Naastenliefde

Zelfliefde – in het licht van de bijbel
Photobucket

Inhoud van de studie – linken naar de hoofdstukken

1. De bijbel gaat er vanuit dat de mensen zichzelf liefhebben
2. Onze zelfliefde als norm voor het liefhebben van de naaste
3. In de bijbel staat geen enkele oproep om jezelf lief te hebben
4. Het probleem is eerder dat de mensen te veel van zichzelf houden
5. Zelfliefde is speciaal kenmerkend voor de mensen in de laatste dagen
6. Is alle zelfliefde zondig? Het verschil tussen zelfzorg en zelfzucht
7. Liefde gaat tegen zelfzucht in
8. Jezelf wegcijferen of voor jezelf kiezen?
9. Hoe zit het dan met assertiviteit?
10. Een bijbelse kijk op onszelf
11. Wat maakt ons tot wat we op dit moment zijn?
12. Blij zijn met jezelf?
13. Zelfbeeld: negatief, positief, realistisch
14. Zelfaanvaarding?
15. Spraakverwarring over zelfliefde
16. Zijn we het waard dat God ons liefheeft?
17. Is onze boodschap aan de mensen dat ze een parel in Gods hand zijn?
18. Moeten we onszelf eerst leren liefhebben voordat we een ander kunnen liefhebben?
19. De bron van de theorie dat we onszelf moeten leren liefhebben
20. Robert Schuller – de goeroe van de zelfliefde
21. Een ander evangelie

Zelfrespect, zelfacceptatie, een positief zelfbeeld, zelfliefde. Wat zegt de bijbel over deze dingen?

1. De bijbel gaat er vanuit dat mensen zichzelf liefhebben

Dat wordt simpelweg als een feit aangenomen. Ieder mens zorgt voor zichzelf. Wij voeden en koesteren b.v. allemaal ons eigen lichaam. Het is natuurlijk, aangeboren, om dat te doen.

“want niemand haat ooit zijn eigen vlees, maar hij voedt en koestert het” (Efeze 5:29)

2. Onze zelfliefde als norm voor het liefhebben van de naaste

De Bijbel zegt dat we dezelfde zorg die we voor onszelf hebben ook voor anderen moeten hebben. We moeten onze naaste lief hebben als onszelf.

“Gij zult de Here uw God liefhebben met geheel uw hart en geheel uw verstand. Dit is het eerste en grote gebod. Het tweede, daaraan gelijk is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten” (Mattheus 22:37-40)

De bijbel draagt ons op om God en de naaste lief te hebben, terwijl we zien dat de bijbel er vanuit gaat dat wij onszelf al liefhebben. Het liefhebben van onszelf wordt door God als norm gesteld voor de wijze waarop wij anderen behoren lief te hebben.

3. In de bijbel staat geen enkele oproep om jezelf lief te hebben

Nergens worden we in Gods Woord aangespoord om onszelf lief te hebben. Dat is ook logisch want, zoals we hierboven onder punt 1 hebben gezien, heeft ieder mens zichzelf van nature al lief.

Men probeert wel uit Matth. 22:37-40 en de parallelgedeelten te halen dat we onszelf moeten leren liefhebben (als een opdracht). Maar dat is alleen mogelijk als je iets in het bijbelgedeelte leest dat er niet staat. In deze verzen is slechts sprake van twee geboden: (1) God liefhebben en (2) je naaste liefhebben. De Here Jezus sprak over twee en niet over drie geboden.

“aan deze twee geboden” (Matth. 22:40)

4. Het probleem is eerder dat de mensen te veel van zichzelf houden

Een van de diepgewortelde zonden van de mensen is dat ze te veel van zichzelf houden. Ze zorgen wel voor zichzelf maar de zorg voor een ander schiet er vaak bij in. Ook zorgt men voor zichzelf ten koste van een ander.

“Het is duidelijk wat de werken van het vlees zijn … zelfzucht …” (Galaten 5:20)

“Weet wel dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen … want de mensen zullen zelfzuchtig zijn …” (2 Tim. 3:1,2)

Zelfzuchtig, dat wil zeggen, ze denken alleen aan zichzelf.

In de laatste tekst (2 Tim. 3:2) staat letterlijk in het Grieks dat de mensen zullen zijn ‘liefhebbers van zichzelf’ (philautoi).

Zo is het ook vertaald in de Staten Vertaling: “Want de mensen zullen zijn liefhebbers van zichzelf ..” In de King James Vertaling staat “lovers of self”.

5. Zelfliefde is speciaal kenmerkend voor de mensen in de laatste dagen

“Weet wel dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen: want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, …” (2 Tim. 3:1,2)

“Weet dit, dat in de laatste dagen ontstaan zullen zware tijden. Want de mensen zullen zijn liefhebbers van zichzelf ….” (2 Tim 3:1,2. St. Vert)

De apostel Paulus schrijft dat er in de laatste dagen, in de eindtijd, zware tijden zullen komen. Dat komt door het type mens dat zal ontstaan. Van de ‘mens van de eindtijd’ wordt als eerste kenmerk gegeven dat hij ‘een liefhebber van zichzelf’ zal zijn, zelfzuchtig, op zichzelf gericht.

Dit is de richting waarin de mens zich zal ontwikkelen. Het zit in elk zondig menselijk hart om egoïstisch en zelfgericht te zijn. Dat werd tot voor kort, zeker in de westerse wereld, nog in enige mate beteugeld door een goede opvoeding, het bij ieder mens aanwezige aangeboren besef van goed en kwaad, een overheid die het kwaad bestraft en door een in enige mate aanwezige natuurlijke liefde. Dat was speciaal het geval in landen die diepgaand door het evangelie en de bijbel waren beïnvloed. Zelfs de niet-christenen hanteerden vaak nog christelijke normen. Als er in een land veel werkelijk bekeerde mensen zijn die in de vreze des Heren wandelen dan heeft dat zijn invloed op het gehele maatschappelijke klimaat.

Deze remmende factoren die het egoïsme beteugelen verdwijnen meer en meer in de westerse cultuur. Een opvoeding die geen respect voor een ander meer overdraagt, een overheid die gedoogt en ook normloos is en niet optreedt, een geweten dat wordt dicht geschroeid. Een massale afval van het bijbelse christelijke geloof.

Tegelijkertijd komt er een ‘levensfilosofie’ op die zegt dat we voor onszelf moeten kiezen. Die beweert dat ons probleem is dat we juist te weinig van ons zelf houden, dat we te laag en te min over onszelf denken en dat we moeten kiezen voor onze eigen ontplooiing.

Er is een psychologische theorie ontwikkeld die stelt dat een mens eerst moet leren om zichzelf lief te hebben voordat hij goed kan functioneren, voordat hij anderen kan liefhebben. Die theorie veronderstelt dus dat veel mensen zichzelf niet liefhebben en dat ze daardoor niet goed functioneren. Met behulp van deze psychologische theorie kan een mens voor zichzelf, en tegenover anderen, rechtvaardigen (goed praten) dat hij voor zichzelf kiest. Zo wordt het geweten dat de andere kant opwijst tot zwijgen gebracht.

Het gaat met name om de radicaal humanistisch psychologische theorieën. Daarover later meer. De belangrijkste geestelijke ‘vaders’ zijn Abraham Maslov, Alfred Adler, Erich Fromm en Karen Horney. Hun inzichten zijn overgenomen door allerlei ‘christelijke’ psychologen en voorgangers. Vaak enigszins aangepast en opgetuigd met christelijke woorden.

Ook vanuit de momenteel wijd verbreide oosterse religieuze gedachten wordt het kiezen voor de eigen ontplooiing ondersteund.

De combinatie van het wegvallen van de remmende factoren en de nieuwe psychologische en religieuze leringen die het kiezen voor jezelf rechtvaardigen maakt de weg vrij voor een volle ontplooiing van het egoïsme van de mens. Het versnelt het ten volle openbaar worden van de door Paulus aangekondigde mens van de eindtijd.

Dit is zeker een teken dat de eindtijd vordert.

6. Is alle zelfliefde zondig? Het verschil tussen zelfzorg en zelfzucht

Er is niets mis met de natuurlijke drang om voor jezelf te zorgen. De bijbel keurt dat niet af.

Wat wordt afgewezen is de zelfzucht, het egoïsme, het egocentrisme.

De bijbel zegt: “een ieder lette niet slechts op zijn eigen belang maar ook op dat van anderen” (Filp. 2:3)

Er staat niet dat we alleen op het belang van anderen moeten letten. Het gaat om een balans. Het is op zich niet verkeerd dat we oog hebben voor het eigen belang. Maar daarnaast moeten we ook oog hebben voor het belang van anderen. Als we alleen op ons eigen belang letten bij het maken van onze keuzes dan zijn we egoïstisch, zelfzuchtig bezig.

7. Liefde gaan tegen zelfzucht in

“de liefde zoekt zichzelf niet” (1 Kor. 13:5)

Liefde zet het eigen belang opzij voor het belang van de ander. Dat betekent overigens niet dat we aan iedere wens van een ander behoren te voldoen, maar als er een werkelijk nood is dan moeten we, indien het in onze macht ligt, aan allen goed doen (Gal. 6:10).

Let op de innerlijke gezindheid van de Here Jezus. Hij heeft zijn leven in de heerlijkheid van de hemel opgegeven en is naar de aarde gekomen als mens waar schande en het kruis hem wachtten. Hij deed het om ons te redden, opdat een ieder die in Hem gelooft niet verloren ga. Die weg is niet gemakkelijk voor hem geweest. De Here Jezus zei op een bepaald moment “Hoe beklemt het mij” (Lucas 12:50). Denk aan zijn benauwdheid van ziel in de hof van Gethsemane. “En Hij werd dodelijk beangst en bad des te vuriger. En zijn zweet werd als bloeddruppels, die op de arde vielen” (Lucas 22:44). En aan het woord dat hij aan het kruis sprak “Mijn God, mijn God waarom hebt Gij Mij verlaten’ (Matth. 27:46). En toch is Hij vrijwillig en uit liefde deze weg gegaan.

O the deep, deep love of Jesus
Love of every love the best.

“Wij prijzen u God voor de komst van uw Zoon
die de heerlijkheid opgaf voor smaadheid en hoon”

“Hieraan hebben wij de liefde leren kennen dat Hij zijn leven voor ons heeft ingezet; ook wij behoren dan voor de broeders ons leven in te zetten. Wie nu in de wereld een bestaan heeft en zijn broeder gebrek ziet lijden, maar zijn binnenste voor hem toesluit, hoe blijft de liefde Gods in hem?” (1 Johannes 3:16,17)

8. Jezelf wegcijferen of voor jezelf kiezen?

Hier staan twee mensvisies tegenover elkaar.

8.1. De bijbelse mensvisie

De bijbelse die stelt dat wij als mens onze bestemming, en ons geluk, vinden in onbaatzuchtige dienst aan God en de naaste. Als wij onszelf verliezen in de dienst aan God en de naaste zal God Zelf voor onze belangen zorgen. Hij zal ons wat we nodig hebben ‘toewerpen’ (Math. 6:33, St. Vert.). Je vindt het ware geluk in de gemeenschap met God. We leven niet voor onszelf maar voor Christus, we leven niet voor ons eigen gemak en genoegen maar voor de zaak van Christus. Hier, op aarde, wacht ons het kruis, straks komt de heerlijkheid.

