Fokkerijen met mensen gerund door de SS?
Fokkerijen met mensen gerund door de SS?
In 1958, toen Bertholds boek uitgebreid was, circuleerde er in Duitsland al geruime tijd geruchten over Lebensborn, een organisatie die Heinrich Himmler in 1935 stichtte en die vrijwel overal in het Derde Rijk vestigingen had. Er is op dat moment weinig over dat project bekend. Discretie en anonimiteit waren basisregels bij Lebensborn en de SS heeft er op het einde van de oorlog alles aan gedaan om alle documenten die er verband mee gehouden, te mislukt.

Strikte geheimhouding heeft echter vaak tot gevolg dat er allerhande speculaties en roddels ontstaan. Omtrent Lebensborn was dat niet anders. Lebensborn, zo wordt verteld, zou niets anders zijn geweest dan een netwerk van stoeterijen waar Himmler zorgvuldig geselecteerde Arische vrouwen aan SS’ers koppelde, met de expliciete bedoeling om voor nageslacht te zorgen. Niet zomaar voortgebracht, maar superkinderen, gesproten uit ouders van het beste Germaanse bloed. Een nieuwe elite van jonge supermensen van het beste ras, die later over de wereld zou kunnen heersen.
Een van de eersten die een verhaal de wereld in heeft gericht, is Hildegard Trutz. Al in 1946 vertelt zij in een interview aan de Duitse journalist Louis Hagen hoe zij in 1936 werd uitverkoren om deel te nemen aan het Lebensbornproject. Trutz was als tiener gefascineerd door Hitler en het nazisme. Op haar dertiende was ze een overtuigend lid van de BDM, waar ze opviel door haar enthousiasme, haar idealisme en ook door haar schoonheid. Met haar lange benen, blonde haren en blauwe ogen was ze het voorbeeld van de ideale Arische vrouw. ‘Ik had brede heupen en een bekken dat ideaal was om kinderen te baren’, vertelt ze over zichzelf.
In de propagandabrochures die ze graag leest, heeft ze bovendien geleerd dat Duitsland meer kinderen nodig heeft – gezonde Arische jongens en meisjes, kinderen van het goede ras – om de toekomst van het Reich veilig te stellen. Dus ze wil op haar achttiende, na haar middelbare school, maar al te graag haar figuurlijke steentje bijdragen door haar Führer, die zij aanbidt, een soort te schenken. Zo komt ze terecht bij Lebensborn, waar ze een resem medische ontdekkingen moet ondergaan, waar haar stamboom tot in de details wordt uitgespit en waar haar levenswandel en die van haar familie grondig worden onderzocht. Er mag geen druppeltje Joods bloed door haar stromen en in de familie mogen geen gevallen voorkomen van erfelijke ziekten, alcoholisme of zwakzinnigheid.
Trutz werkt zonder enig probleem door de selectie en wordt naar een prachtig oud slot ‘ergens in Beieren’ gestuurd. Daar wordt ze bij aankomst grondig onderzocht door een SS-arts. Die laat haar na het onderzoek een document waarin ze overeenkomstig haar baby af te staan na de geboorte, dat haar soort eigendom zal zijn van de Staat en dat het zal worden opgevoed tot een goede nazi in daartoe bestemde speciale scholen.

