Energieën

Energie Chakra’s
Het tweede basis energiesysteem vertegenwoordigt de 7 hoofdchakra’s. Deze kennen we vanuit de yoga. Chakra’s zijn zeer belangrijke energiesystemen in ons lichaam. Zij vertegenwoordigen het psychisch-emotionele aspect van de mens.

Chakra’s zijn voor te stellen als draaiende energiecentra. Deze energiecentra nemen informatie op en zenden deze ook weer uit. Dit gebeurt op heel fijn stoffelijk niveau, ook wel de hogere communicatie genoemd. Daarbij moet men denken aan telepathie, intuïtie en gevoelsmatige aspecten. Het is erg belangrijk dat ze optimaal functioneren. Echter emotionele energie kunnen ze stagneren. Daarbij vormen ze ook de verbinding tussen lichaam en geest.

De oorzaak van psycho-somatische klachten komt voort uit het feit dat de chakra’s niet optimaal in verbinding staan met het vegetatief zenuwstelsel en het hormonaal-systeem. Is een chakra minder actief dan heeft dit ook een negatief gevolg voor de andere chakra’s. Het niet optimaal functioneren van de chakra’s kan ook het gevolg zijn van het karma.

Mensen met geblokkeerde chakra’s kunnen last krijgen van bijvoorbeeld rugklachten. Dit wil nog niet zeggen dat zij een hernia hebben. Er zit een opeenhoping van negatieve energie, waardoor de spieren zich gaan verkrampen. De wervelkolom gaat zich verstarren en de zenuwbanen komen knel te zitten. Op den duur kán dit leiden tot hernia.

De zonnevlechtchakra, het emotionele centrum, staat in verbinding met het vegetatief zenuwvlechtwerk (plexus solarus) in onze buikholte. Dit zenuwvlechtwerk staat weer in verbinding met de inwendige organen. Hebben we emotioneel over- of onderenergie dan kunnen we last krijgen van onze maag en darmen. Het lichaam verkrampt van binnen. Obstipatie, diarree, geen eetlust meer hebben of niets meer binnen kunnen houden, zijn daarvan de gevolgen.

Kosmische energie krijgen we binnen via de kruinchakra. Als iemand ons veel liefde geeft of genegenheid dan verwerken we dat en staan we het ook weer af aan de aarde. Op deze manier behoort het ook te gebeuren met de negatieve energie. Net als een geaard stopcontact.

Naast de 7 grote belangrijkste chakra’s zijn er nog vele kleinere in ons energiesysteem te vinden. Vanaf onze geboorte tot aan onze adolentie ontwikkelen de 7 hoofdchakra’s zich. Zij vormen een basis van waaruit we handelen in ons volwassen leven.

Bepaalde perioden van onze jeugd hebben een sterke invloed op de ontwikkeling van een bepaald chakra. In principe zijn natuurlijk in onze jeugd alle 7 chakra’s in meer of mindere mate reeds actief. Een verstoring in de ontwikkeling van een bepaald chakra in onze jeugd heeft grote gevolgen voor ons verdere leven. Dit is vaak kosmisch bepaald (karma). Dit karma confronteert ons met bepaalde levenslessen waardoor we kunnen groeien.

Zoals bekend vertegenwoordigt ieder chakra een kleur. Ook heeft ze een relatie tot een bepaald aspect van ons mens-zijn. De sleutelbegrippen van de 7 hoofdchakra’s zijn:

Stuitchakra
De stuitchakra is de onderste chakra. De kleur is rood. Deze chakra verbindt ons met de aarde. Tevens is deze chakra noodzakelijk om negatieve energie af te leiden naar de aarde. Daarbij vertegenwoordigt zij onze elementaire behoeften, zoals slaap, voeding, warmte en genegenheid. De behoefte aan een doel in ons leven en ons bestaansrecht is hiermee verbonden. Deze eerste chakra ontwikkelt zich in ons eerste levensjaar. Vanuit deze chakra zijn dan de behoefte aan voeding, slaap en warmte de belangrijkste aspecten.
Heiligbeenchakra
Deze chakra heeft alles te maken met communicatie (verbinding) op aards niveau. Deze chakra begint z’n ontwikkeling wanneer we onze ouders of verzorgers beginnen te herkennen. We willen fysiek contact hebben, opgepakt worden maar wel door een vertrouwd persoon. Zo probeert een baby al wat te brabbelen. Aspecten die bij deze chakra horen zijn seksualiteit, stoffelijke aantrekkingskracht etc. De kleur van deze chakra is oranje.
Zonnevlechtchakra
De zonnevlechtchakra is gerelateerd aan onze emoties, zoals angst, verdriet en geluk. De geel gekleurde energetische zonnevlecht staat in verbinding met de fysieke zonnevlecht, plexus solaris. Deze plexus solaris behoort tot een zeer belangrijk deel van het vegetatief zenuwstelsel dat in verbinding staat met bijvoorbeeld het spijsverteringsstelsel, of de bijnieren met het hormoon adrenaline en de geslachtsklieren met testosteron en oestrogeen. De ontwikkeling van de zonnevlecht vergt een groot deel van onze jeugd. De reden dat wij op aarde incarneren is om door middel van emoties te kunnen groeien. Een goed ontwikkelde zonnevlechtchakra is daarom zeer belangrijk. De ontwikkeling van deze chakra duurt tot ongeveer onze pubertijd.
Hartchakra
De hartchakra staat niet alleen voor liefde naar één bepaald persoon toe of liefde voor je medemens. Het belangrijkste is de liefde voor jezélf. Je kan slechts van een ander houden als je van jezelf houdt. Dit heeft uiteraard niets te maken met egoïsme. De hartchakra heeft 3 kleuren namelijk geel, blauw en roze. Zij wordt meestal als groen ervaren. De hartchakra zal extra aandacht krijgen in de tijd dat we ons eerste echte vriendje of vriendinnetje krijgen of de behoefte daartoe voelen.
Keelchakra
De keel is het centrum van onze spraak en heeft daarom te maken met ons uiten. De kleur is blauw. Via het gesproken woord kunnen we zowel onze emoties als onze gedachten overbrengen. De keelchakra is daarom ook de verbinding tussen de emotionele aardse taal en de zuiverder rationele taal. In de puberteit is de keelchakra van groot belang. We willen onze stem laten horen, zowel in het gezin als in de maatschappij.
Voorhoofdchakra
Deze chakra wordt ook wel het intuïtiecentrum of het “derde oog” genoemd. De blauw-paarse kleur (indigo) is heel bijzonder. Via deze chakra kunnen we verbinding maken met ons eigen onderbewuste en met het collectief onderbewuste. In meditatie kan men via deze chakra ook “schouwen” aan gene zijde. Innerlijke wijsheid is hieraan gekoppeld.
Kruinchakra
De kruinchakra is onze verbinding met de bron en de andere 6 chakra’s. Deze chakra heeft een witte kleur. Worden alle kleuren van het spectrum van het licht gemengd dan ontstaat er de kleur wit. Een ander naam voor deze chakra is de lotus met de duizend blaadjes. Via deze chakra komen we vanuit de kosmos in ons lichaam. Bij ons sterven verlaten we ons lichaam ook door de kruinchakra. Dit is de enige chakra die niet verstoord kan raken gedurende ons leven op aarde.
Als het je gegeven is om van je bovenste chakra’s gebruik te mogen en kunnen maken dan kan je via meditatie in contact komen met jouw begeleiders.

2.3 Aura
De aura is het derde energiesysteem en wordt gevoed door onze meridianen , chakra’s en de kosmos. Dit energieveld zit als een eivorm om ons heen. De aura is continu in beweging en daardoor aan verandering onderhevig. De aura is dus een momentopname. Ben je in een bepaalde gemoedstoestand dan is dit ook in de emotionele laag van de aura waar te nemen. Aan de mate van de storing (energie) kan ik opmaken of deze structureel is of tijdelijk. Door middel van o.a. “healing” kunnen deze stoorvelden hersteld worden.