Echte liefde brengt, als het noodzakelijk is, offers voor het welzijn van de ander.

Zelfverloochening is een dagelijks element in het volgen van Jezus. Het gehoorzamen van de Here Jezus en het woord van God en het dienen van God en de naaste vragen dagelijkse zelfverloochening.

Je verloochent jezelf, letterlijk betekent dit dat je jezelf ontkent (loochent). Je kiest tegen jezelf, tegen je eigen natuurlijke wensen in, omdat gehoorzaamheid aan de Heer en de liefde tot anderen dit vragen.

Jezus zei: “Indien iemand achter Mij wil komen die verloochene zichzelf en neme dagelijks zijn kruis op en volge Mij. Want een ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar wie zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het behouden” (Lucas 9:23,24)

Op de weg van kruis en zelfverloochening verlies je je natuurlijke leven maar je zult het ware leven met God vinden en dat is een eeuwig leven. Dit kan betekenen dat je letterlijk je leven verliest, christenen in vele gebieden van de wereld hebben hier mee te maken. Het kan ook betekenen dat je net als Mozes de schatten van de wereld opgeeft voor de smaadheid van Christus. Het uit zich ook simpelweg in de keuzes die we dagelijks maken.

8.2 De humanistische mensvisie

Tegenover de bijbelse mensvisie staat de moderne radicaal humanistische mensvisie. Die stelt dat de mens zijn eigen doel is. Hij zal het geluk vinden door zichzelf te verwerkelijken, door zijn volle potentieel te ontplooien. Daarom moet hij voor zichzelf kiezen. Trouw blijven aan zichzelf. Zijn gevoel, zijn intuïtie volgen. Langs die weg zal hij het volle leven, en volgens sommigen de realisering van zijn eigen goddelijkheid, vinden.

Deze humanistische gedachtegang wordt tegenwoordig vaak verbonden met gnostische en Oosterse filosofische en religieuze gedachten: je moet in contact komen met je zogenaamde hogere ik, met het goddelijke in jezelf, dat is je bestemming, en daarom moet je voor jezelf en je eigen ontplooiing kiezen.

8.3. Het kontrast tussen de humanistische mensvisie en de bijbel

Er is al op gewezen hoe anders de weg is die Jezus is gegaan. Hij koos niet voor zichzelf. Hij zette zich, in gehoorzaamheid aan de Vader, uit liefde, in voor verloren mensen. “Hieraan hebben wij de liefde leren kennen dat Hij zijn leven voor ons heeft ingezet” (1 Johannes 3:16). Jezus zei: “Ik ben de goede herder. De goede herder zet zijn leven in voor zijn schapen … ” (Johannes 10:11)

Dezelfde Geest bezielde ook de apostel Paulus. Hij was vervuld met goddelijk liefde die hem drong tot het brengen van offers voor anderen. Hij schreef b.v. aan de christenen te Korinthe: “Ik voor mij zal zeer gaarne offers brengen, ja, mijzelf opofferen voor uw zielen.” (2 Kor. 9:15). Een offer kost je iets. Hij was bereid om zichzelf pijn te doen als dat het welzijn van de christenen in Korinthe zou bevorderen. Zie hoe ver zijn liefde ging. Hij was zelfs bereid om zichzelf op te offeren voor hun zielen.

Dat zei hij niet omdat de christenen uit Korinthe zo ‘aardig’ voor hem waren. Alhoewel de Korintiers geestelijke kinderen van hem waren wilden ze toch zijn gezag als apostel niet erkennen. In reactie daarop schreef Paulus onder meer het hierboven aangehaalde citaat.
Ik citeer nu de gehele tekst,: “Ik voor mij zal zeer gaarne offers brengen, ja, mijzelf opofferen voor uw zielen. Ontvang ik soms minder liefde naarmate ik u meer liefheb? Het zij zo.” (2 Kor. 9:15)

Let op het ‘het zij zo’. Wat jullie ook doen jegens mij, ik zal jullie blijven liefhebben en daarom offers voor jullie brengen.

8.4. Het christelijk ideaal

Het christelijk ideaal is dienen. Door de liefde gemotiveerd dienen van God en de ander.

“Dient elkander door de liefde.” (Galaten 5:13)

8.5. Dwaas of wijs?

Een zendeling die zijn carrière en een gemakkelijk bestaan opgeeft voor een vaak relatief armoedig leven van zwoegen in een andere cultuur. Buren die zorgen voor een oude zieke buurvrouw omdat ze niemand anders heeft, waardoor ze andere dingen niet kunnen doen. Je kunt je tijd en energie immers maar één keer besteden. Een christen die naast zijn dagelijks werk de taak van oudste op zich neemt, wat betekent dat hij heel veel van zijn vrije tijd inlevert. Arme christenen die een dag in de week vasten en het geld dat ze daarmee aan eten uitsparen geven voor steun aan de bijbelverspreiding onder vervolgde broeders en zusters. Een arme weduwe die haar hele leeftocht in de collectezak gooit (Marcus 12:41-43)? Wijs of dwaas? ‘Wie oren heeft die hore’

8.6. Je leven verliezen of behouden

Satan zegt: “handhaaf jezelf, kies voor jezelf, behoud je leven.” Toen de Here Jezus zijn discipelen voor het eerst begon te vertellen dat Hij de weg van het kruis en opstanding moest gaan zei de satan via Petrus dat hij deze weg niet moest gaan.

“Van toen aan begon Jezus Christus zijn discipelen te tonen, dat Hij … moest gedood worden … En Petrus nam Hem ter zijde en begon hem te bestraffen, zeggende dat verhoede God, dat zal U geenszins overkomen… doch Hij keerde zich om en zeide tot Petrus: Ga weg achter Mij, satan; gij zijt mij een aanstoot, want gij zijt niet bedacht op de dingen Gods maar op die der mensen.” (Mattheus 16:21-23)

De satan zegt: ‘niet het kruis’, ‘geen zelfverloochening’, ‘niet je leven verliezen’, ‘red jezelf’, ‘kom af van het kruis’.

Hij bood de Here Jezus een weg aan om koning te worden met vermijding van het kruis (Matth. 4:8-10). Het enige wat Jezus daarvoor moest doen was de satan aanbidden.

De reactie van Petrus was zelfs religieus. Hij zei: ‘Dat verhoede God’. De Here Jezus legde uit dat de woorden van Petrus aansluiten bij de menselijke denkwijze en niet bij de goddelijke. “gij zijt niet bedacht op de dingen Gods maar op die der mensen”

Er is ook nu een vorm van godsdienst die het kruis, die de zelfverloochening, vermijdt. De Here Jezus heeft gezegd dat je alleen zijn discipel kunt zijn als je dagelijks je kruis opneemt en je zelf verloochent (Lucas 9:23,24). Maar de aanhangers van deze ‘evangelische’ vorm van eigenwillige godsdienst zeggen dat je via een prettig leven naar de hemel kunt gaan. Jezus volgen en tegelijkertijd van het leven genieten, Jezus volgen en nog prettiger leven dan in je tijd zonder Hem. Want Jezus gaat je stress wegnemen en andere goede dingen voor je doen. Deze boodschap heeft veel succes bij de mensen. Je kan er kerken mee vullen en gemeenten mee doen groeien.

De duivel fluistert altijd weer in om te kiezen voor de eigen ontplooiing. Dat deed hij ook bij Adam en Eva. Hij wees hen er op dat ze hun volle potentieel nog niet hadden bereikt. Ze konden, volgens hem, goddelijk worden als ze zouden leren om voor zichzelf en hun eigen belang te kiezen en het gebod van de Heer te negeren (Genesis 3:1-6). Volgens de satan zou het eten van de boom der kennis van goed en kwaad nieuw inzicht (gnosis) brengen: “ten dage dat gij daarvan eet zullen uw ogen geopend worden” (geopende ogen, verlichting). Het gevolg was dat ze zich verder zouden ontplooien: “en gij zult als God zijn”.

De boodschap van God staat daar recht tegenover. God zegt: “verloochen jezelf, verlies je leven, dan zul je het echte leven vinden.”

“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij op zichzelf, maar indien zij in de aarde valt en sterft, brengt zij veel vrucht voort. Wie zijn leven liefheeft maakt dat het verloren gaat, maar wie zijn leven haat in deze wereld, zal het bewaren ten eeuwige leven ……Indien iemand Mij dienen wil, de Vader zal hem eren. Nu is mijn ziel ontroerd, en wat zal Ik zeggen? Vader verlos Mij in deze ure! Maar hiertoe ben ik in deze ure gekomen. Vader verheerlijk uw naam!’ (Johannes 12:24-28)

Zie, wat de Here Jezus bad. Hij bad niet ‘verlos Mij’, maar ‘Vader verheerlijk uw naam’.

Ook de apostel Paulus en zijn medewerkers zijn de weg van het sterven gegaan. Zie, wat hij daarover schreef in.

“Maar wij hebben deze schat in aarden vaten, zodat de kracht die alles te boven gaat, van God is en niet van ons: in alles zijn wij in de druk, doch niet in het nauw; om raad verlegen, doch niet radeloos; vervolgd, doch niet verlaten; ter aarde geworpen, doch niet verloren; ten allen tijde het sterven van Jezus in het lichaam omdragende, opdat ook het leven van Jezus zich in ons lichaam openbare. Want voortdurend worden wij, die leven, aan de dood overgeleverd, om Jezus wil, opdat ook het leven van Jezus zich in ons sterfelijk vlees openbare. Zo werkt dan de dood in ons, doch het leven in u” (2 Kor. 4:7-12)

Ten allen tijde het sterven van Jezus in het lichaam omdragende. Voortdurend worden wij, die leven, aan de dood overgeleverd. Zo werkt dan de dood in ons.

Paulus had zijn mond kunnen houden en ergens het rustige bestaan van een tentenmaker kunnen leiden. In plaats daarvan volgde hij de leiding van de Heer en, zie, wat voor een leven dit hem bracht. In de druk, om raad verlegen, vervolgd, ter aarde geworpen. Gehoorzaamheid bracht Jezus aan het kruis (Filp. 2:8), het zal, net als bij Paulus, ook in ons leven het kruis brengen. Maar dan zal ook voor ons het “doch niet in het nauw, doch niet radeloos, doch niet verlaten, doch niet verloren” een realiteit zijn. Met als gevolg “zo werkt dan de dood in ons, doch het leven in u.”

9. Hoe zit het dan met assertiviteit?

Kiest een christen nooit eens voor zichzelf?
Komt een christen dan nooit voor zichzelf op?

Voor jezelf kiezen?

Het is een kwestie van balans. “Ieder lette niet slechts op zijn eigen belang maar ook op dat van anderen” (Filp. 2:3) zegt de apostel Paulus. Het is niet onchristelijk om ook op het eigen belang te letten. Het gaat hier om de normale zelfzorg.

