24 oktober 2020

 

Vrouw topambtenaar had orgies met Duitse officieren

Peekema | Gerard de Boer

 

Vrouw topambtenaar was liefje Seyss-Inquart en hield ‘daverende orgiën’ met Duitse officieren

De op 16 januari 1898 in Tandjong Poera (Nederlands-Indië) geboren Jonkvrouw Dora (‘Dolly’) Dibbets was de echtgenote van mr. Wibo Godfried Peekema, de regeringsgemachtigde voor Algemene Zaken in Nederlands-Indië. Het echtpaar woonde voor de oorlog op de Grisseeweg 15 te Batavia en volgens mensen die ‘mooie Dolly’ in Indië hebben gekend was zij een bekende figuur in het Batavia van de jaren ’30 en trok zij door haar buitensporigheden en excentriciteiten sterk de aandacht.

Bron

Bijzonder artikel bij het AD.nl

Dora Peekema-Dibbets was mooi, sluw en verleidelijk. Terwijl haar man, een topambtenaar, de oorlog in Londen doorbracht, heulde ‘Mooie Dolly’ met de nazi’s. Haar huis werd een plek van orgie’s met Duitse officieren. Zij werd de minnares van Rijkscommissaris Seyss-Inquart. Het verhaal van een nieuwe Mata Hari.

De brief van moeder en dochter lijkt uit het hart gegrepen.

Het is een noodkreet vanuit Italië, nadat Nederland bevrijd is van de Duitsers. ‘Daddy, longing for you. (…) We are in trouble. Can you send money immediately. (…) Many love, Billy Dolly.’

Dolly is jonkvrouw Dora Peekema-Dibbets. Het briefje is gericht aan haar echtgenoot Wibo Peekema, hoofd van de juridische afdeling op het ministerie van Koloniën. Ze heeft hem sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog niet gezien, omdat hij met regering in Londen zat.

Uit haar dossiers in het Nationaal Archief, die nu openbaar zijn, blijkt hoe de Nederlandse regering worstelde met de vrouw van de topambtenaar. Dolly is in 1898 in Nederlands-Indië geboren. Voordat ze Peekema trouwt, is ze al twee keer gescheiden. Uit beide huwelijken heeft ze een kind. Als het stel in 1939 naar Nederland verhuist, gaat alleen haar dochter uit het eerste huwelijk mee.

Dolly is een aantrekkelijke verschijning. In de jaren 30 is ze een bekend figuur in Nederlands-Indië. Ze valt op door haar buitensporigheden en excentriciteiten. Een fotograaf van de Java-Bode verklaart dat hij uit die periode naaktfoto’s van haar heeft. De vele affaires buiten haar huwelijk leveren haar – volgens een andere getuige – de bijnaam ‘De Wisselbeker’ op, vanwege haar ‘onstandvastige affecties’.

Na de Duitse invasie vlucht haar man met de regering naar Londen. Dolly en haar dochter blijven achter in Den Haag. Al snel wordt ze daar gezien in gezelschap van Duitse officieren. Volgens haar bovenbuurman komen die al op de dag van de Nederlandse capitulatie bij haar thuis.

Orgiën
In haar huis heeft het gedaverd van de orgiën, die daar ’s nachts met hooge Duitsche officieren plaatsvon­den

Een andere bron verklaart dat het sindsdien in haar huis geregeld heeft ‘gedaverd van de orgiën, die daar ’s nachts met hooge Duitsche officieren hadden plaats gevonden.’ Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart is op meerdere van die seksfeestjes aanwezig. Dolly wordt zijn minnares. Haar dochter en nichtje, ‘beiden knappe eenigszins Indische verschijningen’, treden als naaktdanseressen op.

Dolly is een gehaaide vrouw. Ze chanteert jonge mannen die op haar feestjes komen en probeert geld van de levensverzekering van haar man te krijgen om schulden af te lossen en voor levensonderhoud. Als ze haar zin niet krijgt, ontaardt ze in woede en dreigt de Duitse autoriteiten erbij te halen. Ze krijgt toch uitbetaald.