De aura energetisch aftasten kan zeer veel informatie over de persoon opleveren. Hierin staat alle informatie over het fysiek-lichaam en het psychisch-emotionele. Ook over alles dat in het verleden is gebeurd en dat wat in de toekomst zal gebeuren, alsmede op het kosmisch plan. Het is in principe de blauwdruk voor de toekomst.

In de aura worden 3 verschillende hoofdlagen onderscheiden:

de fysieke laag, het dichtst bij ons lichaam en een afspiegeling van onze gezondheid
de emotionele laag, gerelateerd aan ons gevoelsleven
de mentale laag, het verst van ons lichaam verwijderd en een afspiegeling van onze geestelijke gesteldheid
In mijn praktijk stel ik me in op de aura en krijg alle informatie via trillingen door. De informatie geeft mij een volledig beeld van de te behandelen persoon. Dus naast de meridianen en chakra’s, staat alle aanvullende informatie geschreven in de aura. Kanker is bijvoorbeeld in de aura waar te nemen. In de homeopathie is het niet belangrijk om een ziekte een naam te geven. Binnen de homeopathie zijn voor kanker of reuma geen speciale geneesmiddelen. Voor reuma of kanker bestaan bijvoorbeeld 40 geneesmiddelen die van toepassing kunnen zijn. Het is maar net wat voor soort reuma of kanker het zou kunnen zijn. Reuma of kanker is een symptoom dus een verstoring van energetische velden. In mijn geval krijg ik door welk homeopathisch geneesmiddel met die negatieve energie bij die persoon past.

Als iemand klachten heeft, is het eenvoudig te bepalen of die klachten te maken hebben met het werk of met een relatiestoornis. Zelfs of dat te maken heeft met het moeilijk accepteren van de aanwezigheid op aarde. Zij, die kleuren kunnen waarnemen, kunnen die energie vertalen naar de realiteit. Het is te vergelijken met de klant die een zender is. De behandelaar, therapeut is de radio. De golven die de klant uitzendt, kan de behandelaar oppakken en transformeren naar de realiteit van de klant.

Andere onderwerpen : http://home.wxs.nl/~steen222

Hieronder versta ik dat men ‘energie’ of ‘iets’ bij zich heeft, wat niet van zichzelf afkomstig is. het is zo vaag, want het is nog niet makkelijk om te definiëren wat energie is. Wat in ieder geval wel zo is, is dat ik het vaak tegenkom bij sessies, vaak de eerste sessie al. Mijn therapie is vooral heel praktisch gericht: helpt het wat we doen of niet. De theorie komt vaak achteraf.Het makkelijkste is op dit moment om te beginnen met te beschrijven wat de symptomen kunnen zijn van dat ‘iets’. daarna vertel ik waar dat ‘iets’, laten we het energie noemen, vandaan kan komen, en vervolgens wat ik doe om te helpen dat het weggaat. daarna beschrijf ik wat anderen er over zeggen, wat ik gehoord heb, op het internet heb gelezen, en wat er (aan (on)zin over) in films te zien valt.

 

De meeste mensen hebben energetische vervuiling bij zich, in meer of mindere mate. In de eerste sessie vraag ik vaak via spiertesten voor hoeveel procent iemand zichzelf is. Dan blijkt dat dat ergens tussen de 60 en 100 procent te liggen. Wat zijn de symptomen aan de hand waarvan ik die vraag stel. Ik noem een rijtje:

* algehele vermoeidheid, vermoeider wakker worden dan naar bed gaan

* lichamelijke klachten waar dokters niets bij vinden

* verschuivende klachten, dan weer hier, dan weer daar

* hardnekkige overdreven emoties, zoals woedeaanvallen, onbegrepen verdriet en angsten

* overgevoelig voor beïnvloeding door anderen

* overgevoeligheid, voor stemmingen, stoffen, bepaalde mensen

* ‘gek’ worden van drukke ruimtes, niet tegen supermarkten ed. kunnen

* moeite hebben om te concentreren, vaagheid, verwardheid

 

natuurlijk kunnen al deze symptomen ook door andere oorzaken veroorzaakt worden, en dat is vaak ook zo. Meestal is het een combinatie. In de eerste sessie blijkt vaak dat het goed is om eerst de bovenop liggende niet -eigen energieën ‘op te ruimen’, zodat we daarna met de werkelijke oorzaken van de klachten die in de persoon zelf liggen verder kunnen. Ik vraag nadat we hebben vastgesteld dat er niet-eigen energie is, van hoeveel mensen die dan afkomstig is.

