De getallen in het Oude Egypte

De getallen in het Oude Egypte

Dove

1 (Een)

I

Een is geen getal, maar de essentie van het fundamentele principe van het getal, aangezien alle overige getallen eruit zijn opgebouwd. Een staat voor Eenheid: het Abso­lute als nog ongepolariseerde energie. Volgens de getallenleer is Een niet even, noch oneven, maar beide, omdat Een, toegevoegd aan een oneven getal, dat getal even maakt en vice versa. Een om­vat dus de tegenstelling even/oneven, en daarmee alle overige te­genstellingen in de kosmos.

2 (Twee)

II

De Eenheid, die zich van zichzelf bewust wordt, schept de gepolariseerde energie: twee nieuwe elementen, die ieder deel hebben aan de aard van zowel de Een als de Ander. Met andere woorden, Twee is Een in gedifferentieerde, gepolari­seerde toestand. Polariteit (dualiteit) is een fundamenteel kenmerk van alle verschijnselen, zonder uitzondering. Het bestaan van paren van tegenstellingen is een belangrijk kenmerk van de structuur van het universum. Voorbeelden van deze paren van tegenstellingen zijn man/vrouw, even/oneven, negatief/positief, actief/passief, licht/donker, ja/nee, waar/onwaar. Al deze paren belichamen een ander aspect van hetzelfde fundamentele principe, polariteit. En elk aspect heeft deel aan de natuur van Eenheid én aan de natuur van de dualiteit. Elk paar van tegenstellingen is in zichzelf besloten en maakt deel uit van het geheel, als de getijdenbewegingen in de zee.

Tegenstellingen versmelten tot eenheid. Dualiteit gaat op in de Ene.

De dualistische, polaire aard van de schepping manifesteert zich in tal van fysische verschijnselen die gehoorzamen aan een afwisse­lend ritme in een cyclisch patroon. Inademen/uitademen, wa­ken/slapen, dag/nacht, leven/dood.

3 (Drie)

III

Het getal Drie staat voor de abstracte/spirituele relatie tus­sen twee tegenstellingen. De tegenstelling man/vrouw is nog geen relatie. Er moet eerst liefde of verlangen tussen beiden ontstaan voordat er een relatie kan zijn. Het tot stand bren­gen van een relatie is op zichzelf al deze derde kracht. Met andere woorden: verzoening tussen twee tegenstellingen is de derde kracht in de kosmos.

De metafysische rol van het getal Drie is herkenbaar in drievuldig­heden, die niet alleen in het oude Egypte voorkwamen, maar ook in de kosmologieën van andere beschavingen (zoals de Bijbelse Drie­vuldigheid in het christendom).

4 (Vier)

IIII

Merk op hoe de Egyptenaren het getal Vier schreven. Vier is het getal dat staat voor de vastheid van de materie, dus de samenstelling en structuur van de stof. Een vaste stof is zowel de som van de samenstellende delen als een eenheid of ge­heel op zichzelf. De Absolute of Ene wordt vereenzelvigd met het getal Vier (IIII), want Hij is zowel een Eenheid of Grote Holon als de som van alle samenstellende holons (die samen de schepping vormen). Het woord holon voor zulke samenstellende delen werd ingevoerd door Arthur Koestier – een briljant alternatief voor de veel omslachtiger term ‘heelheidsbestanddelen’ . Vrijwel alle na­tuurlijke hiërarchieën op ongeacht welk domein zijn opgebouwd uit holons, ‘heelheden’ die op hun beurt deel uitmaken van meer om­vattende, ‘hogere’ heelheden die een toenemende graad van heel­heid, eenheid en functionele integratie bezitten. Daarom wees Koestler erop dat het woord hiërarchie eigenlijk holarchie zou moeten zijn. Dit sluit volledig aan op de hier beschreven Egypti­sche voorstelling van de kosmos.