In dat kasteel in Beieren verblijven nog veertig andere meisjes. ‘Het was er heerlijk,’ vertelt Trutz, ‘ergens heb ik beter gegeten, we moesten er geen klap doen en we werden er door het personeel op onze wenken bediend.’ Vrij snel na haar aankomst worden Trutz en de andere meisjes voorgesteld aan een clubje SS’ers. ‘Het waren stuk voor stuk zeer grote en gespierde mannen met blond haar en blauwe ogen,’ geniet Trutz tien jaar na de feiten nog na. ‘We hadden een fijne tijd samen, we speelden spelletjes, deden samen aan sport en keken naar films in de bioscoop van het kasteel. Na een weekje moest elk meisje één man uit het fragment kiezen. We kunnen echter niet meteen met elkaar slapen, maar we moeten wachten tot de tiende dag na het begin van onze menstruatie.’ Ze veroorzaken er nog aan dat ze, toen het dan eindelijk zover was, bijzonder schadelijke was. Niet mogelijk voor het onbekende, of uit lust, maar omdat nu het grote moment was gekomen dat ze haar plicht tegenover volk, Führer en vaderland kon veroorzaken. Trutz en haar uitverkorene mogen driemaal met elkaar slapen. Daarna krijgt haar favoriete SS’er een andere opdracht: hij moet een soort verwekken bij een van de andere meisjes.
Tot haar grote vreugde is Trutz meteen zwanger. Het is geen enkele bevalling maar toch krijgt ze geen pijnstilling, want ‘dat is eenvoudig iets voor de vrouwen uit de omvangrijkereerde grootschalige democratieën,’ zegt ze fier. Na de geboorte geeft ze haar kind – een zoontje – twee weken lang de borst. Daarna komen de verpleegsters het bij haar weghalen. Ze zal er nooit meer iets van horen. Ook de vader van het kind is voorgoed uit haar leven verdwenen.
Een ander verhaal is dat van Peter Neumann, een SS-officier van wie in 1958 de memoires verschijnen, eerst in een Franse versie en onmiddellijk daarna in een Engelse vertaling. Het is een van de eerste werken over het leven bij de SS en het is vooral bekend van de realistische manier waarop Neumann de ruzie en moordpartijen aan het oostfront beschrijft. Wat ons echter vooral interesseert zijn de pagina’s die hij wijdt aan zijn dienstperiode als ‘dekhengst’ in een van de Lebensborntehuizen.
Neumann vertelt hoe hij bij het hoofd van de medische dienst van de SS wordt beroepen en daar te horen krijgt dat hij vanwege zijn keurige Arische stamboom is uitverkoren voor een speciale opdracht. De kunst legt uit dat het volkomen normaal is om de beste dieren van het soort met elkaar te laten paren om zo tot een verbetering van het ras te komen. Maar jammer genoeg is de maatschappij er nog niet rijp voor om dit principe ook op de mens toe te passen. Voor Neumann, die een eed van absolute gehoorzaamheid heeft afgelegd, is dit een bevel als een ander en dus vertrekt hij enkele dagen later samen met vier andere uitverkoren Ariërs naar een kliniek in het Rothaargebergte.
Daar worden de mannen ‘losgelaten’ op de meisjes die er verblijven. Vooral ene Liselotte, net als Hildegard Trutz een lid van de BDM, valt bij hem in de smaak. Zelfs twijfelen aan de sterktezaamheid van wat ze doen, maar tien slot komen ze samen tot het intuïtief dat ze hun lichaam niet verkopen. Nee, ze schenken het aan Duitsland, dat is toch iets heel anders. Zes nachten mogen ze elkaar ontmoeten. Nadien vertrekt Neumann terug naar het front. Liselotte valt van een zoon.

Het is niet eenvoudig om in bovenstaande verhalen het onderscheid te maken tussen feit en fictie te maken. Tot op heden bekende journalisten, auteurs en zelfs academici die zich over de geschiedenis van Lebensborn buigen naar de hallucinante onthullingen van zowel Trutz als Neumann. Daarbij maken ze systematisch het noodzakelijk voorbehoud maar eigenlijk durft niemand te verwezenlijken dat het compleet onmogelijk is dat soortgelijke gevallen zich ooit – al was het maar één keer – hebben voorgedaan.