Normaal gesproken moet je in alles de bijbelse balans in acht nemen. Ieder mens heeft b.v. tijd nodig om op adem te komen. God heeft de balans van zes dagen werk en een dag ‘adem scheppen’ ingesteld. Het is wijs daar rekening mee te houden, ook al is er een overvloed aan werk. Je moet af en toe tijd nemen om te ontspannen. Alleen onder directe leiding van de Heer moet je daar van afwijken.

Zo moet je niet alleen met de behoefte aan rust en ontspanning maar ook met de andere legitieme behoeften omgaan.

God dwingt niet altijd tot het brengen van offers. Sommige offers zijn vrijwillig. Dan mogen we zelf bepalen tot hoever we gaan.

Ik heb het over een offer dat ons iets kost, dat zelfverloochening vraagt, dat pijn doet aan de natuurlijke mens. Neem b.v. het geven van geld aan het werk van de Heer, b.v. aan zending, evangelisatie, ondersteuning van mensen in nood, etc. Hoeveel moeten we geven? Geven we van onze overvloed of van ons gebrek? Als we geven raakt dit dan onze levensstijl, moeten we onszelf er dan iets voor ontzeggen?
Dit zegt Gods woord er over: “Een ieder doe, naardat hij zich in zijn hart heeft voorgenomen, niet met tegenzin of gedwongen, want God heeft de blijmoedige gever lief.” (2 Kor. 9:7)
God geeft ruimte voor eigen keuzes. “Een ieder doe naardat hij zich in zijn hart heeft voorgenomen”. En toch is er ook de aanmoediging en aansporing van de Heer. “Bedenkt dit: wie karig zaait, zal ook karig oogsten, en wie mildelijk zaait, zal ook mildelijk oogsten.” (2 Kor. 9:6) en “God heeft de blijmoedige gever lief” (2 Kor. 9:7b)

Ik denk niet dat we, als we aankomen in de hemel, het zullen betreuren dat we offers voor de Heer hebben gebracht.

Voor jezelf opkomen?

Christelijk liefde betekent niet dat we iedereen ‘het naar de zin’ moeten maken en dat we de verplichting hebben om ieder te helpen die een beroep op ons doet. We moeten ons, in wat we doen, laten leiden door de Heer. Dat betekent dat wij als christenen ook geregeld ‘nee’ zullen moeten zeggen. En dat we soms grenzen moeten stellen. Of ons, zoals Jezus deed, bij momenten aan dingen onttrekken. Hij zorgde voor rust door af en toe naar eenzame plaatsen te gaan, of tot buiten het gebied van Israël te reizen, of ook wel door per schip het meer van Galilea over te steken. Hij had het bij momenten zo druk dat er geen tijd was om te eten daarom waren zulke maatregelen nodig.

Je mag als christen aandacht vragen voor eigen problemen, in redelijkheid ruimte voor jezelf vragen, hulp vragen, aanspraak maken op dingen waar je recht op hebt. Als dat maar in de goede gezindheid gebeurt.

Een aantal mensen, waaronder christenen, kan heel moeilijk ‘nee’ zeggen of anderszins op een gezonde manier voor zichzelf opkomen. Dat is vaak het gevolg van vrees voor mensen en een gebrek aan sociale vaardigheid. Vrees voor afwijzing, agressie. Vrees voor isolement of verlies van steun als ze niet doen wat de ander wil. Soms hebben ze ook een verkeerd beeld van christelijke liefde.

Dit moet serieus worden genomen en deze mensen behoren geholpen te worden om hierin vrij te worden. De waarheid van Gods woord zal ook hier vrij maken. Ze moeten leren doen wat redelijk is, zonder mensenvrees, in vertrouwen op de Heer.

In een ander verband zei Paulus dat we als dienstknechten van de Heer geen mensenbehagers moeten zijn. Dat geldt eigenlijk altijd, in elke situatie. Dit kun je ook toepassen op het vraagstuk van de assertiviteit.

10. Een bijbelse kijk op onszelf

We hebben allemaal een bepaalde kijk op onszelf. Dat wordt zelfbeeld genoemd.

Wat heeft de bijbel over dit onderwerp te zeggen? Wat zegt de bijbel over ieder van ons?
Ik ga er nu vanuit dat we tot geloof zijn gekomen.

10.1. Hoe moeten we ons zelf zien in het licht van de bijbel?

Van belang zijn de volgende drie dingen:

1. We zijn schepselen van God
2. We zijn ‘gevallen’ schepselen
3. In Christus zijn we nieuwe schepselen

Ons bestaan is gestempeld door de gevolgen van drie grote gebeurtenissen. Als eerste de schepping, ten tweede de zondeval en ten derde de verlossing in Christus.

De mens is geschapen naar het beeld van God. Ook na de zondeval dragen we als mensen nog, zij het in beperkte zin, het beeld van God (Jakobus 3:12). God is een persoon. een iemand, wij zijn het ook.
Daarnaast is ons bestaan getekend door de gevolgen van de zondeval. We hebben een zondige natuur, een hart dat arglistig is, dat geneigd is tot alle kwaad. De bijbel noemt dat ‘het vlees’.
We zijn nog steeds ‘vlees verkocht onder de zonde’ (Romeinen 7:14). We lijden nog onder de vergankelijkheid ons lichaam is niet volmaakt en vergaat.
Maar het is even waar dat we in Christus reeds een nieuwe schepping zijn (2 Kor. 5:17). We zijn zonen van God door het geloof in Jezus (Gal. 3:26), ons lichaam is een tempel van de Heilige Geest (1 Kor. 6:19), we zijn door God geliefde broeders en zusters, erfgenamen van God (Rom. 8:17), bestemd voor de troon (Openb. 3:21; 2 Tim. 2:12). De verlossing van het lichaam komt er aan (Filp. 3:20,21).

10.2. Gemengde gevoelens

Een nuchtere kijk op onszelf zal daarom gemengde gevoelens opleveren. Daar is immers nog steeds het vlees met zijn ‘peilloze’ verdorvenheid in ons. Al is het reeds in Christus kruis geoordeeld (Rom. 8:3) en zal het uiteindelijk weggedaan worden. Nog steeds is er ‘de zuiging en verlokking van onze eigen begeerte’ (Jak. 1:14). Die realiteit zal altijd blijven zolang we hier op aarde leven. Daarom zegt de apostel Johannes ook dat niemand kan zeggen dat hij zonder zonde is (1 Johannes 1:8,10). Maar aan de andere kant is er het geweldige dat God in Christus met ons gedaan heeft. We zijn kinderen van God door het geloof in Jezus, de Geest van God woont en werkt in ons, nu al.

10.3. Samenvattend

Ik ben:

+ Een schepsel van God

Ik ben een schepsel van God.
Beelddrager van God.
Uniek, enig, in mijn individualiteit.
Door God gewild, God wilde iemand zoals mij.
Ik ben door God bedacht.
Bestemd om in gemeenschap met God te leven
Bestemd om met God samen te werken en Hem te dienen.

(Gen. 1:26,27; Jak. 3:12; Gen. 2:19,20)

+ Een door de zonde bedorven schepsel

Ik ben een zondaar van nature
Vlees verkocht onder de zonde.
Mijn hart is arglistig, geneigd tot alle kwaad.

(Rom. 5:19, Rom. 7:14-23; Jer. 17:9)

Mijn lichaam is sterfelijke en vergaat.

Voor hen die niet in Jezus geloven geldt ook nog eens:
Ik ben strafwaardig.
Onder de toorn Gods.
Vervreemd aan het leven Gods.
Op weg naar het oordeel en de tweede dood.
Slaaf van mijn hartstochten en begeerten.

(Rom. 3;19; Johannes 3:36; Efeze 4:18; Titus 3:3)

+ Een nieuwe Schepping

Ik ben in Christus een nieuwe schepping
Wedergeboren door Gods Geest.
Mijn lichaam is een tempel van de Heilige Geest.
Ik ben met Christus gestorven, opgewekt en gezeten in de hemelse gewesten.
De zondige oude natuur is reeds geoordeeld in het kruis van Christus.
Door de Geest kan ik reeds de werkingen van zondige natuur doden, er is overwinning.
Ik ben door het geloof een kind van God geworden
Ik ben een door God geliefde broeder.
God heeft mij gezegend met allerlei geestelijke zegeningen in de hemelse gewesten.
God heeft mij begiftigd met grote en kostbare beloften
God heeft me geestelijke gaven geschonken.
Ik ben een medewerker van God, God heeft iets voor me te doen.
God heeft een plan met mijn leven.
Een taak waarin ik Hem kan dienen en verheerlijken op aarde.
Ik ben geroepen tot gemeenschap met de Zoon.
Ik ben bestemd voor de troon.
Ik ben een erfgenaam van God
Ik ben een getuige van Christus
God vormt mij naar het beeld van zijn Zoon.
Ik ben tot lof van de heerlijkheid van Gods genade.
God toont en demonstreert in mij de grootheid van zijn genade.

(2 Kor. 5:17 / Johannes 1;12,13; 3:3,6; Titus 3:5 / 1 Kor. 3:16, 6:19 / Efeze 2:4-6; Gal. 2:20; Rom. 6:6 / Rom. 8:3 / Rom. 8:13 / Gal. 3:26; Rom 8: 14-16 / Rom. 5:8 / Efeze 1:3 / 2 Petrus 1:4 / 1 Kor. 12:7 / Efeze 2:10 / 1 Kor. 1:9 / Openb. 3:21; 2 Tim. 2:12 / Rom. 8:17 / Hand. 1:8 / Rom. 8:28,29 / Efeze 1:12)

10.4. Noodzaak van evenwicht

Voor een evenwichtig beeld van onszelf moeten alle drie de dingen meegenomen worden. Het is niet goed als er teveel nadruk op één onderdeel wordt gelegd. Er zijn b.v. kringen waarin men zich vooral ziet als zondig mens. Als tegenreactie zijn er weer kringen waar men alleen benadrukt dat men een nieuwe schepping is. We moeten de bijbelse balans in acht nemen.

11. Wat maakt ons tot wat we op dit moment zijn?

Allereerst de drie grote kernwaarheden die hierboven zijn behandeld: Ik ben een schepsel van God, ik heb een zondige natuur en heb een sterfelijk lichaam, ik ben een nieuwe schepping en mag leven en dienen uit de kracht van God, ik ben op weg naar de troon.

We zijn verder gevormd door allerlei keuzes die God voor ons heeft gemaakt: Ons geslacht en allerlei andere lichamelijke kenmerken en ons aangeboren temperament. De plaats waar we geboren zijn. De omstandigheden waaronder we opgegroeid zijn. Allemaal zaken waar we geen invloed op hebben.

We zijn ook gevormd door alles wat we meegemaakt hebben, ons verleden, onze ervaringen. Door wat God heeft uitgekozen of toegelaten. Van invloed zijn ook de eigen keuzes die we in het verleden hebben gemaakt.

Dat alles heeft ons gemaakt tot de persoon wie we nu zijn.

