07 mei 2021

 

Memories

We speelden samen, de neefjes en nichtjes.
We logeerden bij elkaar, jarenlang. Tijdens vakanties.
Jarenlang, bezochten we met de hele familie de stranden, alsof de zomer nooit ophield.
Oud en Nieuwjaar, waren allen samen, beneden de familie, wij in opa’s en oma’s grote bed.
Tot men je al slapende optilde en in de auto zette richting huis.
De lichten die voorbij kwamen en jij slaperig toekeek, luisterend naar het monotone geluid van de motor van de auto.
Pretparken, samen, je mocht mee.
Naar het bos wandelen, samen, toen alles nog kon.

Waarin men van elkaar nog hield, houden kon.
De gezelligheid in Utrecht, de geur van jam en koffie, de ontbijt tafel stond altijd vol.
De zware fluwelen gordijnen die open gingen, en je oom die dan zijn peuk opstak, die heerlijke geur van zijn sigaret, die zich vermengde met dat van het ontbijt.
De zomerzon die nooit weg ging…alles was fijn.
De dierenboerderij, het zwembad waar je kwam te vallen, met een litteken op je knie en elleboog die er nu nog zit.

Deze muziek hoort bij die tijden… Demis Roussos…Utrecht is Demis voor mij! 🙂

Mee met familie richting de zee Scheveningen, in de lange files, urenlang in de intense hitte, toen de zomers nooit ophielden te bestaan.
Bruin verbrand kwam je thuis, heerlijk verfrist door de zeewind.
Heerlijke dagen. Je hield van iedereen zoveel.
En zij ook van jou, dacht je…

Er was weinig begrip of mededogen, en omdat je toch anders was, enorm gevoelig, miskend, men enkel dacht aan wat hoorde.

Paste je nergens tussen, geen enkel hokje, geen etiket, van alles wat, maar onbegrepen.
Deed je alles met een reden die niemand de moeite waard vond om te begrijpen.
Om moeite te doen voor jou bv.
Het interesseerde hen niet, terwijl jij die interesse altijd had, want je gaf veel om hen allemaal.
Je had gewoon lief zonder eis of voorwaarden.
Omdat het kon, omdat je zo bent.

Je had je mening, je dacht altijd veel na over het leven en de mensheid. Het waarom en dat je niet kon begrijpen waarom mensen anders waren dan jij zelf.
Waarom konden ze niet liefhebben, waarom waren ze er niet als er problemen waren, en dat gold bij alles.
Egoïsme, geen zin, het was pijnlijk, en verdrietig al die jaren om mensen zo te zien vechten, tegen wat goed was en beter kon zijn.

Want op een dag waren er geen gezamelijke uitjes meer met elkaar, geen feestjes, geen oud en nieuw samen. Men groeide uit elkaar.
Zag men dit dan niet? Dat dit gebeurde?
De één had ruzie met een ander, en alles ging kapot langzamerhand, roddels en achterklap.
Wat een zin, wat een pijn zag ik bij mensen.
Zinloos om elkaar zoveel aan te doen.

Met welke reden deed men dit dan?
Men had zei men, op den duur, zijn of haar eigen leven. Alsof je daar dan zo trots op moest zijn?
Mijn oma heb ik vaak zien huilen om haar kinderen, dat raakte mij altijd diep!

Zij was ook niet zoals zij. Ze hield ook van iedereen.
Ze hield niet van ruzies, ik ook niet.
Voorkomen was beter immers?
Mijn oma deed vaak dingen tegen haar zin, omdat ze anders problemen kreeg met haar kinderen.

Ze moest wel, ze was afhankelijk geworden, en dat vond ze nog het meest erg.
Dat ze niet alles meer zelf kon doen.
Ik hielp haar zoveel mogelijk en dat vond ze prettig.
Ik weet nog dat ik op een dag vroeg waarom ze geen kerstboom meer had staan?
Niemand haalde er één voor haar was haar antwoord.
Ik stapte op mijn fiets richting de stad in ijzige koude en haalde een boompje op, achterop mijn fiets.
Ik versierde haar boom met liefde!
Wat was ze toch gelukkig, vergeet ik ook nooit meer, ik heb dit nog jaren lang gedaan voor haar!
Maar haar kinderen met een auto dachten daar dus niet aan.
Dat bedoel ik dus met egoïsme. En ze was altijd zo lief en dankbaar en zo zachtaardig en toch, hielp dit niets met dat het alles beter maakte voor haar.
Of je nu slecht was of goed het was zinloos in feite voor mensen die zich daar niet voor interesseren.
We hebben het altijd goed gehad samen en daar ben ik haar zo dankbaar voor.
Haar liefde en warmte, haar goedheid en opvoeding.
Nu sprak ik een tijdje terug de familie van haar kant.
Toen gingen mijn ogen open. Zo liefdevol, warm, goed van karakter, mensen met een hart.
Ik kreeg tranen in mijn ogen toen ik hen sprak.
Begreep eindelijk wat er aan de hand was, en waarom ik niet zo begrepen werd.
Het maakte ook niets meer uit want ik had de familiebanden al verbroken.
Ik kon er niet meer tegen!
Totaal niet zelfs.