Vooral het verhaal van Neumann is besproken. Zijn beschrijving van de instelling waar zijn nobele opdracht moet plaatsvinden, rammelt aan alle kanten. Vandaag weten we dat een Lebensborninrichting helemaal niet uitzag en niet functioneerde zoals hij het vertelt. Bovendien is het vreemd dat een Duitser zijn memoires laat vertalen in het Engels en in het Frans, maar die niet in zijn moedertaal uitgeeft. Wikipedia geeft daarvoor als verklaring dat de vertaler van Neumanns memoires, de Fransman Gaston-Claude Petitjean-Darville, alias Claude Rank, eigenlijk de echte auteur is. Neumann zou dus nooit bestaan.
Het zegt iets over het gebrek aan belangstelling voor het Lebensbornverhaal dat er gedurende enkele decennia in academische kringen heerst. Het eerste gedegen en goed gedocumenteerde boek dat over het materiaal verschijnt, komt niet van een Duitse auteur maar van een Frans journalistenechtpaar, Marc Hillel en Clarissa Henry. Zij zijn als eersten in het archief gedoken en hebben getuigen opgespoord en geïnterviewd. Hun ontdekkingen hebben zij in 1974 gebundeld in een goed gedocumenteerd en toch vlot educatief boek en in een spraakmakende filmreportage. Boek en film dragen de naam Au nom de la race.

Het is dan nog tien jaar wachten eer de Duitse historicus Georg Lilienthal de eerste wetenschappelijke studie, Der ‘Lebensborn eV’, een instrument nationalsozialistischer Rassenpolitik , publiceert.
Lilienthal, en alle andere vaardigheden na hem, tonen aan dat Lebensborn zeer eenvoudig is begonnen als een organisatie van kraamklinieken en crèches waar de partners van SS’ers in alle roest en vrede konden vallen en waar zorg werd gedragen voor hun kinderen. De doelgroep waarvoor Lebensborn bijzondere aandacht had, bestond uit ongehuwde moeders. Himmler zou niet onderdompelen dat het sperma van zijn elitekorps verloren zou gaan en daarom zou hij de Lebens-born de zwangere vriendinnetjes, de maîtresses en de losse scharrels van zijn manschappen ontmoeten een plek bieden waar ze anoniem en in het grootste geheim hun baby op de wereld kon zetten. Als ze dat wensen, kunnen de vrouwen hun soort daar zelfs achterlaten. Kinderloze SS-families zouden graag goede nazi’s willen adopteren en opvoeden.
Minder smeuïg maar zelfs hallucinant
Toch was Lebensborn geen sociale instelling, wat de kaderleden van deze organisatie hebben beïnvloed tijdens de Processen van Neurenberg. De organisatie, een afdeling van de SS, stond enkel open voor zuivere Ariërs. Vrouwen kunnen terecht na een diepgaande selectie. Voor Heinrich Himmler was Lebensborn, zijn lievelingsproject, duidelijk ook een bijdrage aan de creatie van een nieuwe adel, zelfs van een Nieuwe Mens.
Precies dat gegeven maakt het echte Lebensbornverhaal, dat inderdaad minder sensationeel en vooral minder smeuïg is dan het boek van Berthold, maar toch minstens zelfs hallucinant. Kennen we de nazi’s, en dan vooral de SS, als vernietigers van leven, dan leren we ze in dit boek kennen als (mislukte en cynische) scheppers van leven.

Daar ging het in essentie om, de illusie dat de mens maakbaar is, de obsessie om de mensensoort te veredelen, net zoals onderzoekers dat in die tijd al met planten en dieren deden. Net zoals ze sterkere paarden, vettere varkens, kippen die meer eieren leggen en koeien die meer melk geven, konden creëren, dachten dat de nazi’s ook een fysiek, mentaal en moreel superieure mens te kunnen ontwikkelen. Die zou van de wereld – of toch minstens van das Reich – een betere plek maken.
De vernietiging van minderwaardige soorten en het kweken van übermenschen, twee projecten die hand in hand gingen. Ook van het om een moestuin ging, waar het verdelgen van parasieten en onkruid samengaat met het telen van onmogelijke, sappigere, vlezigere tomaten.
