Het ezeltje

Er was eens een oude molenaar, deze molenaar had een ezeltje, een prachtig diertje, werkelijk waar. Als men de molenaar zag met het ezeltje, dromde men om hem heen om het diertje te aaien.

Iedereen had een mening over het diertje, de één zei dat de molenaar de hoefjes moest bijkappen, een ander zei dat hij de vacht moest insmeren met een speciale olie. En weer een ander zei dat het ezeltje speciaal voer moest krijgen.
De molenaar hoorde het allemaal gelaten aan, het ging prima met zijn ezeltje en het diertje was nooit ziek oid, hij liet de mensen dus maar begaan, want mensen weten het altijd beter dan een ander.
Maar op een dag werd het ezeltje wel ziek. De molenaar was wanhopig, wat kon hij doen voor zijn zieke diertje? Hij had zichzelf inmiddels behoorlijk verdiept na alle goedbedoelde raad van mensen, en wist inmiddels veel over ezeltjes te vertellen.
Maar dit keer moest hij naar de dierendokter om te vragen om hulp.

Nu men wist een prima dierendoktersbedrijf, in een dorpje verder op. Dat waren de beste dierendokters van het hele land. Ook de dokter zelf noemde de naam van deze dierendokter.

Het was een warme dag, de molenaar ging die dag vroeg op pad naar dat dichtstbijzijnde dorpje, het ezeltje sjokte achter hem aan, door de stoffige lanen in de vreselijk hete zon, maar lusteloos sloeg het ezeltje de vliegen weg met zijn staartje, en keek triest uit zijn oogjes. De molenaar gaf het ezeltje onderweg vaak wat water wat hij meegenomen had in zijn lederen waterzak.

Het diertje dronk weinig en wederom maakte de molenaar zich ernstige zorgen om zijn lieve dier.

Aangekomen bij het dorpje, moest de molenaar lang zoeken naar de dierendokter, maar deze bevond zich bij de bron van het dorp.

Vele mensen bevonden zich bij de bron, en iedereen sprak door elkaar.

De molenaar dacht aan al die mensen met al hun adviezen en wist dat het ditmaal ook weer zover zou komen.
De dierendokter een sluw mens zag meteen wat er aan de hand was met het ezeltje.
Maar het was werkelijk een pracht diertje en deze kans wilde hij niet laten varen.
Hij sprak wat ingewikkelde woorden uit die niemand begreep, hoewel de molenaar wel maar deze zei wijzelijk maar niets.
De dierendokter aaide over de prachtige hals van het ezeltje, keek in zijn bek, en zag dat er een ontstoken tand zat, welke hij snel zou kunnen genezen. Maar dat wilde hij niet doen, nee dit zou hij uitmelken. Het ziet er niet best uit molenaar zei de dierendokter en keek hem op zijn alleroprechtst aan, dit diertje dat, nu ja ik moet het bij mij houden.
De molenaar zuchtte eens diep, weet u het zeker?
Ja zeker, zei de dierendokter, ik denk niet dat ik hem kan genezen, hij heeft nog maar een paar dagen te leven hoor.
En weer had iedereen zijn mening over het prachtige diertje, het zal wel hoefrot zijn, of een wormenkolonie in zijn darmen. De molenaar nam bedroefd afscheid van zijn lieve ezeltje, kuste het op zijn snuitje, en vertrok met bezwaard hart.
Maanden later kwam de molenaar nog eens langs het dorp en zag hoe de dierendokter voorbij kwam op het ezeltje, welke nog leefde natuurlijk.

De molenaar rende achter de dierendokter aan en trok hem van het ezeltje.

Hij sloeg de dierendokter een paar keer flink op zijn neus, als dank voor al die maanden verdriet dankzij zijn leugens.

En de molenaar vertrok zielsgelukkig weer met zijn ezeltje richting huis.

Sindsdien wilde hij nooit meer iets aan horen van mensen en hun mening, want iedereen wist alles het beste met als resultaat dat men hem zijn geliefde dier ontnomen had.

Zover liet hij het nooit meer komen namelijk.

Nooit meer hij had geleerd.

 

©AngelWings

Facebooktwitterpinterestmail

Gerelateerde Berichten