 

Niet-eigen energie is vrijwel altijd afkomstig van andere mensen. Dit kunnen mensen zijn die je kent of gekend hebt, maar soms ook onbekenden. Het kan van mensen zijn die nog leven, maar ook van gestorvenen. En, het kan uit je huidige leven afkomstig zijn, of je kan het al sinds een vorig leven bij je hebben. Het kan tijdelijk zijn, dat je na een bijeenkomst een raar gevoel houdt, wat na een dag of paar dagen weer wegtrekt, of het kan meer permanent in je aura verankerd zitten.

 

Energie afkomstig van mensen die nog leven.  Het is mogelijk om met je energie uit te reiken naar een ander, die als hij gevoelig is daarvoor, daar mee meetrilt, en emotionele, mentale of fysieke verschijnselen krijgt. Om dit te kunnen doen is het nodig om zeer gefocust te zijn, en een daarvoor gevoelige ontvanger te hebben. De focus krijg je door hetzij intense emotionele lading, dit kan dan ook onbewust gebeuren, en dat gaat meestal ook onbewust, of door langdurige intensieve training van het onderbewuste, zoals dat bij sjamanen en yogi’s en andere tovenaars gebeurt. Over dit laatste vertel ik later meer (zie vloeken en bezweringen), ik heb het nu vooral over de emotionele energieoverdracht. Soms neemt de zender juist dingen over van de ontvanger, of is het niet duidelijk wie zender, wie ontvanger is. Dit soort aanhechtingen die ik net behandeld heb, zijn meestal afkomstig van levenden die men goed kent.

Bijvoorbeeld het kind dat het verdriet van de ouder probeert over te nemen, of de onderdrukte woede van een ouder ventileert via uitbarstingen. Je ziet vaak dat (ex)partners energie van elkaar bij zich hebben. Wat ik ook regelmatig tegenkom: klasgenoten, collega’s, vrienden,vijanden.

 

(Energie van)Overledenen. Als iemand gestorven is, kan het zijn dat de persoonlijkheid niet helemaal sterft, maar dat er stukjes van achterblijven. Deze delen kunnen zich aanhechten aan personen of plaatsen. Men noemt dat ook wel geesten. De voornaamste oorzaken die ik in mijn praktijk tegenkom zijn: onbewustheid over het sterven, dat deel weet niet dat men dood is, meestal door ongeluk, hartaanval, andere plotselinge dood of dementie,  of het is mogelijk, komt minder voor, dat men wel (vaag) weet dat men gestorven is, maar angst heeft voor de dood, of het oordeel van God, angst voor de hel. Er kunnen ook nog onverwerkte stukken zijn, dingen die men nog met de persoon waar men bij is had willen uitwerken.

Soms hebben mensen al vanaf de kindertijd een deel van de gestorven ouder of grootouder bij zich. Of van een gestorven kind uit de klas, of het tweelingbroertje dat al in de buik was overleden.

Ik kom ook vaak tegen dat men een of een paar onbekenden bij zich heeft. Die zijn dan in de kindertijd een soort van ‘aan komen waaien’. Ik leg dat vaak uit met de metafoor van: de deur stond open en er kwam een verwarde zwerver langs, en het voelde wel warm binnen. Het is altijd belangrijk om later uit te zoeken wat het zogenaamde ‘aanhechtpunt’ is, de reden dat het kind zo openstond voor deze ‘zwervers’. Dat is vaak eenzaamheid, gebrek aan aandacht, liefde, maar ook ziekenhuisopnames en ernstige trauma’s kunnen zorgen voor een ‘open deur’. Als er eenmaal iemand binnen is, dan werkt de natuurlijke afweer niet meer goed, en meestal blijft de deur dan wel op een kier staan, en kunnen er meer binnenkomen, al hoeft dat niet.