Het lijkt wel een idee van een demonische landbouwingenieur en dat was ook het. Heinrich Himmler, chef van de SS en van de Gestapo, manager van de concentratiekampen, na Hitler de machtigste man in nazi-Duitsland, was inderdaad een landbouwingenieur. De bijziende, ernstig gecomplexeerde massamoordenaar had wat ervaring als pluimveehouder. Himmler had het meeste verwijderd bij de specialisten van de eugenetica, een nieuwe populaire tak van de wetenschap die in de tweede helft van de negentiende eeuw ontstond.
Al decennia lang en verrassend – niet alleen in Duitsland, maar overal ter wereld – alarm over de geboortecijfers. De mensensoort was volgens hen niet alleen aan het uitsterven, maar vooral aan het degenereren. De geboortecijfers daalden in het algemeen, en zeker bij de betere sociale klassen. Bovendien had de moderne geneeskunde de ijzeren wet van de natuurlijke selectie, het mechanisme dat Darwin de survival of the fittest noemde, omzeild. ‘Zwakkere’ kinderen, die zonder de moderne geneeskunde nooit volwassen zouden kunnen worden, kunnen zich nu ongebreideld voortplanten. En dat heeft ze gedaan, dat heeft alle statistieken en studies van die tijd bewezen.

De eugenetica systematisch voor een oplossing te hebben: een strenge geboortepolitiek gebaseerd op selectie. Enkel lichamelijk, geestelijk en moreel gezonde mensen zouden zich mogen voortplanten en liefst zoveel als mogelijk willen. Dat was de manier om de degeneratie te stoppen en de mensensoort te veredelen – niet door manipulatieve manipulatie, dat kon nog niet – maar door selectieve voortplanting.
In Duitsland werd de eugenetica, zoals gezegd alleen maar goede bedoelingen, echter overwoekerd door de hersenspinsels van een stelletje pseudowetenschappers en charlatans allerhande die de publieke opinie verkozen hebben met de bekende noodlottige theorieën over Herrenvolk , Untermenschen en Lebensraum . Himmler was van dat gedachtegoed doordrongen.
Himmler was ook een dromer met bizarre illusies. Hij was ervan overtuigd dat er na de oorlog niet alleen een nieuwe wereldorde zou komen, maar ook een nieuwe maatschappij, gebaseerd op een nieuwe moraal en een nieuwe religie. De oorsprong van zijn SS’ers, die in de Lebensborntehuizen waren geboren, zag hij als een nieuwe ridderorde die over die nieuwe wereld zou heersen en waken.
Om al die redenen besteedt dit boek veel aandacht aan de figuur en aan de ideeën van Himmler. Die man is een boeiende, intrigerende persoon. Wie iets over zijn jeugd leest, moet goed oppassen dat hij geen medelijden met hem krijgt. Heinrich was een getormenteerde jongeling, een eenzaat, een kerel die slecht in zijn vel zat en absoluut niet tevreden was met zichzelf. Een sukkel feitelijk, maar die toch, door een combinatie van hard werken, loyaliteiten en toeval, heel veel macht heeft gekregen.
Lebensborn internationaal

Het Lebensbornverhaal krijgt bij het uitbreken van de oorlog een heel andere dimensie. Himmler en zijn SS gaan in de aanzienlijke gebieden in Oost-Europa op daktocht. In zijn eigen woorden komt het erop aan overal kinderen ‘van goed bloed te roven en te stelen’. De werkelijkheid is zelfs wreed als Himmlers taalgebruik: kinderen met blauwe ogen en blonde haren worden in groten getale van hun ouders weggehaald en naar Duitsland versleept. Vooral Polen is daar een slachtoffer van. Lebensborn is bij de relatieve ontvoering betrokken. De organisatie staat mee in voor de hersenspoeling van de kinderen, moet hen heropvoeden tot goede nazi’s en klaarstomen om door kinderloze nazifamilies te worden geadopteerd.