12. Blij zijn met jezelf?

12.1. Wil de bijbel dat de we blij zijn met ons zelf?

Daar wordt niet direct de nadruk op gelegd. Toch mogen we blij zijn dat God ons gewild heeft, dat Hij ons bedacht heeft. Blij zijn dat Hij er een welbehagen in heeft gehad om ons te maken. En bovenal kunnen we ons als gelovigen verheugen dat God naar ons heeft omgezien in Christus Jezus en dat we nu in Christus een nieuwe schepping zijn.

Ik denk dat blij niet helemaal het juiste woord is. Dankbaarheid is meer gepast. Dankbaarheid jegens de Here die ons gewild heeft en die ons ook heeft verlost. Het is natuurlijk wel zo dat dankbaarheid altijd gepaard gaat met blijdschap.

We mogen ook blij en dankbaar zijn voor ons leven. Het leven is zinvol omdat God ons gewild heeft, Hij heeft ons lief en heeft iets voor ons te doen. Hij bemoeit zich actief met ons leven. Hij wil ons leiden door zijn Geest.

12.2. Hoe zit het met trots zijn op jezelf?

Dat is vanuit de bijbel gezien niet juist en terecht. Want uiteindelijk is alles genade. “Wat hebt gij dat gij niet ontvangen hebt’. Onze kroon behoort aan de voeten van de Here Jezus geworpen te worden. Ook hier past dankbaarheid. En verwondering over de ons betoonde genade.

Romeinen 11:32.
Er is niets te roemen. God heeft allen onder de zonde besloten om zich daarna over allen te ontfermen.

12.3. Roemen in je hoogheid!

Jakobus spreekt over armoede en rijkdom. De armen worden vaak opzij geschoven en geminacht. De rijken zijn nog al eens hoogmoedig. Zij hebben het, zo denken ze, gemaakt. Ze denken dat ze in eigen kracht staan. Jakobus zegt tegen beide groepen wat ze moeten doen.
“Laat de geringe broeder roemen in zijn hoogheid, maar de rijke in zijn geringheid, want als een bloem in het gras zal hij vergaan. ….” (Jakobus 1:9-11)

Armen zijn voor de wereld niets maar volgens de bijbel zijn het erfgenamen van het koninkrijk van God (Jak. 2:5).

12.4. Positief over jezelf denken?

Moeten we dat doen? Is dat belangrijk?

13. Zelfbeeld : negatief, positief, realistisch

Tegenwoordig wordt vaak het belang ‘gepredikt’ van het hebben van een positief zelfbeeld. Wat we echter nodig hebben is een realistisch zelfbeeld. Ons zelfbeeld moet overeen komen met de werkelijkheid. We moeten onszelf zien zoals we werkelijk zijn.

Welk beeld hebben we van onszelf? Komt dat overeen met de werkelijkheid? Kennen we onszelf? Hebben we ontdekt wat onze natuurlijke en geestelijke mogelijkheden en beperkingen zijn? Daar gaat meestal tijd over heen. Kennen we de afgrond van ons eigen boze hart? Weten we wie we in Christus zijn? Weten we vanuit de bijbel wat de zin van ons leven is?

14. Zelfaanvaarding?

14.1. Er staat in de bijbel geen oproep tot zelfaanvaarding

Velen dringen er tegenwoordig op aan dat we onszelf moeten aanvaarden. Ook deze aansporing vinden we niet in de bijbel terug. Nergens worden we in de Schrift opgeroepen om onszelf te aanvaarden.

14.2. God heeft ons aanvaard en daarom moeten we elkaar aanvaarden

Er staat wel dat God ons aanvaard heeft en dat we elkaar als christenen moeten aanvaarden (Rom. 15:7). Dat laatste betekent dat we elkaar niet af moeten wijzen als er meningsverschillen over niet essentiële punten bestaan (Rom. 14:1-6).

In Romeinen 15:7 gaat het niet over zelfaanvaarding. Het gaat daar om het elkaar aanvaarden van christenen uit verschillende achtergrond. Het gaat om christenen uit joodse en uit een heidense achtergrond. De joodse christenen hielden nog vast aan bepaalde elementen van de joodse ceremoniële wet, de christenen uit de heidenen deden dat niet (Rom. 14:1-6). De joodse christenen stelden b.v. nog steeds de ene dag boven de andere. De christenen uit heidense achtergrond deden dat niet.
Het gevolg was dat joodse christenen de christenen uit heidense achtergrond veroordeelden, omdat ze hun inzichten niet volgden, en dat de christenen uit de heidenen de joodse christenen minachtten omdat die zichzelf nog gedeeltelijk onder de wet stelden. Paulus schrijft dat ze elkaar in deze bijzaken moesten verdragen en aanvaarden.

Rom. 15:7 kan dus niet aangevoerd worden als ondersteuning van de bewering dat wij onszelf zouden moeten aanvaarden. De tekst heeft niets met dit onderwerp te maken.

14.3 . Gebrek aan zelfaanvaarding? Tevreden zijn.

Een tegenwoordig vaak gehoorde stelling is dat veel mensen, en ook veel christenen, zichzelf zouden afwijzen. Ze hebben een hekel aan zichzelf, ze aanvaarden zichzelf niet. Ze vinden zichzelf b.v. te dik of juist te dun, ze vinden zichzelf te dom, te zondig, te onbetekenend of wat dan ook. Het komt er op neer dat ze niet tevreden zijn met zichzelf.

Er zijn inderdaad veel mensen die niet tevreden zijn over zichzelf. De oplossing is, zo leert men, dat we onszelf moeten leren aanvaarden. Dat we moeten leren om onszelf lief te hebben. Dat we onszelf onvoorwaardelijke moeten accepteren.

Wat is echter bijbels gezien de oplossing?

De bijbel zegt: “Weest tevreden met wat gij hebt” (Hebr. 13:4)

Godsvrucht brengt groot gewin, maar alleen als ze gepaard gaat met tevredenheid.
“indien zij gepaard gaat met tevredenheid” (1 Tim. 1:6)

Gods woord zegt dat we tevreden moeten zijn met wat God ons toebedeelt in dit leven. Dat geldt op materieel gebied. Daar gaan de hierboven genoemde teksten in de eerste plaats over. Maar het geldt voor elk gebied. We moeten ook tevreden zijn met onze natuurlijke eigenschappen en onze geestesgaven. Niet ieder krijgt evenveel talenten en mogelijkheden. Evenzeer moeten we tevreden zijn met de omstandigheden waarin we ons bevinden, al mogen we onze wensen in gebed bij God bekend maken (Filp. 4:6) en ons best doen om ze te verbeteren.

God staat ook boven ons verleden, boven alles wat we beleefd hebben. Voor Gods kinderen geldt dat uiteindelijk alles meewerkt ten goede (Rom. 8:28). Alles wat ons is overkomen werkt mede ten goeden. En dat is ook zo voor ons op dit moment overkomt, en nog zal overkomen. Alle dingen werken er aan mee dat we veranderd worden naar het beeld van Gods Zoon (Rom. 8:28,29). Dat is een belangrijk doel waar God naar toe werkt in ons leven.

Er zijn echter ook dingen waar we niet tevreden mee moeten zijn en waarin we onszelf niet moeten accepteren. We moeten b.v. de zonde niet accepteren.

14.4. Dingen waarbij we ons niet mogen neerleggen

Er zijn zaken waar we volgens de bijbel naar moeten jagen. Dingen als heiligheid, liefde en het volkomene. Daar moeten we ons naar uitstrekken met alles wat in ons is. Let op het woord ‘jagen naar’ dat de bijbel gebruikt, dat is een intens woord. We mogen niet tevreden zijn met hoe we op dit moment zijn.

“jaagt de liefde na” ( 1 Kor. 14:1)

“jaagt naar … de heiliging” (Hebr. 12:14)

“Dood de leden die op aarde zijn .. en doet aan ..” (Kol. 3:5,12)

“Leg dan af alle …” (1 Petrus 2:1)

“Laten wij ons reinigen van alle bezoedeling des vlezes en geestes, en zo onze heiligheid volmaken in de vreze Gods” (2 Kor. 7:1)

“Niet dat ik het reeds verkregen zou hebben of volmaakt zou zijn, maar ik jaag ernaar, of ik het ook grijpen mocht, omdat ik ook door Christus gegrepen ben. Broeders, ik voor mij acht het niet, dat ik het reeds gegrepen heb, maar een ding doe ik, vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen voor mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods die van boven is, in Christus Jezus ..… maar hetgeen wij bereikt hebben, in dat spoor dan ook verder.” (Filippenzen 3:12,13)

Paulus strekte zich uit naar volmaaktheid: “ik jaag er naar”.

14.5. Maar God heeft ons toch aanvaard?

God heeft ons inderdaad aanvaard, Hij heeft ons aangenomen als zijn kinderen, maar Hij is wel bezig om ons te veranderen. Hij is zeker niet tevreden met zonde in ons leven. En wij moeten daar ook niet tevreden mee zijn en ons bij die zonden neerleggen. Hij wil de vrucht van de Geest (Gal. 5:22) in ons zien.

God heeft ons rechtvaardig verklaard op grond van ons geloof in zijn Zoon (Rom. 3:21-28; 4:4,5; 5:1). In Christus zijn we nu al rechtvaardig en heilig. Zo benadert God ons.
De bijbel zegt dat we reeds heilig zijn. Dat is onze positie. Die positie moet uitgewerkt worden in onze wandel. Vandaar de oproep om de zonde af te leggen.

Van de Here Jezus zegt de Schrift dat Hij een tegemoetkomende Hogepriesters is die kan medevoelen met onze zwakheden (Hebr. 4:15,16). Maar als wij als christenen koppig zijn en bewust tegen de richtlijnen van Gods woord ingaan en blijven zondigen zal God ons tuchtigen. Dat gedrag accepteert Hij niet. De bedoeling van die tuchtiging is dat wij tot inkeer komen en ons afkeren van zondige praktijken (Hebr. 12:6-10; 1 Kor. 11:30-32).

Er zijn mensen die spreken over ‘Gods onvoorwaardelijk liefde’ of over ‘Gods onvoorwaardelijke aanvaarding’. Deze uitdrukkingen zijn niet in de bijbel te vinden. De Here Jezus had b.v. de hoeren en tollenaars wel lief maar Hij had ze niet onvoorwaardelijk lief. Hij accepteerde hen niet onvoorwaardelijk. Hij was bewogen over hen en ging met hen om maar Hij verwachtte wel van hen dat zij zich zouden afkeren van hun zondige wandel. Hij riep op tot bekering, omkering, afkeren van de zonde. Tegen de op overspel betrapte vrouw zei Hij: ‘zondig niet meer’ (Joh. 8:11). En als mensen zich niet wilden bekeren sprak de Here Jezus uiteindelijk een ‘wee u’ uit. ‘Wee u Chorazin, wee u Bethsaida” (Matth. 11:21)

15. Spraakverwarring over zelfliefde

Hierboven zijn zelfliefde, zelfzorg, zelfaanvaarding besproken.