Wat eigenlijk altijd wel voorkomt, is dat men geesten uit het eigen (vorige levens) verleden bij zich heeft. Zij kunnen dezelfde symptomen veroorzaken als de niet-eigen geesten. De behandeling is wel anders, aangezien het ervaringen van de eigen ziel betreft.

Het is ook mogelijk dat er gestorvenen zijn die wel bewust zijn, en meer als een soort gids op treden. Een goede gids zit niet in het energieveld van de levende persoon, maar staat daar net buiten, om eventueel te helpen of advies te geven als  er om gevraagd wordt. Pieter Wierenga geeft aan in zijn boek ‘Ongenode Gasten’ dat gidsen die ongevraagd advies geven, of ingrijpen in het leven van de levende, niet zuiver zijn, en meer leven vanuit een soort obsessieve bemoeizucht, hoe mooi de adviezen ook zijn, dan uit echte spirituele ontwikkeling. Iedereen is hier om zelf ervaringen op te doen, niet om te leven op tweedehands wijsheid en ervaring. Waarschijnlijk zijn er veel mensen die er anders over denken, zij vinden het prettig en bijzonder dat ze een persoonlijke gids bij zich hebben, en ervaren hun hulp en steun als iets onmisbaars.

 

Gewenste Niet-eigen energie

Het is niet altijd lastig om energie van anderen bij zich te hebben, ik vraag dat altijd op , zowel aan het bewuste (gewoon vragen) als aan het onbewuste, via de spiertest. Bij ouders en kinderen is het normaal dat de energie door elkaar loopt. Vooral tussen moeder en kind, en mogelijk ook tussen vader en kind zit normaal gesproken nog tot de pubertijd een energetische navelstreng. In de pubertijd wordt die dan vaak met wat geweld doorbroken. Soms blijft die navelstreng het hele leven zitten, of komen we tijdens de therapie erachter dat die er nog zit. Ook partners hebben energie van elkaar bij zich, of mensen die intens aan een bepaald project samenwerken. En in een groep draagt iedereen ook de groepsenergie.

Bij gestorvenen kan het zo zijn, dat mensen graag bijvoorbeeld hun lievelingsoma, of hun vroeg overleden vader bij zich willen houden. Ik leg dan wel uit dat het beter is dat die energie niet verweven is met hun eigen energieveld.

Ik werk alleen therapeutisch met niet-eigen energie waar de cliënt bewust of onbewust last van ondervindt, en als de cliënt zelf bewust aangeeft ermee te willen werken. Belangrijk is wel om de reden van het bij zich hebben van de niet-eigen energie te onderzoeken en behandelen.

 

Ontvanger

Wat bij alle niet eigen energie in ieder geval nodig is, is een ontvanger die ervoor gevoelig is. Gevoeligheid kan ontstaan doordat de energie zo lijkt, aansluit op iets waar de persoon al mee bezig is, of het niet helemaal aanwezig zijn in het lichaam. Hans ten Dam noemt dit: de mens als gatenkaas. Gaten in het energieveld door afwezig zijn. Die worden dan opgevuld door iets anders, wat je uitnodigt of wat aan komt waaien. afwezigheid kan ontstaan door traumatiek, door niet echt willen leven, door drugs en alcoholgebruik, iemand anders willen zijn, niet genoeg met het heden bezig zijn, maar meer met de toekomst of het verleden. Pieter Wierenga geeft in zijn boek: ‘Ongenode gasten’ een zeer uitgebreid overzicht van vele mogelijke oorzaken.

