem
uit de speaker aan de wand:
“Kunnen wij iets voor u doen, meneer,
wat is er aan de hand?”

“Ik moet naar het toilet mevrouw,
maar ‘t lukt me niet om te gaan staan.
Mijn ouwe botten protesteren,
is er wellicht iemand die mee kan gaan?”
“Helaas meneer, dat kunnen wij ons
niet meer permitteren,
die luier went wel hoor,
dat is iets wat u zult moeten accepteren.”

En drie keer op een dag
komt er een levend iemand langs,
die snel, omdat de minuten tellen,
haar werkzaamheden afrondt.
Ze wast zijn billen, maakt zijn brood,
en ruimt wat rommel van de grond.
Ze wil wel meer doen, maar dan komt ze
bij haar andere cliënten niet meer rond.

En eenzaam zit hij voor het raam,
het kastje veilig om zijn nek.
3 keer per dag word hij gecontroleerd,
dat vindt onze regering helemaal niet verkeerd.
Hij wil zo graag terug naar dat gebouw,
waar hij enige tijd mocht revalideren,
en af en toe nog een kaartje leggen kon
met andere ouwe heren.

Hij is alleen, helaas, nog veel te goed,
hij kan nog redelijk zelfstandig denken.
Niemand wordt immers meer bediend op z’n wenken.
Ook al telt hij 86 jaren en
heeft hij zijn hele leven hard gewerkt
om de zorg die hij nu zo hard nodig heeft
te kunnen betalen.
De kamer waar hij in dat andere gebouw verbleef,
staat verder gewoon nog altijd leeg.

Zo zijn wij hier in ons “beschaafde”land
de rechten van onze ouderen aan het verkrachten.
Ze introduceerden hiervoor zelfs het nieuwe woord,
Je bedenkt het niet!: “WENSWACHTEN”.

Opa Neut

Related posts