In populaire christelijke literatuur en prediking wordt het begrip zelfliefde meestal gebruikt zonder dat men het definieert. Het wordt niet omschreven. Men zegt niet wat men er mee bedoelt. Het gevolg is spraakverwarring.

Wordt er zelfacceptatie mee bedoelt? Gaat het om onvoorwaardelijk zelfacceptatie? Of bedoelt men er zelfzucht mee? Of gaat het om de normale zelfzorg?

16. Zijn we het waard dat God ons liefheeft?

Ook deze gedachte gaat rond in evangelische kringen. Het onderwijs dat God ons liefheeft omdat we het waard zijn.

Wat wordt er wordt er eigenlijk met deze uitspraak bedoeld? Wordt er mee bedoeld dat we het verdiend hebben dat God ons liefheeft? Of dat we zo kostbaar zijn in onszelf dat het eigenlijk logisch is dat God ons liefheeft en ons heeft gered? Want zoiets kostbaars kon God natuurlijk niet verloren laten gaan. De mens is zo prachtig dat het eigenlijk vanzelfsprekend is dat God voor die mens alles over heeft gehad, zelfs tot het zenden en overgeven van zijn eigen Zoon toe?

Wat zegt de bijbel hierover?

16.1. Als Schepsel van God zijn we in zekere zin waardevol

God heeft ons gemaakt, God heeft ons gewild. Dat maakt ons waardevol in Gods ogen.

16.2.Door de zonde zijn we waardeloos geworden

Wat heeft God nog aan een schepsel dat zijn doel mist? Wat heeft God aan een opstandeling? Aan mensen die door en door verdorven zijn. Die Hem krenken, die Hem op het hart trappen, die zijn terechte toorn verdienen. Schepselen die zich gedragen als vijanden.

“toen wij vijanden waren” (Rom. 5:10)
“Ook u, die eertijds vervreemd en vijandig gezind waart blijkens uw boze werken”
(Kol. 1:21)

16.3.Toch heeft God ons liefgehad

Het is een feit dat God ons liefheeft. De bijbel spreekt over de mensenliefde van God (Titus 3:4). God heeft de wereld zo lief gehad dat hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft opdat een ieder die in Hem gelooft niet verloren ga (Johannes 3:16).

16.4. Waarom heeft God ons liefgehad?

Niet om een reden in onszelf maar omdat Hij genadig is. God is goed voor mensen die het niet verdienen. Zo is God, zo is Hij, dat ligt in zijn wezen, in Zijn karakter. Genade is een karaktertrek van God.

Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden (Matth. 5:45)

De bijbel verklaart dat God genadig is. God zegt het van zichzelf.
(Psalm 116:5, 145:8, Jer. 3:12, Nehemia 9:17,31, etc.)

Wat is eigenlijk genade? Het is allereerst een eigenschap van God. God is genadig. Zo is God. Het is een houding. Die houding uit zich in allerlei daden van genade. Je kunt daarom ook zeggen dat genade Gods onverdiende goedheid jegens zijn schepselen is. Genade betekent om niet, gratis, onverdiend. We zijn b.v. door genade behouden (Efeze 2:8,9). Dat betekent dat we het zelf niet verdiend hebben en dat we het toch gekregen hebben.

‘Je hebt het niet verdiend, integendeel juist.
Je bent het niet waard.
Je hebt er geen recht op.
En toch geeft God het je.’
Dat is genade.

God zag de ellende waarin de mens verkeerde en dat wekte zijn erbarming op. God is een ontfermer, nood raakt zijn hart. En alhoewel de mens het niet verdiende heeft God toch naar hem omgezien omdat Hij genadig is. Omdat Hij goed is voor hen die het niet verdienen.

16.4.Onbegrijpelijke genade (Amazing Grace)

Gods liefde voor de zondige mens is onbegrijpelijk.

Hoe beter we de diepte van de verdorvenheid van ons eigen hart leren kennen hoe meer we beseffen dat het volstrekt onbegrijpelijk is dat de heilige God naar een zondig mens als ons heeft omgezien. We zijn zwart van de zonde. Hoe meer Gods ontdekkende licht op ons leven valt des te meer zal dit tot ons doordringen.

Dan zullen we met Petrus uitroepen: ‘Ga uit van mij, want ik ben een zondig mens, Here’ (Lucas 5:8). En met Jesaja: “Wee mij want ik verga want ik ben een man onrein van lippen” (Jesaja 6:5). Een openbaring van de heiligheid van God deed hen hun zondigheid beseffen.

Gods heiligheid had ons allang moeten verteren. God is te rein van ogen om het kwaad te zien (Habakuk 1:3). Onze God is een verterend vuur en wie kan verkeren bij een verterend vuur? (Deut. 4:24; Hebr. 12:29; Jesaja 33:14). En toch worden we niet verteerd.

Het onbegrijpelijke en goede nieuws is dat Gods heiligheid ons niet verteert omdat we bekleed zijn met de gerechtigheid van de Here Jezus. Een gerechtigheid die niet uit onszelf komt maar die ons is toegerekend. “Wij dan gerechtvaardigd door het geloof hebben vrede met God” (Rom. 5:1).

We hebben ons recht op al Gods zegeningen duizendmaal verzondigd. Wat hebben we nog te zeggen? En toch schenkt God ons om Jezus wil genade op genade.

Het is alles Genade, onverdiende goedheid van Gods kant.

Het is genade dat we God hebben gevonden. Niet wij hebben God opgezocht maar God heeft ons opgezocht. Jezus heeft op de deur van ons hart geklopt. Hij heeft ons getrokken. Het is genade dat Hij bleef kloppen ook toen wij niet direct open deden. Je hart staat stil als je bedenkt dat Hij ook weg had kunnen gaan, maar Hij heeft het niet gedaan. ‘Duizend, duizend maal, o Heer, zij u daarvoor dank en eer’.
Het is genade dat wij nog staan in het geloof. Ons geloof is niet bezweken omdat Jezus als onze hogepriester voor ons bidt. Wij dwaalden soms af, maar God riep ons terug. Wij zondigden, maar God wees ons op het bloed van zijn zoon. Wij werden beproefd, maar God redde ons uit. Eben Haezer, tot hiertoe heeft de Here geholpen. Het zijn de barmhartigheden des Heren dat wij niet omgekomen zijn. Diezelfde genade zal ons ook verder dragen en thuis brengen.

Amazing grace that saved a wretch like me

16.6. God maakt zijn genade in ons groot

Als christenen zijn wij ‘tot lof van de heerlijkheid van zijn genade’

“In liefde heeft Hij ons tevoren er toe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil, tot lof van de heerlijkheid zijner genade, waarmede Hij ons begenadigd heeft in de geliefde.” (Efeze 1:5,6)

God neemt een verdorven mens, een mens die niets dan de eeuwige straf verdient. Hij roept die mens, Hij trekt hem tot Zich, Hij vernieuwt hem, Hij leidt hem door het leven en tenslotte zet Hij hem met zijn Zoon op de troon.

Daarin toont God zijn genade. Uit de bijbel zien we dat God bezig is om zichzelf te verheerlijken in al zijn werken. In zijn daden van onverdiende goedheid (genade) laat hij de grootheid van zijn genade zien. In zijn oordelen over mensen die zich niet willen bekeren en in gevallen engelen die zich tegen Hem verzetten toont Hij zijn heiligheid en rechtvaardigheid. In ons, die behouden worden, toont God dus zijn genade. Wij zijn, als christenen, een demonstratie, een proeve, van Gods genade. In ons demonstreert God hoe groot en heerlijk (geweldig) zijn genade is.

Als je een schilderij ziet dan toont dat iets van de schilder. Zijn creativiteit en vakbekwaamheid, zijn persoonlijkheid wordt er in uitgedrukt. Zo toont God speciaal in de christenen de grootheid en de macht van zijn genade.

Zijn genade komt juist daarin uit dat hij mensen die het niet verdienden, die het niet waard waren, toch zo zegent.

16.7.Waarom heeft God indertijd eigenlijk het volk Israël uitverkoren?

Was dat omdat Israël het waard was?
Omdat God iets kostbaars in hen zag?

Nee, de reden lag alleen in Gods soevereine welbehagen. Hij heeft het volk juist gekozen omdat het niets voorstelde.

“Want gij zijt een volk dat de Here uw God heilig is; u heeft de Here, uw God, uit alle volken op de aardbodem uitverkoren om zijn volk te zijn. Niet omdat gij talrijker waart dan enig ander volk, heeft de Here zich aan u verbonden en u uitverkoren; veeleer zijt gij de kleinste van alle volken” (Deut. 7:7)

God heeft het volk Israël uit Egypte uitgered. Niet omdat het dit verdiend had of omdat het dit waard was. God heeft het gedaan omdat Hij het volk liefhad en om zijn eed die Hij Abraham, Izaak en Jakob had gezworen. (Ex. 2:14, 6:4; Psalm 106:45, 2 Kon. 13:23). En om zich door de wonderen rond de uittocht aan Israël, bekend te maken als de enige God, als de trouwe God, als de heilige. (Deut. 7:8-11) Door Zijn handelen in de verlossing van Israël en de oordelen over Egypte heeft God Zichzelf ook bekendgemaakt en verheerlijkt tegenover Egypte en de andere volken die van Zijn grote daden hoorden.

“Zo spreekt de Here tot Jeruzalem: gij zijt naar uw afkomst en geboorte uit het land der Kanaanieten; uw vader was een Amoriet en uw moeder een Hethitische. Wat uw geboorte aangaat: toen gij geboren waart, werd uw navelstreng niet afgesneden en werd gij niet tot uw reiniging met water gewassen; ook werd gij niet met zout ingewreven noch in windsels gewikkeld. Geen oog zag met ontferming op u neer om uit medelijden een deze dingen aan u te doen, maar gij werd weggeworpen op het veld, omdat men geen waarde hechtte aan uw leven, toen gij geboren waart. Toen kwam Ik voorbij u, en Ik zag u trappelen in het bloed van uw geboorte en Ik zeide tot u in uw bloed: leef; ja, Ik zeide tot u, in uw bloed; leef” (Ezechiel 16:3-6)

Het was Gods nederbuigende goedheid die Israël groot maakte. De nood, niet de veronderstelde waarde, raakte Gods hart. Door het weggeworpene, het waardeloze, te nemen verheerlijk God zijn genade, zijn eigen volmaakte karakter, zijn onverdiende goedheid en zijn ontferming.

16.8.Zijn wij kostbaar?

Wat bepaalt eigenlijk of iets kostbaar is? Of beter gezegd ‘wie’ bepaalt dat? Wat de één kostbaar vindt hoeft de ander nog niet kostbaar te vinden.

De vraag is of wij kostbaar zijn in Gods ogen.

De mens in het algemeen heeft zeker waarde voor God omdat God hem geschapen heeft. Door de zonde is de mens waardeloos geworden. (Zie hierboven de punten 16.1. en 16.2.)

Van Israël wordt gezegd dat het kostbaar is voor God (Jesaja 43:4). Dan kunnen we er van uitgaan dat dit ook zal gelden voor de nieuwtestamentische gemeente. Alhoewel dit nergens in het Nieuwe Testament uitdrukkelijk wordt gezegd. En als het Nieuwe Testament ergens geen nadruk op legt dan moeten wij dat ook niet doen.