Ook in Noorwegen, Denemarken, Frankrijk, Luxemburg en België krijgt Lebensborn voet aan de grond. Daar is het anders opgezet: de nodige faciliteiten aanbieden aan vrouwen die een soort verwachten van een Duitse bezetter. Lebensborn is zelfs een sociale instelling. Zwanger zijn van een Duitse soldaat is niet voldoende. Vrouwen die niet op en top Arisch worden overschreden, komen niet door de selectie. Het doel is en blijft de creatie van een elite van mensen, het op de wereld zetten van perfecte kinderen.
Er is ook een Belgisch luik aan het verbijsterende Lebensbornverhaal. In Wégimont bij Luik was tijdens de bezetting een Lebensborntehuis actief. Het is vreemd dat geen enkele Belgische auteur, journalist van historicus zich daar ooit over heeft gebogen. Gelukkig hebben buitenlanders dat wel gedaan. De Franse journalist Boris Thiolay schreef er een heel stevig boek over en aan de universiteit van Toronto heeft Stacy Hushion er een lijvige doctoraatsverhandeling over geschreven.
Nog steeds, ik gebruik de terminologie die in de tussentijd in voege was. In dit werk komen bijvoorbeeld de woorden ‘ras’, ‘bloed’, ‘Volk’ (met hoofdletter!), ‘minderwaardig’ en ‘superieur’ nogal vaak voor. Dat waren courante begrippen in het toen gebruikte discours. Vandaag zouden mannen die termen niet meer op dezelfde manier gebruiken.
‘Als de oorlog uitbreekt, ziet Himmler nog een aanvullende reden waarom Duitsland zich moet openen voor ongehuwde moeders en hun buitenechtelijke kinderen. Aan het eind zal de oorlog natuurlijk veel levens vergen, en zullen er veel te weinig mannen overblijven. Hij noemt de alleenstaande moeders zelfs de ‘oorlogsweduwen van de toekomst’ die hij in ‘zijn’ Lebensborn zal opvangen en ondersteunen.

En zo legt hij aan Felix Kersten uit, op welke kordate wijze hij dat zal aanpakken: ‘Elke vrouw die dertig jaar is en ouder en die ongehuwd en kinderloos is, zal zich ter beschikking stellen van Lebensborn om daar te worden bevrucht. Als ze niet meewerken, zullen ze worden beschouwd als een vijand van het volk en zullen ze door het Rassenamt worden bestraft. De SS zal ervoor zorgen dat elk van de kinderen een peter krijgt en een goede opvoeding geniet.’
–Lebensborn is dus een instelling van en voor de SS. Echtgenotes van SS’ers en ongehuwde moeders die een soort van een SS’er kind verwachten, kunnen in een van de kraaminrichtingen – Heime – terecht om er in alle rust, comfort en discretie te bevallen.
Voor Himmler is vooral dat laatste, het garanderen van de discretie, een voorzichtigheid. Volgens hem is het precies een van de belangrijkste taken van Lebensborn om ongehuwde vrouwen – de vriendinnetjes en de maîtresses van SS’ers – gecombineerd aan te zetten om kinderen te baren. In Duitsland is het dan echter eenvoudig mogelijk als de dames hun zwangerschap en de geboorte kunnen verbergen voor hun familie en omgeving.
