BDE Bijna dood ervaringen-schijn of werkelijkheid?

BDE Bijna dood ervaringen-schijn of werkelijkheid?   
Door prof. Dr. Elisabeth L. Hillstrom
Lees dit artikel in het Promise blad klik hier
Mogelijke fysiologische verklaringen
Een aantal onderzoekers die de ervaringen van bijna dood zijn en uittreding hebben bestudeerd, is van mening dat ze fysiologisch verklaard kunnen wor­den. Volgens een gangbare hypothese ontstaan veel kenmerken van bijna­ dood ervaringen door een abnormale activiteit van de neuronen in de tempo­raalkwabben van de hersenen. Deze abnormale activiteit wordt vermoedelijk gestimuleerd door de fysische en chemische veranderingen die met de dood samenhangen. (32) Onderzoekers hebben goede redenen om aan te nemen dat de temporaalkwabben bij bijna dood ervaringen betrokken zijn. Zowel epileptische aanvallen als elektrische stimulatie in dat gebied kunnen bijna dood verschijn­selen opwekken, waaronder zoem of belgeluiden, niet te verklaren gevoelens, hallucinaties van bovennatuurlijke of ‘mythologische’ wezens en gewaarwor­dingen van helderheid, van rijzen en dalen of zelfs in een paar gevallen van het verlaten van het lichaam.(33) Michael A. Persinger heeft deze en andere ver­schijnselen van de bijna dood ervaring opgewekt door gebruik te maken van een bron die een magnetisch veld deed ontstaan, waardoor een ongebruikelijke activiteit in de temporaalkwabben van de hersenen ontstond. (34) Bovendien hebben een aantal artsen geconstateerd dat patiënten met temporaalkwab­ epilepsie vatbaar zijn voor allerlei soorten paranormale ervaringen, waaronder uittreding. Het is opmerkelijk dat de frequentie van deze ervaringen kennelijk samenhangt met de intensiteit van de aanval. Als de intensiteit van de aanval wordt afgeremd door het toedienen van medicijnen, lijkt het erop dat de paranormale ervaringen eveneens onderdrukt worden.(35)
De hypothese van de temporaalkwab is opmerkelijk eenvoudig. Toch zijn er een aantal belangrijke factoren die er niet door verklaard kunnen worden. Epileptische aan vallen die met de temporaalkwab te maken hebben, zijn in het algemeen onplezierig en benauwend, niet positief en opbouwend als een bijnadood ervaring.(36) Ze gaan ook gepaard met een hele reeks onvoorspelbare, andere ervaringen die niet bij bijna dood ervaringen voorkomen (het smakken met de lippen, misselijkheid, het waarnemen van kleurveranderingen, hallucinaties van geometrische patronen, pijn, desoriëntatie, enzovoort). Bovendien veroorzaken epileptische aanvallen of stimulatie van de temporaalkwabben slechts op zichzelf staande verschijnselen of onderdelen van de ervaring, nooit de herkenbare, met elkaar samenhangende opeenvolging van gebeurtenissen, die we bij bijna dood ervaringen waarnemen.
Tot nu toe heeft niemand aangetoond dat de temporaalkwabben een ongewone activiteit vertonen tijdens bijna dood ervaringen, maar zelfs als dat wel het geval zou zijn, zou dit nog niet bewijzen dat een verhoogde werking van de temporaalkwabben de enige noodzakelijke voorwaarde zou zijn. Die verhoog­de werking zou een gevolg kunnen zijn van een andere hersenactiviteit, of van een of andere uitwendige oorzaak in plaats van de uiteindelijke oorzaak van de bijna‑dood‑ervaring. De verhoogde werking van de temporaalkwab kan een onderdeel van de bijna‑dood‑ervaring zijn, maar is waarschijnlijk niet voldoen­de om de ervaring te verklaren.
Een meer algemene en waarschijnlijk veelbelovende verklaring voor bijna­dood‑ervaringen en uittredingen is dat beide zouden voortkomen uit een veranderd bewustzijn en dat ze ontstaan of versterkt worden door hetzelfde hersenmechanisme dat verantwoordelijk is voor dromen en hallucinaties. In het geval van bijna‑dood‑ervaringen wordt het veranderde bewustzijn waarschijn­lijk veroorzaakt door fysiologische veranderingen in de hersenen, die bij het intreden van de dood plaatsvinden, zoals een verlaagd zuurstofniveau en een toename van koolstofdioxide in het bloed.