Als christenen zijn we belangrijk voor God, en daardoor kostbaar, omdat:
– We zijn de gift van de Vader aan de Zoon (Joh. 17:6,9)
– We de vrucht van het lijden van de Zoon zijn (Jes. 53:11)
– Omdat God Zijn genade in ons demonstreert (Efeze 1:12)
– Omdat we door wedergeboorte en adoptie kinderen van God zijn geworden
(Joh. 1:12,13; Gal 3:26; Rom 8:14-16)

Zie ook Johannes 16:27.

16.9. We zijn niet kostbaar omdat wij onvervangbaar zouden zijn

We zijn niet kostbaar omdat God niet zonder ons zou kunnen. We zijn niet onvervangbaar.

Johannes de Dooper predikte en doopte in de woestijn. Op een bepaald moment zag hij dat vele van de Farizeeën en Sadduceeën zich door hem wilden laten dopen. Een aardig succes nietwaar? Maar Johannes was er niet tevreden mee omdat hij geen levensverandering zag. Ze brachten geen vrucht voort die aan de bekering beantwoordde. Hij zei onder meer tegen hen:

“beeldt u niet in, dat gij bij uzelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham tot vader, want ik zeg u, dat God bij machte is uit deze stenen Abraham kinderen te verwekken” (Matth. 3:9)

Deze joodse leiders waren nakomelingen, kinderen van Abraham. Daar steunden ze blijkbaar op. Ze hadden een hoog gevoel van eigenwaarde ‘we zijn kinderen van Abraham, uitverkoren, erfgenaam van de beloften, we zijn daarom belangrijk, God moet daarom wel voor ons zijn, het zit wel goed met ons.’ Maar daarin vergisten zij zich.

Ze waren niet onvervangbaar. Als zij als kinderen van Abraham faalden dan was God bij machte om een nieuw geslacht van Abrahams kinderen te maken.

Ook wij, als christenen, zijn niet onvervangbaar.

God heeft natuurlijke takken (van het joodse volk) weggekapt vanwege hun ongeloof. En Hij heeft tegennatuurlijke takken (heidenen) ingeënt, vanwege hun geloof in zijn Zoon. Paulus waarschuwt dat we daar niet hoogmoedig over moeten zijn. Want we zijn net als het volk Israël niet onvervangbaar: “Wees niet hoogmoedig, maar vrees! Want indien God de natuurlijke takken niet gespaard heeft. Hij zal ook u niet sparen …maar ook zij zullen als zij niet bij hun ongeloof blijven weder ingeënt worden” (Rom. 11:20-23)

16.10. Is het logisch dat God ons gered heeft omdat we zo kostbaar zouden zijn?

We hebben hiervoor al gezien dat dit niet het geval is. Door de zonde waren wij geheel en al bedorven. God kon ook zonder ons. Hij had opnieuw kunnen beginnen. Hij had uit stenen Abraham nieuwe kinderen kunnen verwekken. We waren het niet waard, het enige wat we waard waren was Gods toorn en straf. De gehele wereld is immers straf’waard’ig voor God.

“en de gehele wereld strafwaardig worde voor God” (Romeinen 3:19)

Het is juist volstrekt niet logisch dat God ons gered heeft. En met die kostbaarheid in onze onbekeerde toestand valt het wel mee. We bleven wel Gods schepselen en daarom ging onze toestand God toch aan het hart. Omdat God barmhartig en genadig is heeft God naar ons omgezien, daarom heeft God ons gered. En omdat hij de heerlijkheid van zijn genade in ons wilde tonen.

De reden voor ons behoud ligt niet in onze kostbaarheid maar in het feit dat God genadig en barmhartig is.

De reden ligt ook in zijn soevereine welbehagen. Hij had het gehele boze mensengeslacht kunnen vernietigen, dat hadden we verdiend en dat waren we waard, maar Hij koos er voor om zijn genade groot te maken in de redding van mensen die het niet verdienden en het niet waard waren. God had er een welbehagen in om dit te doen.

16.11.Bewijst het feit dat Jezus zijn bloed voor ons heeft gestort dat wij kostbaar zijn?

We zijn inderdaad duur gekocht. Onze redding is betaald met het bloed van Christus.

Dit zegt meer over de liefde van God dan over onze waarde. In zijn grote liefde, in zijn verlangen om ons te redden, in zijn ontferming, is God zelfs zover gegaan dat Hij Zijn zoon voor ons heeft overgegeven. Zoveel had hij voor ons over. Het toont niet onze waarde maar wel de grootheid van Gods liefde.

In feite heeft God veel te veel voor ons betaald. Hij heeft een waardeloos ‘wrak’ gekocht maar Hij heeft het vernieuwd en weer opgeknapt.

Om ons te kunnen redden kon God ook niet anders dan deze grote losprijs betalen. Dit was de enige mogelijkheid voor God de rechtvaardige Rechter om een schuldig mens vrij te kunnen spreken. Er moest recht gedaan worden, er moest gestraft worden. De bijbel zegt duidelijk en herhaaldelijk dat God geenszins ongestraft zal laten. God wordt de rechtvaardige rechter genoemd. Een rechtvaardig rechter kan niet een schuldig mens zomaar vrijspreken omdat hij hem of haar sympathiek vindt. Dat zou onrechtvaardig zijn.
Aan het kruis is de eis van Gods wet en gerechtigheid voldaan. Onze zonde is bestraft. De Here Jezus heeft er voor betaald. Zodat God ons nu toch kan vrijspreken terwijl Hij toch rechtvaardig blijft (Romeinen 3:25,26).

Nergens in de bijbel wordt uit de hoogte van de prijs die voor onze verlossing is betaald de conclusie getrokken dat dit aantoont dat wij toch wel heel erg kostbaar zouden zijn. Deze gedachte is niet te vinden in het onderwijs van de apostelen. We moeten niet boven de Schrift uitgaan.

17. Is onze boodschap aan de mensen dat ze een parel in Gods hand zijn?

Was dat het goede nieuws, was dat het evangelie dat de apostelen brachten aan de ongelovigen? Maakte dat onderdeel uit van het evangelie? Begonnen zij de evangelieprediking met dit te verkondigen? Als we kijken naar de inhoud van de apostolische prediking, zoals we die vinden in het boek Handelingen, dan vinden we daar niets van terug. Echt helemaal niets.

Nee, de mensen zijn geen parels in Gods hand. Het zijn zondaren waar de toorn van God op rust. Ze zijn strafwaardig en op weg naar het oordeel. Dat geldt zowel voor volwassenen als voor kinderen. Maar het goede nieuws is dat God genadig is, dat Hij mensen die het niet verdienen toch lief heeft. Hij heeft een redder gezonden. Er is redding mogelijk door het bloed van Christus dat gestort is tot vergeving van zonden.

Onbekeerde mensen, en kinderen, vertellen dat ze een kostbare parel zijn kan niet. Het is simpelweg niet waar. Het is zeker verwerpelijk als er daarna niet duidelijk bij wordt verteld wat ze in Gods ogen zijn: zondaren, verloren mensen, op weg naar de eeuwige straf.
Onze boodschap is dat God genadig is, dat hij mensen die het niet verdienden toch lief heeft, en dat Hij daarom heeft voorzien in het lam dat hun zonde wegneemt.

Maar was het dan wellicht de boodschap van de apostelen aan de mensen die al tot geloof gekomen waren dat zij een parel in Gods hand zijn?. Het apostolische onderwijs aan de christenen vinden we in de brieven van het Nieuwe Testament. Maar ook daar wordt deze boodschap niet gebracht.

Waarom wordt deze boodschap dan tegenwoordig wel gebracht?

De idee er achter is: als de mensen maar eens wisten hoe kostbaar ze zijn voor God dan zouden ze zich wel bekeren en voor Hem leven en Hem gehoorzamen.

De prediking dat we een parel zijn in Gods hand is bedoeld om de mensen en kinderen een positief zelfbeeld te geven.

Men vindt dit zo belangrijk omdat de radicaal humanistische psychologie beweert dat het hebben van een negatief zelfbeeld de voornaamste reden is waarom mensen niet goed functioneren, waarom ze allerlei psychologische en sociale problemen hebben.

Het voornaamste wat je in deze visie voor de mensen kunt doen is hen een positief zelfbeeld geven. Dat zal hen genezen en beter doen functioneren en gelukkig maken. Vandaar dat de kern van hun boodschap is dat de mensen zo kostbaar en waardevol zijn.

18. Moeten we onszelf eerst leren liefhebben voordat we een ander kunnen liefhebben?

Dit is een populaire theorie onder christenen.

(Voor twee voorbeelden verwijs ik naar het schema van een preek die is gehouden in Willow Creek gemeente de Pijler, http://www.internetbijbelschool.nl/htmldoc/psych-pijler.htm En naar een boodschap van Rick Warren in een bekend Amerikaans vrouwenblad, http://www.internetbijbelschool.nl/htmldoc/psych-womans.htm )

Wat zegt de bijbel over deze stelling?

De gedachte dat alleen mensen die zichzelf hebben leren liefhebben een ander zouden kunnen liefhebben ontbreekt volledig in de bijbel.

(1) Elke christen wordt opgedragen om lief te hebben

Ik heb in het Nieuwe Testament 26 keer een tot de gelovigen gerichte opdracht om lief te hebben gevonden. Als God ons iets opdraagt dan verwacht Hij ook dat we gehoorzamen. We kunnen niet zeggen: “Het spijt me Heer, liefhebben zal nog niet gaan, daar ben ik nog niet aan toe, ik zit nog teveel in de knoop met mezelf, ik heb nog niet geleerd om lief te hebben.”

(2) Elke christen kan liefhebben

Als God ons iets opdraagt dan geeft Hij ook de genade om die opdracht uit te voeren.

Elke christen kan liefhebben vanaf het moment van zijn of haar bekering. Die liefde is door de Heilige Geest in ons gelegd (Rom. 5:5). Het is een bovennatuurlijke liefde. Liefde is een onderdeel van de vrucht van de Geest (Gal. 5:22). Of je kunt liefhebben hangt niet af van je gevoel van zelfwaarde. Beslissend is of je wedergeboren bent. Of je het nieuwe leven van God hebt ontvangen door de inwonende Heilige Geest. Als je vervuld bent met de Heilige Geest dan zul je anderen onbaatzuchtig liefhebben.

Liefde is het kenmerk van de christen.