 

Behandeling

De manier van behandelen hangt van de cliënt en de soort niet eigen energie af. Aanhechtingen verwijderen we door visualisatie van opruimen van de energie, soms ook terugsturen. Soms gebruik ik hierbij een kristal. Bij overledenen is het meestal voldoende om de overledene ervan bewust te maken dat hij/zij geen lichaam meer heeft, en verder kan naar het Licht. Als dat moeilijk gaat, is er meestal sprake van angst voor de hel. Het er over hebben, er op wijzen dat als de hel bestond en als diegene naar de hel zou moeten, dat hij er dan al wel zou zijn, dat  is dan meestal voldoende. En het is altijd mogelijk om hulp te vragen aan engelen, die uit zichzelf niets doen, maar wel als je er om vraagt. Dit neemt nooit meer dan 1 sessie in beslag. Dit kan al voor een aanzienlijke opluchting en vermindering van symptomen als benauwdheid, niet zichzelf voelen, woede-aanvallen, onbegrepen verdriet, onrustige nachten etc. geven. De eigenlijk therapie moet dan nog wel beginnen vaak. Het punt van aanhechting moet behandeld worden, wat maakt dat de cliënt gevoelig was voor deze energie, waar zitten de gaten in de aura en hoe zijn die daar gekomen. Lage eigenwaarde, faalangst, depressie worden hier niet door opgelost, daar is verdere therapie voor nodig. Maar het kan dus al wel schelen in de last die men te dragen heeft, en in de pijn.

 

Vloeken en bezweringen.  Soms heeft men energieën bij zich die bewust op hen zijn ‘afgestuurd’. Vervloekingen, bezweringen, voodoo, stille kracht, hoe men het ook noemt, het is iets dat met een ritueel tot stand is gebracht. Een ritueel helpt ook met focussen. Het kan ook zijn dat men voorwerpen in huis heeft waar zo’n energie ‘inzit’. In Nederland is het voor zover ik weet onder de autochtonen vrij ongewoon om met dit soort zaken op een negatieve manier bezig te zijn. men kent het niet, en gelooft er niet in, daardoor is men over het algemeen ook minder gevoelig daarvoor. In andere culturen komt het vaker voor. Ik heb al diverse mensen van Indonesische afkomst behandeld die in hun huidige leven ‘bezworen’ waren.

Vaker kom ik tegen dat mensen nog vloeken of bezweringen uit vorige levens bij zich hebben. Dat kunnen vloeken zijn die tegen hen gericht zijn, maar ook vloeken die ze zelf hebben gedaan in vorige levens. Het sturen van energie met slechte bedoelingen heeft altijd een negatief effect op het eigen karma, en slaat altijd terug in hetzelfde of een volgend leven. Beide soorten vloeken kunnen tijdens de therapie verwijderd worden.

glaasjedraaien: het zijn juist de meer verwarde persoonlijkheidsfragmenten die zijn achtergebleven, en die reageren op dat glaasjedraaien, als er al energie van buitenaf is die reageert. het kan ook zijn dat het onderbewuste of de al aanwezige aanhechtingen van de aanwezigen reageren. De meer verlichte delen van de gestorvenen zijn verder gegaan. (Ik vermoed dat ik hiermee dus van mening verschil met spiritisten, die vaak een vredig samenzijn van levenden en doden voor zich zien). Vooral bij gevoelige pubers, waar het soms populair is om te doen, heeft dit als gevaar dat deze energieën zich in hun eigen energieveld verankeren.

 

demonen en duivels: ik kom ze niet tegen als zodanig. In mijn wereldbeeld passen ze niet, ik geloof ook niet in de hel of in een duivel. Ik geloof wel dat mensen tot alles in staat zijn, al het slechte wat er gebeurt is wel ooit eens door minstens 1 mens bedacht. Mensen kunnen wel duivelse energie bij zich hebben. de theorie is, is dat dat bedorven andere energieën zijn, zoals woede die te lang verzuurd is, frustratie, angst etc. Ik zie het meer als een ziekte dan dat er een verpersoonlijkt kwaad zou zijn, van wie alle slechte dingen de schuld zijn. Het is een van de vele manieren die we bedenken om maar niet zelf verantwoordelijk te zijn voor onszelf en de wereld. Ik was het niet, die duivel of die demon was het! Het is wel mogelijk om ‘duivels’ of ‘demonen’ van andere mensen bij zich te dragen. Het is dan goed om die te bevrijden, maar essentieel is om dan vervolgens de eigen verantwoordelijkheid daarin te onderzoeken, wat was het, wat heb je meegemaakt, wat heb je bij jezelf onderdrukt dat dit kon gebeuren. Pieter Wierenga beschrijft wel in enkele van zijn boeken een soort van hel, en een soort antiwereld waar duivelse mensen en wat wij duivels noemen leven.