De toename van koolstofdioxide in het bloed kan een veranderd bewustzijn veroorzaken, dat tot uiting komt in de symptomen van bijna‑dood‑ervaringen.(37) In de veertiger en vijftiger jaren gebruikte de psychiater L.J. Meduna het inademen van koolstofdioxide als therapie en hij kwam tot de ontdekking dat het soms gewaarwordingen van licht en helderheid veroorzaakte, een gevoel van uittreden, het opwekken van herinneringen uit het verleden, een gevoel van telepathische communicatie met een religieuze of geestelijke tegenwoordig­heid en gevoelens van grote geestelijke vervoering en betekenis.(38) Net als met de gevolgen van de werking van de temporaalkwab waren deze symptomen meestal kortstondig en gingen ze gepaard met veel onvoorspelbare andere ervaringen die niet bij bijna‑dood‑ervaringen voorkwamen. De toename van de koolstofdioxide is dus waarschijniijk op zichzelf niet voldoende om de bijna­dood‑ervaring te verklaren. Het kan echter wel het veranderde bewustzijn verklaren, waardoor die ervaring mogelijk wordt. Het kan ook de oorzaak zijnvoor de verhoogde activiteit in de temporaalkwab. (39)
Slaap en uittredingen
Er bestaan een aantal opmerkelijke verbanden tussen uittreding en een veranderd bewustzijn, die de hypothese van een veranderd bewustzijn onder­steunen. Uittredingen hebben plaatsgevonden bij allerlei vormen van veran­derd bewustzijn, waaronder meditatie, verlies aan zintuiglijke waarneming, slaap, hypnose en het gebruik van drugs.En uittredingen komen eigenlijk alleen maar voor als iemand zich op de een of andere manier in een toestand van veranderd bewustzijn bevindt, of in een bepaalde grenssituatie (40) zoals diepe ontspanning of grote lichamelijke of psychologische druk.
Het verband tussen uittredingen en slaap is zeer opmerkelijk. Mensen die spontaan een uittreding meemaken, krijgen die ervaring dikwijls voor het eerst als ze op het punt staan in slaap te vallen of wakker te worden. Bij de meeste technieken die gebruikt worden om uittredingen op te wekken, wordt mensen die uit hun lichaam willen treden, aangeraden dit te proberen in het schemer­gebied tussen slapen en waken. Ook bestaan er opmerkelijke overeenkomsten tussen uittredingen en een ongewone slaaptoestand die ‘lucide dromen’ wordt genoemd. In deze toestand kornen mensen die slapen, ogenschijnlijk tot bewustzijn terwijl ze dromen en kunnen dan een aanzienlijke invloed op hun dromen uitoefenen. Een aantal mensen kan zelfs bepaalde oogsignalen geven om waarnemers te laten merken dat ze zich in die toestand bevinden.’ Zowel uittredingen als momenten van lucide dromen kunnen beginnen met gevoelens van verdoofdheid, verlamming, lichamelijke rillingen of shock. In beide situaties is er vaak ook sprake van een gevoel dat men vliegt of zweeft, en het bijzondere gevoel dat omringende voorwerpen van binnenuit worden verlicht. Uittredingen en lucide dromen kunnen ook beide vertekeningen of simplificaties van de werkelijkheid veroor­zaken en beide kunnen veranderd worden als iemand zich gewoon voorstelt of inbeeldt dat de verlangde verandering zal plaatsvinden.