“Wij weten dat wij overgegaan zijn uit de dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben. Wie niet liefheeft, blijft in de dood.” (1 Johannes 3:14)

Na mijn bekering lag ik emotioneel en psychisch in veel opzichten nog in de kreukels maar God gaf direct een nieuwe liefde voor de mensen om mij heen. Werkelijke interesse, welwillendheid. Het lukte zelfs om mijn vijanden lief te hebben. Mensen die mij onrecht hadden gedaan waarover ik verbitterd was. Niet dat ik dit uit mijzelf kon, maar wel door de genade van de Heer. “Heer ik verwerp alle verbittering. Ik belijd het als zonde. Ik heb geen liefde voor hem of haar, maar ik dank U dat U uw liefde door uw Geest in mijn hart hebt uitgestort en dat U het door mij heen zal doen.” In dat geloof stond ik op en de Heer deed het voor mij, keer op keer, net zoals Hij dit voor al zijn kinderen zal doen. Ik kon mensen liefhebben die ik eerst niet kon verdragen, zelfs mijn vijanden. Niet uit mezelf maar door de kracht van de Heilige Geest, door in het geloof te steunen op Gods genade. Dat had niets te maken met zaken als zelfliefde maar alles met geloof, genade en de kracht van Gods Geest.

De gedachte dat we eerst eens onszelf zouden moeten leren liefhebben en dat we daarna vrij zouden zijn om anderen lief te hebben is in strijd met de bijbel.

Daar komt nog bij dat die stelling ook nog op een andere manier in de lucht hangt. We hebben al gezien dat de bijbel zegt dat alle mensen zichzelf van nature reeds liefhebben. De gedachte dat we ‘eerst onszelf zouden moeten liefhebben’ slaat daarom bijbels gezien nergens op.
(Zie hierboven punt 1 van deze studie, zie ook bijlage A.)

Als dit dan zo is, waar komen die gedachten dan vandaan?

19. De bron van de theorie dat we onszelf moeten leren liefhebben

De theorie dat we eerst onszelf moeten leren liefhebben is afkomstig uit de radicaal humanistische psychologie. In enkele punten hierboven is er reeds wat over gezegd. Nu volgt een aanvulling en nadere uitwerking.

Volgens de humanistische psychologie is de mens zijn eigen doel. Zijn bestemming is zelfverwerkelijking of zelfontplooiing. De drang tot zelfontplooiing zou, zo stelt men, aangeboren zijn. Problemen ontstaan doordat het proces van zelfontplooiing niet goed verloopt. Dan is stilstand of misvorming van het individu het gevolg. Als er problemen voorkomen dan zijn die het gevolg van een ontwikkelingsstoornis. (God en zonde blijven buiten beeld)

De menselijke ontwikkeling volgens Abraham Maslov.

De menselijke ontwikkeling wordt gedreven door het streven naar behoeftebevrediging.
Volgens de humanistische psycholoog Maslov is er een aantal trappen (of niveaus) te onderscheiden in de menselijke behoeften en wel van laag naar hoog. De mens beklimt gedurende zijn leven deze trappen. De lagere treden vertegenwoordigen een aantal fundamentele behoeften. Gaandeweg klimt een mens op naar een hoger niveau. De oude behoeften blijven en er moet blijvend in worden voorzien maar daarnaast komen er nieuwe behoeften bij.

Van laag naar hoog worden de menselijke behoeften in 5 groepen ingedeeld:

1. Lichamelijke behoeften (voedsel, slaap, seks, vermijden van pijn)
2. Veiligheidsbehoeften (ordening, voorspelbaarheid, zekerheid)
3. Sociale behoeften (acceptatie, liefde, vriendschap)
4. Egobehoeften (erkenning en zelfrespect)
5. Zelfverwerkelijking (kennis, groei, autonomie)

De theorie is zoals gezegd dat de ontwikkeling van deze behoeften stapsgewijs plaats verloopt. Van het laagste niveau (lichamelijk) naar het hoogste niveau (zelfverwerkelijking). Wanneer de lagere behoeften bevredigd zijn worden deze minder belangrijk. De behoeften van het daarop volgende hogere niveau komen dan meer op de voorgrond. Daarvoor was de persoon er niet aan toe.

Voor onze huidige studie is vooral niveau vier, de egobehoeften, van belang. De egobehoeften zijn erkenning en zelfrespect. Zelfrespect, dat wil zeggen zelfliefde, een positief zelfbeeld hebben.

Bij de ontwikkeling van je persoonlijkheid kun je volgens Maslov geen niveau overslaan. Als er b.v. niet wordt voldaan aan de egobehoeften (erkenning en zelfrespect) dan komt men niet toe aan de vervulling van de behoefte aan zelfverwerkelijking.

Binnen de wetenschappelijke psychologie is de theorie van Maslov niet onomstreden. Zijn indeling van de behoefte wordt wel vaak, zij het soms met enige veranderingen, aanvaard. Maar zijn theorie over de pyramide van behoeften waarbij men pas aan een volgend niveau van behoeften toekomt als aan de onderliggende behoeften is voldaan is veel meer omstreden. Alsof een mens die moet vechten om zijn bestaan en nauwelijks fysiek overleeft geen bewuste behoefte aan b.v. respect zou hebben.

Wat is de verbinding van het bovenstaande met de christelijke ‘zelfliefde’ prediking?

Men gaat uit van de juistheid van de theorie van Maslov. In de westerse wereld wordt voor de meeste mensen wel voorzien in de eerste drie behoeften niveaus. Waar de ‘geestelijke’ groei en het functioneren bij velen op stokt, zo beweert men, is het voorzien in de ‘egobehoeften’ van niveau 4.: erkenning en zelfrespect, zelfaanvaarding, zelfliefde. Zolang niet aan die behoeften wordt voorzien kunnen deze mensen niet doorgroeien naar het niveau van zelfverwerkelijking b.v. naar onbaatzuchtige liefde.

Daarom proberen deze ‘christelijke’ predikers het gevoel van zelfwaarde, zelfrespect, zelfliefde van de mensen en de christenen te verbeteren.

De wortel van allerlei persoonlijke problemen is in hun diagnose het ontbreken van zelfliefde, zelfrespect. Als dat wordt aangeleerd dan zullen de mensen beter gaan functioneren en hun volle van God gegeven potentieel bereiken.

Het niet goed functioneren (b.v. verslavingen, te kort schieten in liefde, drift) zijn het gevolg van een storing of hapering in de behoefte voorziening. Als er niet in de behoeften wordt voorzien dan is het gevaar dat men op een verkeerde, zondige, manier probeert te voorzien in de behoefte. (De benadering van Larry Crabb)

Als iemand te kort schiet in onbaatzuchtige liefde naar anderen toe dan kun je hem of haar dat niet verwijten. Want de oorzaak van deze ‘stoornis’ is dat er niet in ‘lagere’ behoeften is voorzien. Bijvoorbeeld in hun behoefte aan acceptatie, dan zijn ze te weinig geprezen, bemoedigd, gewaardeerd en bevestigd. Daardoor is hun zelfliefde en zelfrespect aangetast en komen ze niet toe aan het niveau van de zelfverwerkelijking waar je aan werkelijke onzelfzuchtige liefde toekomt.

De oplossing is dat aan de zelfliefde wordt gewerkt. Vandaar de preken met als thema “Hoe kan ik van me zelf leren houden”.

(Voor twee voorbeelden verwijs ik opnieuw naar de bespreking van een preek uit Willow Creek gemeente de Pijler uit, Leleystad http://www.internetbijbelschool.nl/htmldoc/psych-pijler.htm en het artikel van Rick Warren in het blad, http://www.internetbijbelschool.nl/htmldoc/psych-womans.htm )

Een andere belangrijke bron van de zelfliefde prediking is Erich Fromm. Fromm verdeelde de mensen in twee persoonlijkheidscategorieën: produktieve en improduktieve. De productieve persoonlijkheid wordt gekenmerkt door zelfrespect en eigenliefde. Fromm beweert dat de problemen die mensen hebben niet worden veroorzaak door egoïsme. De problemen worden, volgens hem, veroorzaakt doordat de mensen te weinig bezig zijn met hun werkelijke belangen. Een gebrek aan eigenliefde manifesteert zich, zo zegt Fromm, in gevoelens van minderwaardigheid of tekortschieten. Dit tekort komt het meest tot uiting in de manier waarop mensen zichzelf opjagen, hun eigen slavendrijver worden en niets voor zichzelf kunnen doen zonder zich schuldig te voelen. Fromm kwam tot de conclusie dat eigenliefde de basis is voor het liefhebben van anderen.

In plaats van je op het behagen van anderen te richten moet je je eerst richten op het voorzien in de eigen behoeften. Als je jezelf te veel aanpast aan wat de andere mensen om je heen van je verwachten dan vervreemd je van jezelf. Dan raak je jezelf kwijt. Je moet je eigen identiteit weer ontdekken. En daarna moet je dicht bij jezelf blijven. En als je zo jezelf weer terugvindt en jezelf leert waarderen en liefhebben dan komt er ruimte om ook op een gezonde manier anderen lief te hebben.

Voor een nadere bespreking van de gedachten van Fromm verwijs ik naar hoofdstuk 1 van de brochure ‘eigenliefde en zelfaanvaarding’ van Els Nannen. Dit is de link naar het artikel http://www.internetbijbelschool.nl/htmldoc/psych-zl-nannen.htm

20. Robert Schuller – de goeroe van de zelfliefde

Robert Schuller is in grote mate verantwoordelijk voor het binnenbrengen van de humanistische psychologie in de evangelische wereld.

Schuller’s prediking heeft twee belangrijke thema’s. Het belang van positief denken, Schuller noemt het ‘mogelijkheidsdenken’ en het belang van het hebben van een positief zelfbeeld. Met andere woorden: het belang van zelfliefde en zelfrespect. Gedurende zijn carrière is de nadruk in zijn prediking verschoven van positief denken naar het positief zelfbeeld. Het zwaartepunt ligt nu bij het belang van zelfrespect.

Schuller heeft in 1982 een boek uitgegeven waarin hij zijn boodschap uiteenzet. Het boek heeft als titel ‘Self-Esteem: The New Reformation’ (1982, Word). De titel zegt al veel. Hij roept op tot een nieuwe reformatie. Hij dacht daarbij aan wat bekend staat als ‘De Reformatie’. Dat is de tijd van de grote ommekeer in de Kerkgeschiedenis, toen in de zestiende eeuw mensen als Maarten Luther het ware evangelie weer ontdekten en het begonnen te prediken. Schuller zegt dat er nu weer zoiets nodig is. En wat is de kern van deze nieuwe reformatie? Het begrip ‘selfesteem’ (zelfrespect) moet centraal komen te staan in theologie, prediking, onderwijs, opvoeding, pastoraat en evangelisatie.

Schuller brengt de hierboven besproken humanistische psychologie maar dan verpakt in bijbelse taal. Hij gebruikt christelijke woorden maar hij geeft er een andere invulling en betekenis aan. Een betekenis die niet aan de bijbel is ontleend maar aan de humanistische psychologie.

Hij zegt dat hij gelooft in redding door genade, maar wat hij werkelijk gelooft is dat redding betekent dat je bevrijd wordt van een negatief zelfbeeld.
Hij zegt dat hij gelooft in de hel; maar hel is volgens hem het verlies van zelfrespect en niet de poel van vuur en zwavel waar de bijbel over spreekt. Je verkeert, volgens hem, in de hel als je geen zelfrespect hebt. Hij zegt dat hij gelooft in zonde; maar zonde is niet het bewust rebelleren tegen God en Zijn wet, het is volgens hem alles wat leidt tot het verlies van zelfrespect. Hij zegt dat Hij gelooft in Jezus Christus; maar zijn ‘alleen positief’ Jezus is niet de Jezus van de bijbel. Volgens hem is Jezus het vleesgeworden Zelfrespect.