De Egyptenaren gebruikten de vier vormen van de materie (Vuur, Lucht, Aarde en Water) als omschrijvingen voor de functionele rol van de vier elementen waaruit alle materie volgens hen was opge­bouwd. Vuur is het actieve, versmeltende principe; Aarde is het ontvangende, vormgevende principe; Lucht is het subtiele, bemid­delende principe dat invloed heeft op de uitwisseling tussen krach­ten; Water is in deze leer de ‘som’ of het samengestelde principe van Vuur, Aarde en Lucht. Water is bovendien een substantie van hogere orde dan deze drie.

Dit inzicht in de aard van het getal Vier werd in de Egyptische sym­boliek tot uiting gebracht. Zo vinden we de vier kinderen van de ne­ter Geb, de aarde; de vier windstreken; de vier hemelse regionen; de vier centra van elkaar aanvullende kosmologische leringen te Heliopolis, Memphis, Thebe en Hermopolis; de vier hemelzuilen

5 (Vijf)

II

III

Het getal Vijf werd in het oude Egypte ge­schreven als II boven III, of als een vijfpuntige ster. Voor deze twee schrijfwijzen bestonden symbolisch dwingende redenen. Het getal Vijf omvat zowel het principe van dualiteit (II) als het principe van verzoening (III). Alle verschijnselen zijn zonder uitzondering dualistisch van aard en in principe drievoudig. Daarom is het getal Vijf de sleutel tot het be­grijpen van het manifeste universum.

De relatie tussen Twee en Drie vertegenwoordigt in harmonische zin een toon die geen afspiegeling is van Een, maar in feite een nieuwe, krachtige relatie met Een is. Als zodanig wordt Vijf het eerste universele getal genoemd.

Deze unieke relatie tussen Twee en Drie is de reden dat het getal Vijf in zoveel culturen zo’n sacrale status bezit. In het oude Egypte werd het symbool voor ster uitgebeeld met vijf punten. De ster was het Egyptische symbool voor zowel het getal Vijf als iemands lotsbestemming. In het ideale geval werd de verwerkelijkte mens een ster en daarmee ‘lid van het gezelschap van Ra’ .

6. (Zes)

III

III

Zes is het kosmische getal van de stoffelijke wereld en werd daarom door de Egyptenaren als het numerieke symbool van zowel tijd als ruimte gekozen. Onze moder­ne geleerden zijn het er nu over eens dat er een zeer innige samen­hang tussen tijd en ruimte bestaat: zo innig, dat het een niet zonder het ander kan bestaan. Met andere woorden, tijd en ruimte zijn de keerzijden van dezelfde medaille.

1. Tijd. Alles wat verband houdt met het meten van de tijd, was en is nog steeds op het getal Zes of veelvouden daarvan gebaseerd. Het etmaal telt 24 uur (4 x 6) en bestaat uit de dag van 2 x 6, en een nacht van 2 x 6 uur. Het uur telt 60 minuten; de minuut telt 60 se­conden. De maand telt 30 dagen (5 x 6); het jaar telt 12 maanden (2 x 6). Het Grote Jaar van de Dierenriem (later het Platonische Jaar, dat 26.000 jaar duurt) omvat 12 dierenriemtekens of -tijdperken van elk 2167 jaar).

2. Ruimte (volume). Er zijn zes richtingen nodig om ruimte te definiëren: op en neer, voor- en ach­terwaarts, links en rechts. Daarom werd in Egypte de kubus, de volmaakte vorm met zes vlakken, als het symbool voor ruimte gebruikt.

De mens verblijft tijdens zijn leven in de stoffelijke wereld in (tijd en) ruimte. Zodat hij als het ware ‘in’ de kubus wordt uitgebeeld, met alleen zijn hoofd en voeten erbuiten.

De goddelijke entiteit wordt zittend op een kubus uitgebeeld, als zinnebeeld van de heerschappij van het bewustzijn (de geest) over de stof.

De Egyptische tempel werd ontworpen als een afspiegeling van de manifeste kosmos tijdens de schepping, de kubus. De aan elkaar grenzende vlakken van dit kubusvormige domein werden met zorg aangeduid als afzonderlijke entiteiten en zijn als zodanig terug te vinden in de volledig ontwikkelde Egyptische tempel.

