web analytics
AngelWings Verhalen

De Oudjesinvasie van Apeldoorn

De Oudjesinvasie van Apeldoorn

Het buurthuis rook naar oploskoffie en vergeetachtigheid.
Mathilde uit Suriname zat voorovergebogen naar het journaal te kijken.
Ze zag beelden van mensen die in een opvang werden onthaald: bedden, dekens, warme maaltijden en een tas vol nieuwe kleding.

“Mi gado, kijk dan, allemaal nieuwe dingen! En jij, Jaap, jij loop al drie winters met die gat in die jas weet je wellll. Schaam je mi boy!”

Jaap keek beteuterd naar zijn mouw. “Ik dacht dat het vintage was…”

Mathilde sloeg met haar hand op tafel. “Luister, mi boi, wij gaan dit óók krijgen. Maar wij moeten slim doen, snap je? Wij worden vluchteling. Vandaag nog!”

Binnen een uur had ze de hele Ouderenclub “De Zilveren Zwanenbende” opgetrommeld.

Mathilde: “Luister goed, wij doen alsof wij uit… eh… Waterlandia komen. Dat klinkt ver genoeg weg, ja?”
Arie: “Waar ligt dat dan?”
Mathilde: “Arie, luister nou gewoon, anders laat ik jou in die roeiboot achter!”

De paspoorten werden achter de enorme  sansveria pot gelegd in een zakje. Schoonmaken deden ze tegenwoordig toch al niet zo goed meer dus geen haai die er naar kraaide.

Met een oud roeibootje vertrokken ze vanaf de parkvijver “over zee” naar de grens. Na een half uur kwamen ze aan bij het hek van de jachthaven (dat voor de gelegenheid “de grens” werd genoemd).

Twee vrijwilligers keken verbaasd. “Oh, daar zijn jullie! Kom maar gauw, we hebben warme soep!”

Mathilde knipoogde naar de groep. “Niet te veel praten in Nederlands, ja? Laat mij praten.”

Bij het ACZ in Apeldoorn werden ze aan een tafel gezet.
Een ambtenaar vroeg: “Hebben jullie papieren?”

Jaap zette zijn beste toneelgezicht op: “Papieren? Mi no begrijpe… mi kome van hiel ver weg.”
Hennie voegde toe: “Ja, ja… wij gevlucht voor… eh… grote storm in Waterlandia!”
Arie knikte ernstig. “En ook… voor hoge prijzen bij de bakker!”

Ze kregen warme maaltijden, nieuwe dekens, kleding en zelfs mooie zachte pantoffels.
Mathilde leunde achterover en fluisterde:
“Zie je? Soms moet je gewoon weten hoe je moet roeien in het leven.”

Een week later waren de oudjes volledig ingeburgerd in het ACZ.
Ze hadden “Kamer 14” geclaimd, waar ze elke avond bingo speelden met pepermuntjes als prijs.

Maar toen kwam het bericht: ze zouden “herplaatst” worden naar een andere opvang in Drenthe.
Mathilde sloeg haar armen over elkaar. “Mi no verhuizen. Hier heb ik lekkere nasi, daar krijg ik misschien stamppot zonder jus. Dat is geen leven.”

Die avond maakten ze een plan:
Ze barricadeerden de deur met rollators, Jaap zette de stoelen op elkaar als fort, en Truus hield de keuken bezet zodat niemand het toetje kon weghalen.

Een medewerker kwam aanlopen: “Mensen, we moeten even praten…”
Mathilde stak haar vinger op. “Nee, jij moet eens even naar ons luisteren. Wij eisen als eerste betere koffie, twee keer per week pudding, en een salsa les op vrijdagavond. Dan praten we verder.”

Tot ieders verbazing kregen ze het nog voor elkaar ook.
Het ACZ besloot dat het “goed voor het welzijn” was.

En zo eindigde de Oudjesinvasie niet alleen met warme dekens en soep…
maar ook met dansavonden, pudding én een reputatie als de meest gevreesde kamer van Apeldoorn.

Een paar maanden later werden Mathilde en haar team uitgenodigd voor iets bijzonders:
het Internationaal Vluchtelingencongres in Den Haag.
Blijkbaar had hun “vreedzame opstand” in Kamer 14 zoveel indruk gemaakt, dat men vond dat ze hun “ervaringsdeskundigheid” moesten delen.