Hieronder volgen enkele (vertaalde) citaten van Schuller. Alle citaten zijn afkomstig uit zijn boek “Selfesteem. The New Reformation”. De paginanummers worden vermeld achter de citaten. (Voor de originele Engelse citaten en meer informatie over Schuller verwijs ik naar de volgende link: http://www.toetsalles.nl/schuller.htm )

Zonde bij Schuller

“… de kern van zonde is een gebrek aan zelfrespect … Zonde is psychologische zelfmishandeling .. de ernstigste zonde is wat me doet zeggen ‘Ik ben onwaardig. Het zou kunnen dat ik geen recht op goddelijk zoonschap heb als je me op mijn slechtste moment onderzoekt.’ Want als een persoon eenmaal gelooft dat hij een ‘onwaardige zondaar’ is, is het twijfelachtig of hij nog werkelijk en eerlijk de reddende genade, die God aanbied in Jezus Christus, kan aannemen” (pp. 98-99)

“De klassieke fout van het historische christendom is dat we nooit gestart zijn met de waarde van de persoon. In plaats daarvan zijn we begonnen met de ‘de onwaardigheid van de zondaar” (p. 14)

“De kern van de oerzonde is … gebrek aan vertrouwen. Of, zo kun je het ook formuleren, een aangeboren onbekwaamheid om onszelf op de juiste manier te waarderen. Je kunt er ook het etiket ‘negatief zelfbeeld’ opplakken. Maar zeg niet dat de kern van de menselijke ziel verdorven is … positief christendom leert niet de menselijke verdorvenheid, maar menselijke onbekwaamheid .” ( p.67)

Schuller over de hel

“En wat is ‘hel’? Het is het verlies aan trots dat het natuurlijk gevolg is van scheiding van God. Scheiding van God als de ultieme en nooit falende bron voor het gevoel van zelfrespect van onze ziel. ‘Mijn God, mijn God waarom hebt Gij Mij verlaten?’ was de ontmoeting van Christus met de hel. In die ‘helse’ dood beleefde onze Heer de ultieme horror-vernedering, schande en verlies aan trots als een menselijk wezen. Iemand is in de hel als hij zijn zelfrespect heeft verloren. ” (pp 14-15,93)

Schuller over de verlossing

“Wedergeboren zijn betekent dat we veranderd moeten worden van een negatief naar een positief zelfbeeld. Van minderwaardigheid naar zelfrespect, van vrees naar liefde, van twijfel naar vertrouwen.” (p.68)

Schuller over Christus

“Het kruis heiligt de ego trip. Want het kruis beschermde het volmaakte zelfrespect van onze Heer tegen het wegzakken in zondige trots.” (p.75)

“Christus is de Ideale persoon, want hij was het mensgeworden Zelfrespect” (p. 135)

Schuller is ook de pionier van het marketingchristendom. Hij deed een marktonderzoek onder mensen die niet naar de kerk gingen. Hij vroeg waarom ze niet naar de kerk gingen en wat ze graag in kerk zouden zien. Hij vroeg hun ook wat ze als een probleem of een nood in hun leven zagen. Uit de enquêtes bleek dat een negatief zelfbeeld het meest genoemde probleem was. Dit gaven de mensen dus zelf aan. Daar heeft Schuller zijn boodschap op afgestemd. In zijn prediking probeert hij het gevoel van eigenwaarde van de mensen te versterken. Daarom brengt hij uitsluitend een ‘positieve’ boodschap. Zo werd hij de pionier van het ‘alleen positief’ evangelie. (Zie het artikel over het marketingchristendom http://www.toetsalles.nl/htmldoc/churchgrowth.ha.htm )

De invloed van Schuller op de evangelische beweging is enorm. De invloed is b.v. duidelijk te onderkennen bij mensen als Bill Hybels en Rick Warren. Zij hebben veel, maar niet alles, van de werkwijze en het gedachtengoed van Schuller overgenomen. Ik wijs nogmaals als voorbeeld op de boodschap in Willow Creek gemeente de pijler (http://www.socol.nl/schriftgezag/htmldoc/psych-pijler.htm ) en op de boodschap van Rick Warren in het vrouwenblad (http://www.toetsalles.nl/htmldoc/psych-ladies.htm/a> ). Zij gaan niet zo ver als Schuller, maar het zuurdesem van de valse leer over zelfliefde en ‘zoekervriendelijk’ heeft hun boodschap en werkwijze reeds sterk beïnvloed.

Een andere bekende aanhanger van de zelfliefde theorie is de bekende christelijke psycholoog en schrijver Lary Crabb. Vele andere christenpsychologen en therapeuten zijn deze weg opgegaan.

21. Een ander evangelie

De boodschap over zelfliefde en zelfrespect is in strijd met de bijbel. De prediking van de noodzaak van zelfliefde en zelfrespect gaat rechtstreeks tegen de bijbel in. Het is in feite een ander evangelie.

Bij Schuller is dat zonder meer duidelijk. Anderen gaan minder ver en proberen de zelfliefde boodschap te combineren met het bijbelse evangelie. Dan krijg je zaken als het ‘alleen positief’ evangelie van Bill Hybels en Rick Warren. Zij brengen een verwaterd evangelie. (Zie het begin van de bespreking van het boek Doelgericht Leven van Warren, http://www.toetsalles.nl/pdl-ha.htm )

Ik citeer nogmaals Schuller omdat hij de zaken directer zegt.

“Ik denk niet dat er iets is gedaan, in de naam van Christus en onder de vlag van het christendom, dat zo destructief is gebleken voor de menselijke persoonlijkheid, en daarom contra productief voor de evangelisatie, als de vaak ruwe, ongepolijste en onchristelijke strategie waarbij men probeert om mensen bewust te maken van hun zondige en verloren toestand.” (Christianity Today, October 5, 1984)

Volgens Schuller is het helemaal verkeerd om mensen er bewust van te maken dat ze zondig zijn. Dat is, zo stelt hij, destructief voor de menselijke persoonlijkheid. In plaats daarvan moet je ze laten zien hoe veel waarde ze hebben voor God. Dan zullen ze vanzelf God gaan liefhebben en in Hem geloven.

Dit valse evangelie is het ware evangelie aan het verdringen. Ik heb veel reacties gehad op mijn artikelen over het marketingchristendom. Mensen vertelden wat ze beleefd hadden. Wat me het diepste heeft getroffen is het verhaal van verschillende kinderwerkers (zondagsschoolleidsters). Zij hebben me geschreven dat ze door de leiding van hun gemeenten werden bekritiseerd omdat ze in het onderwijs aan de kinderen over zonde spraken. Dat mocht niet meer, dat werd te negatief bevonden. Voor enkele zusters was dit zelfs het einde van een bediening in kinderwerk die tientallen jaren had geduurd. Al die jaren hadden ze zonder kritiek van de leiding het evangelie van ‘Gods liefde voor zondige mensen’ gebracht. Maar toen hun gemeenten de ‘alleen positief’ weg opgingen mocht die boodschap niet meer gebracht worden.

Mijn vrouw gebruikt bij de kinderevangelisatie soms ‘het woordeloze boek’. Het is een soort boek met vijf verschillende bladzijden, zonder tekst. Eerst een gouden, dan een zwarte, vervolgens een rode, daarna een witte en tenslotte een groene. De gouden bladzijde staat voor de hemel. Er is een plaats die de hemel wordt genoemd, het is een heerlijke plaats, etc. Er zijn daar vele woningen, er is plaats voor iedereen. Dan de zwarte bladzijde. Die staat voor de zonde die verhindert dat wij toegang krijgen tot de hemel. We zijn zondaars, er is iets mis met ons. Ook kinderen hebben gezondigd. De rode staat voor het offer van Christus waardoor zondige mensen toch toegang tot de hemel kunnen krijgen. De witte staat voor het bloed van Christus dat je schoon wast als je in Hem gelooft. En de groene staat voor geestelijke groei.

Deze boodschap van zonde en genade wordt de kinderen onthouden. Men is nu tot het inzicht gekomen dat die boodschap veel te negatief is, daar worden de kinderen maar bang van, daar moet je ze niet mee belasten. Dat zou hun ontwikkeling als mens en christen verstoren. Men wil de kinderen laten horen dat ze een parel in Gods hand zijn. Dat ze zo ontzaggelijk veel waard zijn.

Bijlage A. Tegenwoordig is het anders

Hierboven, in de punten 1 en 2, is besproken dat de bijbel er eenvoudigweg van uitgaat dat alle mensen van zichzelf houden. In Efeze 5:29 staat b.v. “want niemand haat ooit zijn eigen vlees, maar hij voedt en koestert het.” Er zijn geen uitzonderingen, let op het ‘niemand’ en het ‘ooit’.

En toch probeert men hier onderuit te komen. Men erkent dat in de tijd van Jezus en de apostelen de mensen zichzelf inderdaad lief hadden, maar, zo stelt men, tegenwoordig is dat niet meer zo. De maatschappij waarin wij leven is veel gecompliceerder en veeleisender dan in de tijd toen Jezus op aarde was. En daarom is het nu anders. Nu, zo beweert men, houden de mensen niet meer van zichzelf en daarom is het toch nodig om te spreken over onderwerpen als: “Hoe kan ik leren om mijzelf lief te hebben”.

Het argument dat onze maatschappij zoveel veeleisender is dan in de tijd van Jezus is een vijgenblad dat moet verbergen dat men liever een humanistische psychologische boodschap brengt dan het woord van God. De tijd waarin Jezus leefde was in sommige opzichten veel zwaarder en daardoor traumatiserender dan de hedendaagse maatschappij. De maatschappij was toen veel harder, geen sociale voorzieningen, een bezet land, tollenaars die het volk uitpersten, geen medische zorg zoals wij die kennen, veel vroegtijdig overlijden zoals onze maatschappij dat tot een eind in de vorige eeuw ook nog kende, etc.

Bijlage B. Zelfmutilatie

Als iedere mens zichzelf liefheeft en zijn eigen lichaam voedt en koestert (Efeze 5:29). Hoe komt het dan dat sommige ernstig getraumatiseerde mensen zichzelf beschadigen.

Het zijn meestal zeer ernstig getraumatiseerde mensen die dit doen.

Van nabij heb ik de begeleiding van mensen met dit probleem enkele malen kunnen volgen. Zelf gaf een van hen de volgende verklaring. Soms doet het van binnen, in mijn innerlijk, zo’n pijn dat ik mezelf, mijn lichaam beschadigd. De pijn aan het lichaam en alles wat dat meebrengt drukt de innerlijke pijn weg en maakt het zo dragelijker.

 

http://www.internetbijbelschool.nl/htmldoc/psych-zl-ha.htm

http://nl.wikipedia.org/wiki/Medelijden

Gerelateerde Berichten