De kennelijke overeenkornsten tussen beide situaties hebben een aantal onderzoekers tot de conclusie gebracht dat uittredingen in feite lucide dromen zijn. Anderen zijn het daar echter niet mee eens omdat er ook belangrijke verschillen bestaan. Lucide dromers zijn zich ervan bewust dat ze dromen en ze weten dat hun ervaringen volkornen ingebeeld zijn, terwijI mensen die buiten hun lichaam treden, er zeker van zijn dat ze bij bewustzijn zijn en er eveneens van overtuigd zijn dat hun ervaringen echt zijn.42
Mogelijke psychologische/sociologische verklaringen
Onderzoek naar de sociale en psychologische dimensies van bijna‑dood­ ervaringen en uittredingen heeft tot een aantal conclusies geleid. In het alge­meen gesproken verschillen mensen die bijna‑dood‑ervaringen of uittredingen hebben meegemaakt, wat leeftijd, geslacht, sociaal-economische status, opleidingen, godsdienstige achtergrond of kerkbezoek betreft, niet van mensen die die ervaringen niet hebben gehad.41 Onderzoek waarbij verschillende psychologi­sche methoden werden gebruikt, toont aan dat mensen die de ervaring van uittreding hebben meegemaakt, psychologisch gezien minstens zo gezond zijn als mensen die die ervaringen niet hebben gehad, en dat ze dezelfde persoon­lijkheidsstructuur hebben. 44 Als groep scoren de mensen met de ervaring van uittreding hoger wat betreft karaktereigenschappen als ‘absorptie’ (het vermo­gen op te pan in een boek of film), vatbaarheid voor fantasie (45) en onthech­ting,(46) wat doet vermoeden dat ze gemakkelijker ontvankelijk zijn voor bewust­zijnsveranderingen zoals bijvoorbeeld hypnose. Het verband met de ontvanke­lijkheid voor hypnose wordt nog verder ondersteund door een onderzoek dat door S. Wilson en T. Barber werd uitgevoerd. Zij vroegen aan een groep van zevenentwintig mensen die zeer ontvankelijk voor hypnose waren, en aan vijfentwintig mensen die daar nauwelijks vatbaar voor waren, of ze wel eens buiten het lichaam waren getreden. Het verschil in antwoorden was opmerke­lijk. Maar liefst 88 procent van de groep ontvankelijken zei dat ze uittredingen ervaren hadden, terwijl slechts 8 procent van de niet‑ontvankelijken deze ervaring had meegemaakt. 47 Een recent onderzoek heeft aangetoond dat mensen met een bijna‑dood­ervaring kennelijk andere jeugdervaringen hadden dan mensen die dit niet hadden meegemaakt. Mensen met bijna‑dood‑ervaringen vermeldden vaker dan mensen die deze ervaringen niet hadden, dat ze zich in hun jeugd bewust waren van psychische vermogens en van bovennatuurlijke gebeurtenissen. Ook maakten ze meer melding van kindermishandeling (lichamelijk, psychologisch en seksueel) en negatieve gezinsomstandigheden dan mensen die geen bijna­dood‑ervaring hadden meegemaakt.48
Mogelijke bovennatuurlijke invloed
Het wetenschappelijk onderzoek van uittredingen maakt dat deze ervaringen bijna natuurlijk lijken, ook orndat ze mogelijk zelfs te verklaren zijn in eenvoudige fysieke of psychologische termen. Toch ligt het niet zo eenvoudig, want als de ervaringen in de context van hun geschiedenis bezien worden of door de ogen van mensen die deze ervaring zelf willen opwekken, dan blijkt duidelijk dat ze andere, meer verontrustende dimensies hebben. Er bestaan aanwijzingen dat bij sommige van de uittredingen sprake is van demonische activiteit.
Er is al zeer lange tijd sprake van uittredingen. Voordat parapsychologen het een andere naam gaven om het van haar spiritualistische wortels te ontdoen, stonden uittredingen algemeen bekend als ‘astrale projecties’ (de projectie van het ‘astrale’ of geestelijke lichaam van het natuurlijke lichaam). Shamanen en heilige mannen in allerlei culturen hebben astrale projectie gebruikt om hun geestelijke vermogen aan te tonen en tot de wereld der geesten af te dalen om ten gunste van anderen met hen te onderhandelen. Astrale projectie is al eeuweniang een gewaardeerde geestelijke prestatie in pantheïstische, Oosterse godsdiensten. Het taoïsme, Tibetaans boeddhisme, hindoesme (yoga) en zelfs het kabbalisme (een mystieke joodse sekte) verschaffen instructies en technie­ken orn het fysicke lichaarn te verlaten.49 In de afgelopen honderdvijftig jaar heeft astrale projectie ook zijn bloeitijden gekend zowel in Amerika als in Europa, vooral door de verbinding met het spiritisme (cen godsdienst die het leggen van contacten met overledenen en andere geesten bevordert). Deze hele periode door hebben mensen die beweerden buiten het lichaam te kunnen treden, zoals Hugh Calloway (alias Oliver Fox), Sylvan Muldoon en meer recent Robert Monroe, populaire boeken geschreven waarin ze hun astrale reizen, en de geesten die ze daarbij ontmoetten, beschreven hebben.