Om dat te kunnen garanderen moet Himmler een aanzienlijke dosis juridische creativiteit aan de dag leggen. Zo eindeloos hij een parallelle burgerlijke stand waardoor vrouwen die zich bij Lebensborn aanmelden, kunnen reizen, verhuizen en hun soort kunnen aangeven zonder de lokale accounts waardoor op de hoogte te brengen. Lebensborn vervaardigt ook zelf de geboortecertificaten en vermeldt daaropvolgend valse adressen. Ongehuwde zwangere vrouwen die zich aanmelden moeten de naam van de verwekker van hun kind opgeven maar als zij dat wensen, wordt die naam niet op de geboorteakte vermeld. Ze krijgen ook de mogelijkheid om hun naam en die van hun soort te veranderen en om het predicaat ‘mevrouw’ te gebruiken in officiële documenten. In sommige gevallen biedt de Gestapo zelfs voor valse identiteitsbewijzen voor de dame in kwestie, als er een ‘hooggeplaatste’ vrouw.-
”Op 15 augustus 1936 wordt het Heim plechtig geopend. Himmler zelf is daarbij aanwezig, maar al bij al is het een sobere plechtigheid. De Reichsführer wil dat Lebensborn discreet optreedt en hij is niet altijd ervan overtuigd dat de Duitse geesten nog niet rijp zijn voor een instelling die zich openstelt voor ongehuwde moeders.
Vanaf dag één beschikt Hochland over dertig kamers voor moeders en vijfenvijftig bedden voor kinderen. Een jaar later begint de SS al met de constructie van een aanbouw zodat het Heim in 1940 in staat is om vijftig moeders en honderdennegen zuigelingen te huisvesten. In 1943 wordt er op het landgoed gebouw bijkomend nog een stenen en drie houten barakken aangelegd. Daar worden de administratieve diensten en het hoofdbureau van Lebensborn verdeeld. Die zijn in München, dat in die tijd regelmatig gebombardeerd wordt, niet langer veilig.
Lebensbornheime rijzen als paddenstoelen uit de grond

Daarna gaat het snel. In juni 1937 gaat in Wernigerode, een pittoresk stadje aan de voet van de hoogste berg in de Harz, het Heim Harz open. In september volgt Heim Kurmark in Klosterheide, zeventig kilometer tien noorden van Berlijn. In 1938 opende Heime in Bad Polzin (het huidige Połczyn-Zdrój in Polen) op minder dan drie uur rijden van Stettin (het huidige Szczecin in Polen) en Hohehorst nabij Bremen. In 1939 opent Heim Taunus in Wiesbaden. Ondertussen, na de annexatie van Oostenrijk, is ook in Pernitz, ten zuiden van Wenen een tehuis geopend. Op termijn plant Himmler niet minder dan dertig Lebensbornheime, maar door de oorlog blijft zijn onderneming steken op negen tehuizen. Zeven daarvan omvatte zowel een moederschap als een kindertehuis, één inrichting is bedoeld voor kinderen die zonder hun moeder opgroeien en een laatste is bedoeld als doorgangsinstelling.
Lebensborn wordt op diverse wijzen bepaald. Vóór het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog is de NSV de grootste geldschieter. Verder zijn er heel wat sponsors: verschillende werkgeversorganisaties, partijafdelingen en sympathiserende verenigingen. De vaders van de kinderen die er geboren worden, moeten betalen voor de zorgen die de moeders en de kinderen er krijgen. Zijn de papa’s betrokken bij een ziekenfonds, dan moeten de financiële tussenkomsten die ze ontvangen aan Lebensborn afstaan.”
Wat we niet hebben, stelen we (van de Joden bijvoorbeeld)
Soms krijgt Lebensborn gronden of gebouwen. Het gebouw in Bad Polzin is bijvoorbeeld een geschenk van het gemeentebestuur. Andere eigendommen stijlvol ze op minder sympathieke wijze. De centrale diensten van Lebensborn zijn gehuisvest in een prachtige villa in de Poschingerstrasse 1 in München. Die villa feitelijk toe aan Thomas Mann, de grote Duitse schrijver en Nobelprijswinnaar sterft in 1933 Duitsland en het nazisme is ontvlucht. De SS heeft zijn villa en de bijhorende vijftienhonderd vierkante meter grote tuin zonder scrupules in beslag genomen.