7. (Zeven)

III

IIII

In Egypte stond het getal Zeven voor de eenheid van geest (Drie, III) en stof (Vier, IIII); om die reden werd dit getal in de hierboven weergegeven configuratie geschreven.

Een van de vormen die per traditie de betekenis van het getal Zeven tot expressie brengt, is de piramide, waarvan de vierkante basis staat voor de vier elementen, terwijl de driehoekige zijvlakken de drie aspecten van de geest symboliseren. Op die manier verenigt de piramide de getallen Drie en Vier in zich.

Zeven is het getal van het proces en het getal van groei, en daar­naast staat het voor de fundamentele cyclische aspecten van de kos­mos. Vaak moeten we vaststellen dat het getal Zeven (of veelvou­den daarvan) nodig zijn om het principe en de sequens van het ver­schijnsel ‘groei’ te beschrijven. Zo gehoorzaamt de menstruatie van de vrouw – een cyclus waarvan het voortbestaan van de hele soort afhankelijk is – aan een cyclus van 4 x 7 dagen. Vaak ook blijkt een sequens uit zeven bestanddelen te bestaan: de 7 dagen van de week, de 7 kleuren van het zichtbare spectrum, de 7 noten in de toonlad­der, om enkele voorbeelden te noemen.

Asar ( Osiris) wordt geassocieerd met het getal Zeven en zijn veelvouden.

Asar belichaamt het generatieve aspect van de cyclische, zichzelf vernieuwende kracht van het leven. Zeven staat voor de cyclische, universele asariaanse (osiriaanse) aard van het bestaan.

8. (Acht)

IIII

IIII

Het Absolute verklaart (in Egyptische teksten):Ik ben Een, die Twee wordt, die Vier wordt, die Acht wordt, en daarna ben Ik weer Een.

Het getal Acht staat voor de vier paren van oerkrachten of -mach­ten, die als namen droegen Duisternis (Nacht), Verborgenheid, Ge­heimenis en Eeuwigheid. Met andere woorden, de Ene omvat de acht (vier paren) elementen.

9. (Negen)

IIII

IIIII

Normaal gesproken komt een mensenkind negen maan­den na de conceptie volledig gevormd ter wereld, een om­standigheid die veel te maken heeft met de rol van het ge­tal Negen in de Egyptische getallensymboliek, en het belang dat aan dat getal werd toegekend.

Het Gezelschap van de neteroe (meervoud van neter m. netert vr. )( eigenschappen van de Ene, vergelijkbaar met de engelenhiërarchieën uit het Christendom) vormde een negental of Enneade dat tot de schepping van de mens op aarde leidde. Het getal Negen markeert het einde van de zwangerschap en tevens het einde van iedere nieuwe reeks van getallen. Wanneer Negen wordt vermenigvuldigd met een ander getal, brengt het telkens zichzelf voort als de som van twee getallen:

3 x 9 = 27 (en 2 + 7 = 9),

of 6 x 9 = 54 (en 4 + 5 = 9),

of 9 x 9 = 81 (of 8 + 1 = 9) enzovoort.

Negen markeert de overgang van de ene schaal (de getallen 1-9) naar een hogere schaal (beginnend met 10). Daarom is het het getal van de initiatie, hetgeen weer vergelijkbaar is met de geboorte van een baby na negen maanden.

10. (Tien)

Het Absolute werd zowel Een als Tien, omdat de Grote Enneade eruit voortkwam.

In het oude Egypte stond het getal Tien voor volmaaktheid en perfectie, omdat het de reeks van essentiële getallen completeerde en ze weer één maakte. In de Egyptische mythologie werd dit proces op symbolische wijze gedrama­tiseerd: Heru, de goddelijke zoon, wreekte de moord op zijn vader door tegen de moordenaar, Set, te strijden

Als zoon van Aset en Asar was Heru de tiende neter van Heliopolis. Tien is het hoogste getal van de oorspronkelijke Eenheid. In Tien is Heru de nieuwe Ene: hij zou terugkeren tot de Bron.

In de Heru-tempel van Edfu vinden we tien ‘kapellen’, als een afspiegeling van zijn ver­bondenheid met dit heilige getal.

Gerelateerde Berichten