De persoonlijke verslagen van mensen die meerdere keren uit hun lichaam getreden zijn, laten ook zien dat velen van hen bewust of onbewust betrokken waren bij occulte of spiritistische praktijken voordat ze aan het experimenteren sloegen. In verscheidene gevallen kregen deze mensen al op betrekkelijk jonge leeftijd hun eerste ervaring van uittreding en bleek het dat zij door de een of andere gids of geest begeleid werden.
Parapsycholoog D. Scott Rogo schrijft dat hij met bewuste uittreding begon tussen zijn vierde en vijfde jaar. Hij werd dan midden in de nacht wakker, zweefde boven zijn bed, reisde naar de hal beneden in het huis en keerde dan terug naar zijn kamer. Meestal voelde hij dat hij door een of andere gids begeleid werd en dat dit wezen hem iets wilde leren. Als tiener probeerde Rogo later zelf uit zijn lichaam te treden. Uit allerlei spiritualistische boeken probeerde hij meer over het onderwerp te weten te komen en gedurende verscheidene maanden experimenteerde hij zonder succes te hebben. Toen, een maand nadat hij zijn pogingen had opgegeven, begon hij tijdens zijn slaap spontaan uit ziin lichaam te treden. Bij één van die gelegen­heden werd hij wakker met een angstaanjagend geluid in zijn oren en leek het net of hij door zijn hoofd heen naar buiten getrokken werd. Bang geworden probeerde hij de ervaring zo gauw mogelijk kwijt te raken. Toen hij dat echter probeerde, zag hij plotseling drie groteske ‘beslist dreigende witte gezichten’ over zich heen gebogen. Rogo besloot dat hij nooit meer een uittreding wilde meemaken, maar nietternin bleven ze steeds weer terugkomen. Na verloop van tijd leerde hij ten dele hoe hij ermee moest omgaan en onderzoek naar uittredingen werd zijn belangrijkste onderzoeksterrein.50
Sommige mensen die bijna‑dood‑ervaringen hebben gehad, zijn ook bij spiritualistische of occulte zaken betrokken geweest voor ze die ervaring kregen. Bij Phyllis Atwater was dit zeer zeker het geval. In haar boek Coming Back to Life, dat voornamelijk handelt over de gevolgen van de bijna‑dood­ervaringen, beschrijft ze drie aangrijpende bijna‑dood‑ervaringen van zichzelf. In de loop van het boek komen we er achter dat Atwater minstens tien jaar lang, voordat ze haar bijna‑dood‑ervaringen had, zeer betrokken was bij occulte praktijken. Ze was een medium en lerares van Oosterse meditatie en volgens haar eigen verslag had ze een ‘aanzienlijke expertise’ opgebouwd in andere paranormale praktijken, zoals het in trance doorgeven van boodschappen, het spookvrij‑maken van huizen en bet vermogen om buiten het lichaam te reizen.51
New Age-invloeden
Drie schrijvers van populaire boeken over bijna‑dood‑ervaringen en uittre­dingen, Raymond Moody, Robert Monroe en Elisabeth Kübler‑Ross, hebben ook bijzondere verwantschap met spiritual istische zaken. Naast het feit dat ze dezelfde (New Age) boodschappen doorgeven over leven en dood, hebben ze alle drie ontmoetingen gehad met de wereld der geesten.11 De verslagen van Monroe zijn misschien wel het duidefijkst. Volgens zijn Journeys out of the body (53) is hij middels allerlei uittredingen naar verschillende gebieden ge­weest, ontmoette hij een groot aarital geestelijke wezens en ontving hij allerleimetafysische inzichten. Hij beschrijft verscheidene ‘bezoeken’ aart levende mensen die er zich van bewust zouden zijn geweest dat hij aanwezig was. De onderzoeksverslaggever David Black en anderen, waaronder Rogo, twijfelenechter aan de betrouwbaarheid van deze verslagen. Black kon niet den van de door Monroe genoemde getuigen opsporen en Monroe was ontwijkend toen Black hem hierover ondervroeg.54