Mathilde: “Luisterrrr evehn, dit is onze kans. Wij gaan daar naartoe, eten alles op, en nemen de gratis pennen mee. Diplomatie, mensen!”

Bij aankomst in het congrescentrum kregen ze een badge met hun naam erop.
Arie las de zijne: “Meneer Arie, Vluchteling uit Waterlandia.”
Hij glimlachte trots. “Dat klinkt toch chic, hè?”

De zaal zat vol hooggeplaatste mensen in dure pakken. Terwijl anderen praatten over opvangcapaciteit en beleidskaders, stak Mathilde haar hand op.
Mathilde: “Ik heb voorstel. Als jullie vluchtelingen écht willen helpen, begin dan met: beter eten, zachtere dekens, en… één vaste bingoavond per week. Dat bouwt vrede.”

Er ging een golf van gelach door de zaal.
De tolk wist niet eens hoe hij “bingoavond” moest vertalen in het Japans.

Tijdens de lunch brak de chaos uit.
Hennie had ontdekt dat je bij het buffet onbeperkt toetjes mocht pakken en had een toren van zeven bakjes mousse op haar dienblad.
Truus had een lading broodjes ingepakt “voor onderweg” (lees: voor thuis), en Jaap voerde een debat met een ambassadeur uit Zweden over de vraag of rolstoelen ook turbo-stand zouden moeten hebben.

Aan het einde van de dag kregen ze een staande ovatie.
Niet omdat ze het wereldprobleem hadden opgelost…
maar omdat ze iedereen herinnerden dat warmte, humor en een toetje soms meer vrede brengen dan duizend beleidsnota’s.

Mathilde (tegen de microfoon, met haar Surinaamse glimlach):
“En onthoud mensen: als je goed eet en samen lacht, kan je overal wonen — zelfs in Drenthe, weet je.”

Het plan was eenvoudig voor de dag erna: een dagtochtje naar Maastricht voor koffie met vlaai.
Maar door een “kleine navigatiefout” van Jaap (lees: hij had de kaart ondersteboven gehouden), belandde het busje van de oudjes pardoes op de E40 richting België.

Mathilde: “Kijk, we gaan even naar die buitenland. Nieuwe cultuur proeven!”
Arie: “Ja, en hopelijk gratis.”

Twee uur later stonden ze niet in Maastricht, maar midden in Brussel… voor het Europees Parlement.
Een bewaker vroeg: “Heeft u een afspraak?”
Mathilde glimlachte breed: “Ja hoor, wij hebben die afspraak met de democratie.”
En voor ze het wisten, zaten ze in de vergaderzaal.

Binnen ging het al snel mis.
Truus had in de kantine ontdekt dat je er onbeperkt boterkoek kon pakken, en Hennie had in drie talen uitgelegd dat zij de “minister van bingo” was.
Jaap hield een vlammend betoog tegen “onbegrijpelijke EU-regels” en stelde voor om voortaan alle vergaderingen in dialect te doen.

Toen er gestemd moest worden over een landbouwsubsidie, dacht Arie dat het om een prijsvraag ging en riep luid:
“B… nee wacht, C! Altijd C!”


De vertalers raakten in paniek.

Maar de grootste chaos ontstond toen Mathilde het woord kreeg.
Ze tikte op de microfoon:
“Luister, wij zijn die Oudjes uit Nederland eh Waterlandia. Wij weten hoe het moet. Jullie moeten stoppen met ingewikkelde papieren en gewoon doen. Geef mensen een huis, een bord eten, en een stoel om domino te spelen. Dan lost de rest zichzelf op. Wij hebben die land opgebouwd niet vergeten, eh zij,  en het is goed om vluchtelingen te steunen, maar dit land is al lang vol, het is te vol, voor nog meer en meer”

Er volgde een applaus. En daarna een voorstel van een Bulgaarse afgevaardigde om “Oudjesdiplomatie” officieel op de EU-agenda te zetten.
Of het ooit uitgevoerd wordt, is onduidelijk… maar de foto van de groep, met boterkoek in de hand, haalde de voorpagina van een Brusselse krant.

Mathilde: “Zie je? Diplomatie, cultuur en toetjes. Daar draait de wereld om.”

Gerelateerde artikelen

Check ook
Close
Back to top button