Haar man in Londen weet niet in welk kwalijk milieu zijn vrouw zich bevindt. Hij stuurt ongecensureerde brieven via de diplomatieke postzak naar Lissabon, die van daaruit naar haar in Nederland worden gestuurd. Zo schrijft hij over vertrouwelijke kabinetszaken. Die informatie speelt ze door naar de Duitsers.

Lees ook:   Bloedgroep negatief - rh negatief

Haar contacten met de Duitsers worden steeds intenser. Ze onderhoudt nauwe relaties met de ‘foute’ politiecommissaris Hamer. Ze verzamelt informatie voor de Duitsers en verraadt verzetsmensen. Dat leidt onder meer tot het oprollen van een Haagse verzetsgroep, waarvan meerdere leden in Duitse kampen de dood vinden.

Duits spionne
In 1942 wordt Dolly door de Duitsers als spionne naar Madrid gestuurd. Ze wil doorreizen naar Lissabon, zogenaamd om haar man daar te kunnen ontmoeten. Minister Eelco van Kleffens (Buitenlandse Zaken) instrueert de gezant in Madrid ‘de grootste reserve van voorzichtigheid met haar te betrachten’.

Ze vraagt een visum voor Engeland aan. De Britten willen dat wel geven om haar na aankomst te kunnen arresteren, maar de Nederlandse regering verzet zich uit angst voor een politiek schandaal. Tot een ontmoeting met haar man komt het niet.

De positie van Peekema in Londen staat ondertussen onder druk. Justitieminister Jan van Angeren ergert zich aan Peekema’s ‘bewondering voor den vijand en schampere gevoelens over onze bondgenoten’. Vanwege het ‘saboterend karakter’ van zijn werkzaamheden en het verraad van zijn vrouw vraagt hij collega-minister Charles Welter (Kolonen) diens topambtenaar te ontslaan.

Welter vindt dat zo ‘inhumaan’ dat hij de informatie doorspeelt naar Peekema. Die wijst in een 16 pagina’ s tellend verweerschrift beschuldigingen over zijn vrouw van de hand. ,,Mij is hiervan niets bekend’’, schrijft Peekema. ,,Het ontbreekt mij aan eenige gelegenheid, mij hiervan op de hoogte te stellen, laat staan hieraan en eind te maken of er eenigen werkzamen invloed i uit te oefenen.’’

Gevlucht
Na de bevrijding vluchten Dolly en haar dochter naar Italië. Eind mei 1945 sturen ze van daaruit noodkreten naar Peekema. De dochter schrijft in een lange brief, ondertekend met hun koosnaampjes ‘Poppedijntje’ en ‘Dolsykade’, dat ze na vijf jaar ellende elkaar eindelijk weer kunnen treffen. Ze kruipen in de slachtofferrol.

,,Wij zijn op het oogenblik in Milaan en weten niet wat te doen, hebben geen geld om te leven en weten niet waar we jou kunnen treffen. (..) In deze 5 jaar heeft Dolsykade alles aan juwelen en bontmantels verkocht om te leven, zelfs haar brillianten trouwring. Neen daddy, zoo kan je ons niet langer laten zitten.’’

In de brief schrijft de dochter dat de oude Dolsykade niet meer bestaat. ,,Die vrouw weet nu wat werkelijke ellende is. (…) Dad, daarom bid ik je, als je nog van ons houd, kom ons dan direct afhalen. Hoe wij die vijf jaar zijn doorgekomen, weet ik zelf niet.’’

Ze verzoeken de Nederlandse gezant de brief door te sturen en vragen financiële steun. Wat Dolly niet weet, is dat haar man inmiddels een ‘eisch tot echtscheiding’ heeft ingediend. De gezant krijgt uit Nederland de instructie de dames geen geld te geven maar te arresteren. Dat gebeurt op 14 juli 1945 in een hotel in Milaan.

Dolly en haar dochter worden overgebracht naar Nederland. Ze wordt in augustus 1948 tot acht jaar cel veroordeeld, met aftrek van drie jaar voorarrest. Dolly trekt na haar vrijlating in bij haar dochter in Rijnsburg. Ze overlijdt in 1953, slechts 55 jaar oud.

 

Gerelateerde berichten