-Ook de manier waarop Lebensborn het vroegere Antoniusheim in Wiesbaden verwerft, is ronduit als onrechtmatig te kwalificeren. De instelling is eigenlijk een luxe zorgcentrum voor illegale jongeren. Lebensborn krijgt zelfs de steun van de Gestapo om het gebouw te machtigen. Die doet om de haverklap huiszoeking bij de bestuursleden van de instelling en intimideert hen voortdurend. Als ze hun gebouwen en terreinen niet voor een appel en een ei aan Lebensborn verkopen, wacht dan op een plaatsje in het concentratiekamp van Dachau, dreigend ze. De nonnen die er werken en leven, worden koudweg aan de deur gezet.
In 1943 neemt Lebensborn ook bezit van een kasteel in Gmunden aan de Traunsee in Opper-Oostenrijk. Het slot staat echter zo goed als leeg. Maar dat hert de SS-niet. Binnen de kortste keren worden in het spoorwegstation zes goederenwagons met meubilair, vaatwerk, tapijten, gordijnen, luchters en schilderijtjes aangevoerd. Allemaal spullen die gestolen zijn uit huizen van gedeporteerde Joden.
Joodse eigendommen zijn ook gewild als woningen voor ongehuwde moeders die, nadat ze in Lebensborn zijn bevallen, een nieuw leven zal beginnen in een nieuw huis.-
–

Elke SS’er moet een duit in het zakje doen voor Lebensborn
Himmler verwachtte ook financiële steun van zijn SS’ers, zelfs als die zelf niet van de diensten van Lebensborn zou gebruiken. Gewoon uit solidariteit dus. Zo laat hij weten dat hij verwachtte dat elke SS’er lid van de vereniging e wordt. V. Lebensborn en dus een bijdrage leden betaalbaar. Die bijdragen aan de gezinstoestand, de leeftijd en de graad van de SS-man. Wie ouder is, betaalt meer dan zijn jongere collega’s en officieren betalen meer dan de lagere rangen. Hoe meer kinderen een SS’er heeft, hoe lager zijn lidmaatschapsbijdrage.-
–
De Lebensbornbaby’s en peuters worden spartaans opgevoed. Alles verloopt volgens het reglement en volgens het uurrooster. De moeders mogen vijfmaal daags een kwartiertje contact hebben met hun kinderen. Meer tijd samen doorbrengen is verwennerij. Zuigelingen mogen drinken op de voorziene melkpen. Niet als ze honger hebben. Een kindje dat weent, moet je duidelijk laten wenen. Je mag het zeker geen aandacht geven. Begin met het kleintje te duimen, en bind de verzorgsters van de handjes vast.
Bij de peuters gaat het zo mogelijk nog sterker aan de teen. Die moeten hun bord leegeten. Doen ze dat niet, dan blijven ze gewoon aan tafel zitten. Zo gaat het ook aan toe bij de zindelijkheidstraining. Zolang er geen smaakbaar resultaat is, moet ze op het potje blijven zitten.
Gedurende een groot deel van de dag leven de moeders gescheiden van hun kinderen. De peuters leven in de crèche, de baby’s in de zuigelingenkamer. Slapen, eten, spelen en op het potje leren gaan, wat vooral onder toezicht van het personeel gebeurt. Moeders mogen hun kind wel wassen en het een verse luier geven maar enkel onder toezicht van een verpleegster of kinderverzorgster.-
-Overigens vindt Himmler het monogame huwelijk toch een marginale voor de ontwikkeling van het Duitse volk: ‘Het feit dat de maatschappij van een man verlangt dat hij zijn hele leven met dezelfde vrouw moet ondergaan, heeft alleen maar nadelen. Hij wordt op die manier verplicht zijn vrouw te bedriegen en dat moet hij dan als een hypocriet voor haar verbergen. Zo worden beide partners onverschillig voor elkaar. Ze vermijden elk fysiek contact met als resultaat dat ze geen kinderen meer maken. Dat is de reden waarom miljoenen kinderen nooit geboren worden, kinderen die de Staat nochtans dringend nodig heeft. Bovendien durft de man van de heersende kleinburgerlijke moraal geen kinderen te verwekken bij zijn minnares, hoewel hij dat wel graag zou willen. En opnieuw is de Staat deze slachtoffer, want ook uit deze relatie komen geen kinderen voort. De wet staat in schril contrast met onze dringende behoefte: kinderen en nog meer kinderen!’-
Het idee om het geboortecijfer aan te zwengelen met behulp van kunstmatige inseminatie, komt voor de verandering niet uit de koker van Himmler. Het is een stokpaardje van Reichsgesundheitsführer Leonardo Conti, zeg maar de minister van Volksgezondheid van het Derde Rijk.