In het begin van de jaren zeventig stichtte Monroe het Instituut voor Toegepaste Wetenschap, een organisatie die onderzoek doet naar uittredingen en die in de weekeinden seminars organiseert voor mensen die graag ‘nieuwe geestelijke dimensies’ willen onderzoeken en zelf uittredingen willen meema­ken. Een van de aangeboden technieken is een programma van geluidsbandjes met allerlei geluiden erop, die door twee afzonderlijke koptelefoons beluisterd worden en die, naar men zegt, de patronen van de hersengolven van de linker en rechter hersenhelft synchroniseren. Tal Brooke nam aan sommige experi­menten van Monroe deel terwijI hij deze bandjes aan het verbeteren was. Volgens Tal Brooke, die later christen werd, leerde Monroe hoe hij deze bandjes moest verbeteren van de ‘lichtende wezens’ die hij tijdens zijn uittre­dingen ontmoette.55
KüblerRoss had, naar ze zegt, haar eerste ontmoeting met geestelijke machten in de zestiger jaren, toen ze er serieus over dacht haar werk met stervenden op te geven (voornamelijk door de oppositie die ze ondervond van andere artsen). Op haar kantoor in Chicago verscheen een vrouw die zichzelf bekend maakte als een patidnt die tien maanden daarvoor overleden was. De vrouw leek precies op de patiënt en ze had hetzelfde handschrift. Ze vertelde KüblerRoss dat ze haar werk niet moest opgeven omdat ‘het niet de juiste tijd was’. Tijdens haar Iezingen vertelde KüblerRoss later dat ze haar eigen geleidegeesten had gekregen. 56
Moody’s connecties met de wereld der geesten zijn subtieler, tenminste tot voor kort. Moody vertelt een voorval dat in 1975 tijdens Halloween gebeurde, toen zijn vrouw de kinderen had meegenomen om bij de buren snoep te gaan halen. Bij één van de huizen maakten de bewoners een praatje en ze vroegen de namen van de kinderen. Toen de oudste zei: “Raymond Avery Moody, de derde”, keek de vrouw erg verschrikt en ze zei dat ze de vader van de jongen wilde spreken. Toen Moody contact met haar opnam, kwam hij er achter dat ze in 1971 een uitgebreide bijnadood ervaring had gehad. Volgens haar zeggen had een geest haar tegen het eind van deze ervaring een foto van Moody laten zien, haar zijn volle naam gegeven en haar vervolgens gezegd dat ze Moody haar verhaal moest vertellen “als de tijd er rijp voor was”. Dit voorval vond plaatsjuist een paar maanden voordat zijn boek Life after death. werd uitgegeven, dus voordat zijn naarn in verband gebracht werd met bijnadood ervaringen. 57Sinds kort wordt door Moody het gebruik van het ‘psychomanteum’ aanbevo­len, een verduisterde kamer met een spiegel erin, die veel mensen in staat zou stellen contact op te nemen met de geest van overleden mensen. .58
De nawerkingen van bijnadood ervaringen
Onderzoekers hebben twee belangrijke soorten van nawerkingen van bijna­dood‑ervaringen ontdekt: veranderingen in attitude en opvattingen en het daarop volgende openbaar‑worden van ongewone vermogens of ervaringen. Wat de eerste categorie betreft, mensen die een bijnadood ervaring hebben gehad, melden herhaaldelijk dat hun houding ten aanzien van andere mensen veranderd is. Ze zeggen dat ze toleranter geworden zijn, meer bewogen en liefdevol en dat ze minder belangstelling hebben gekregen voor persoonlijk

 

gewin of materieel bezit dan vóór hun ervaring. Dikwijls wordt aangenomen dat deze veranderde gedragshouding een gevolg is van de bijnadood ervaring, maar het kan ook eenvoudigweg een gevolg zijn van het feit dat men maar nauwelijks aan de dood is ontsnapt. Kenneth Ring vergeleek de gemelde gedragsveranderingen van zijn groep mensen die een bijnadood ervaring hadden gehad, met de gemelde gedragsveranderingen van een controlegroep van mensen die bijna gestorven waren, maar die geen bijnadood ervaringen hadden gehad. Hij kwam tot de ontdekking dat de leden van zijn controlegroep net zoveel gedragsverandering op dit gebied rapporteerden als de mensen die de bijnadood ervaringen

 

 

Facebooktwitterpinterestmail

Gerelateerde Berichten