web analytics
Maatschappij & PsychePolitiek-Elite

Vluchtelingen toen en nu…

Ongeveer vijftien jaar geleden, ik was begin twintig en woonde en studeerde in Amsterdam. Na m’n studie ging ik werken voor een Amsterdamse vluchtelingenorganisatie. De organisatie hielp illegale, uitgeprocedeerde asielzoekers om in Nederland te blijven. Ze boden juridische bijstand, toegang tot onderwijs en zorg, en regelden onderdak. In samenwerking met de Gemeente Amsterdam huurden ze sociale huurwoningen, waarin twee tot drie migranten per woning verbleven. Mijn taken waren divers: ik onderhield contact met Amnesty, Artsen zonder Grenzen en ambassades om te onderbouwen dat terugkeer onveilig was en medische zorg in het land van herkomst nauwelijks toegankelijk.

Ik begeleidde cliënten naar afspraken bij de IND, DT&V, artsen, psychologen en advocaten. Alles draaide om dossieropbouw voor bezwaar tegen afgewezen asielaanvragen. Ik begon dit werk omdat ik iets wilde terugdoen. Zelf ben ik als vluchteling naar Nederland gekomen. Maar na een paar maanden realiseerde ik me dat ik nauwelijks herkenning vond in de mensen die ik begeleidde.

Behalve de juridische ondersteuning was ik ook verantwoordelijk voor praktische zaken. Ik bezocht de cliënten dagelijks thuis. Wat ik aantrof, was onthutsend: lethargie, drugs- en alcoholgebruik, chaos in huis, de verwarming midden in de zomer op 23 graden. Ze sliepen tot laat in de middag, wilden niets doen, en vrijwilligerswerk was onbespreekbaar. Wat me het meest stoorde, was het totale gebrek aan verantwoordelijkheid. Ze deden niets om hun situatie te verbeteren, maar eisten wel van alles.

Ik herinner me een jongen van een jaar of 23 uit West-Afrika. Gezond, fit, niets mis mee. Hij kwam op een dag mijn kantoor binnen met het verzoek of ik een medische check-up voor hem wilde regelen: bloedtesten, scans, alles erop en eraan. “Volgens mijn verzekering heb ik daar elke twee à drie jaar recht op,” zei hij. Ik vroeg: “Betaal jij voor die verzekering? Heb je ergens last van?” “Nee, maar ik ken m’n rechten,” zei hij.

Ik zei hem dat zolang ik er werkte, hij terechtkon bij een arts als er iets aan de hand was. En dat hij beter mijn kantoor kon verlaten voordat ik echt mijn geduld verloor. Niet lang daarna ben ik gestopt. In de elf cliënten die ik begeleidde herkende ik niets van mijn eigen ervaring als vluchteling. Ik zag mensen die vonden dat ze overal recht op hadden, maar nergens aan wilden bijdragen.

Mensen met compleet andere normen en waarden dan ik, een gemiddelde Nederlander.

Daarom stoort het me mateloos als mensen zeggen: “Een kopje soep aanbieden mag toch niet strafbaar zijn?” Het gaat allang niet meer om een kopje soep.

Het gaat om een complete sector die gedijt op (illegale) migratie. Mensen verdienen er bakken met geld aan en bestaan bij de gratie van migratie.

En wij, Nederlanders die werken en bijdragen aan deze maatschappij, mogen opdraaien voor de kosten en, misschien nog wel belangrijker, voor de ernstige gevolgen voor onze vrije samenleving.

Gerelateerde artikelen

Back to top button