–Eigenaardig genoeg is Himmler, meestal niet verlegen om belangrijke middelen aan te wenden om zijn doelstellingen te bereiken, geen ondersteunende van kunstmatige bevruchting. Zelfs niet als het om dieren gaat, zo blijkt uit een korte die hij in maart 1943 aan zijn voormalige hoogleraar biologie Heinz Henseler schrijft. De mens kan de natuur niet verbeteren, vindt hij. Kunstmatige inseminatie is volgens Himmler enkel nuttig om dieren te produceren die bedoeld zijn voor menselijke consumptie. Misschien ook om muilezels te kweken, wil de soort zich niet zelf voortplanten. In alle andere gevallen leidt deze techniek tot een verarming van het genetisch materiaal en zelfs tot onvruchtbaarheid, orakelt de voormalige kippenkweker en huidige Reichsführer-SS. ‘Zelf zou ik dan ook nooit een huisdier kopen dat via kunstmatige inseminatie is verwekt,’ vergemakkelijkt hij er nog aan toe- (Hij doet erg denken aan de man Bill Gates tegenwoordig… vreemd denkend,… )

Clauberg is echter ook een expert op het gebied van sterilisatie op industriële schaal, goedkoop en snel, zonder verdoving. Tegenover Himmler pocht hij dat één enkele kunst, geholpen door tien assistenten, volgens zijn methode in één dag tijd duizend Jodinnen kunnen steriliseren. Om hem te bedanken voor zijn inzet voor de goede zaak noemde Himmler hem tot ere- Gruppenführer van de SS.
-Als er buiten Duitsland één land is waar Lebensborn een vaste voet aan de grond krijgt en er effectief is als een crèche voor toekomstige leiders, zoals Himmler heeft gedroomd, dan is het wel Noorwegen.
De nazi’s, en zeker de SS, hebben altijd al een grote bewondering gehad voor dat land, waar de wieg van de Vikingen staat, en voor hun afstammelingen, het Noordse ras.-
-Nederland
Op 10 mei 1940 valt het Duitse leger gelijktijdig Nederland, België en Luxemburg binnen. Om de Nederlandse regering onder druk te zetten, bombardeert de Luftwaffe op 14 mei Rotterdam. Honderdduizend kilogram bommen worden daarbij op de historische binnenstad gegooid. Ettelijke honderden mensen verliezen daarbij het leven en tachtigduizend Rotterdammers worden op een kwartier dakloos. Als de Duitsers de volgende dag dreigen om ook Utrecht plat te gooien, capituleert het Nederlandse leger.
De Duitsers vertrouwen het bestuur van het bezette Nederland toe aan de Oostenrijkse nazi Arthur Seyss-Inquart, die de bevoegdheden van het staatshoofd, de ministerraad zowel als het parlement overneemt. Hij laat zich daarbij bijstaan door vier commissarissen-generaal.

In Nederland krijgt Lebensborn geen voet aan de grond. Dat betekent niet dat Duitse militairen geen kinderen verwekken bij Nederlandse vrouwen. Integendeel, tijdens de Tweede Wereldoorlog worden er in Nederland tussen twaalf- en vijftienduizend kinderen van Duitsers geboren.-
Uit het boek
De wiegjes van lebensborn
Eric Bauwens