Lees ook:   Kipfilé in de vriezer nadat het gebakken is.

Bemoeizucht, projecties, onrecht, roddels, uithoren, waarom?
Uit liefde doen mensen dat echt niet.
Dat was geen echte belangstelling, maar meer om te horen dat het je niet zo best ging, want dat was prettiger dan dat jij het zou redden in je eentje.
Nu dankzij mijn oma heb ik zoveel geleerd dat ik het alleen ook prima red.
Mijn moeder heeft ook erg geleden onder dat juk dat familie heet, ze deed haar best wel, maar kon het nooit goed doen in ogen van hen.
Het heeft haar leven bepaald, helaas, niet ten goede.
Ze verstopte zichzelf in haar werk en aankopen, kleding had ze plenty, schoenen idem, maar echte liefde en warmte?
Nooit.
Ze zei me eens, we zijn te fatsoenlijk, dat is ons probleem.
Tjah je kunt beter een grote mond geven, en een bitch zijn, dan dat blijkbaar!

Mensen die je gewoonweg kwetsen, met welke reden?
Vermoedelijk verveling, dit verzin je niet gewoon.
Meepraten met de meute… niet goed nadenken over wat je zegt, denkt en doet.
Ik neem het hen zeker kwalijk dit alles. Ook al zullen ze niet beter weten.
Ze zijn nu eenmaal zo.
Ik denk dan ook terug aan de mooie tijden… memories…
Voorbij een tijd waarin je als kind dacht liefde te ervaren van mensen die je liefhad…maar was dat wel zo vraag ik me nu af?
En dat raakt me diep… dat vind ik heel erg.

Dat mensen in een familie elkaar dit aan doen en ik weet dat diegenen die er niet meer zijn het ZO graag anders hadden gezien.
Ik kan hen niet veranderen, of doen inzien waar ze mee bezig zijn.
Dat zit in henzelf.
Ik heb de meest rare dingen meegemaakt inmiddels, en die accepteer ik niet meer.
Dan maar geen familie maar dit hoef je niet te accepteren. Niemand niet.
De liefste mensen waar ik het meest van hield die er niet meer zijn, zijn intens gekwetst door hen, en nog leerde men niets.
Ik wil daar geen begrip meer voor opbrengen gewoon.
Ze zijn het niet waard.
Ze geloven zelf dat ze enorm goed bezig waren, maar hoorden niet het verdriet dat ik wel hoorde en zag en dat neem ik hen kwalijk.
Ik geloof in liefde voor elkaar, in goedheid richting elkaar.
Niet dit.
Niet van een familie.

Maar zelfs daar zien zij een vijand.

Jammer echt…
Het zij zo.
Ik denk bij familie gewoon aan mijn jeugdjaren die goed waren en in liefde waren, niet, in wat het misschien wel was…en anders dan ik dacht.

Namasté

Simon & Garfunkel – The Sound Of Silence
Hello darkness, my old friend;
I’ve come to talk with you again.
Because a vision softly creeping
Left its seeds while I was sleeping,
And the vision that was planted in my brain
Still remains within the sound of silence.

In restless dreams I walked alone,
Narrow streets of cobblestone.
‘Neath the halo of a street lamp,
I turned my collar to the cold and damp
When my eyes were stabbed by the flash of a neon light
That split the night, and touched the sound of silence.

And in the naked light I saw
Ten thousand people, maybe more.
People talking without speaking,
People hearing without listening,
People writing songs that voices never shared.
And no one dared disturb the sound of silence.

“Fools,” said I, “You do not know
Silence like a cancer grows.
Hear my words that I might teach you,
Take my arms that I might lead you.”
But my words like silent raindrops fell,
And echoed in the wells of silence.

And the people bowed and prayed
To the neon god they made.
And the sign flashed out its warning,
In the words that it was forming.
And the sign said, “The words of the prophets
are written on the subway walls
And tenement halls, and whispered in the sounds of silence.”

https://www.songteksten.nl/songteksten/28475/simon—garfunkel/the-sound-of-silence.htm

Gerelateerde berichten