 

Schizofrenie

Pieter Wierenga zegt in zijn boek Ongenode Gasten dat mensen met schizofrenie en met MPS/DIS vaak obsessieve energie bij zich hebben. Zie zijn boek hierover. Ik heb hier geen ervaring mee, ik heb nog niet met schizofrene of MPS/DIS mensen gewerkt. Hij zegt ook dat de meest voorkomende vormen van obsessieve energie de aanhechtingen en zwerfgasten zijn (onbewust gestorvenen). hier werk ik wel mee, kom dit in meer dan de helft van mijn cliënten tegen.

 

Wie ben je? dit laatste gaat verder dan therapie. therapie zoals dat meestal gebeurt is om persoonlijkheden op te lappen, te integreren en weer klaar te maken voor de wereld en het leven. Uiteindelijk als je dan gaat zoeken naar wie je bent zal dan weer blijken dat zoiets als niet-eigen energie weer helemaal niet bestaat, aangezien er geen grenzen zijn. We zijn elkaar en alles, en ook weer niets. Mooie woorden, je kunt het in vele spirituele boeken en tijdschriften lezen. Mediteren is een manier/van de manieren om het zelf te ontdekken. als mensen hier echt in geïnteresseerd zijn, kunnen ze eens te rade gaan bij hun eigen religie, of boeken gaan lezen/naar bijeenkomsten gaan over andere religies. ik zelf heb al veel gehad aan inzichten uit het boeddhisme, en sjamanisme, zowel Amerikaans als Huna. Ook de boeken van Neile Walsch: Een gesprek met God, deel 1, 2, 3 etc, zijn heel verhelderend.

Niet-eigen energieen op het internet

http://www.damconsult.nl/tou/wierenga.htm over het boek Ongenode Gasten van Pieter Wierenga. Het boek is zeer de moeite waard, met uitgebreide overzichten van alle mogelijke niet-eigen energieen (hij noemt het obsessieve energie), hoe je er aan komt en wat hij er mee doet.

http://www.magnetiseur.nu De site van magnetiseur/excorsist Harry Streppel. Het excorseren komt mij allemaal wat heftig over, maar ik sluit niet uit dat het mogelijk is allemaal. Ik kom het niet tegen in mijn praktijk, en ik vraag me af of het blijvend helpt voor de client, aangezien ik niet duidelijk op zijn site tegenkom hoe hij omgaat met datgene in de mensen zelf wat niet-eigen energie aantrekt en vasthoudt.. Let op, een doordringend muziekje op de achtergrond.

http://www.bethlehemkerk.nl/bijbelcursus/bijbel_2_achter.htm Hoe kerken ‘bezetenheid’ zien.

http://www.hulpgids.nl/nieuws/nieuws.htm#080600A De behandeling van MPS lijkt op excorsisme.

http://www.charisma.nl/archief/artikelen/leefstijl/Amadeus.html Over freelance excorsist pater Amadeus.

http://users.belgacombusiness.net/stemmenhoren/Zwarte_Magie/Entiteiten/entiteiten.html

http://home.wanadoo.nl/isisweb/

http://communities.msn.nl/GeestenenGidsen

Ongewenst bezoek: een spirituele visie op bezetenheid en bevrijding door Hendrik Klaassens

Engelstalig:

http://www.spiritreleasement.org/ De site van dr. Bill Baldwin, die naast reincarnatietherapie aan spirit releasement doet. Hij komt wel onder andere niet-menselijke roodogige entiteiten tegen, die hij dan al dan niet op afstand bij de cliënt verwijdert.

Ruzie is slecht voor afweer

Bij echtparen die ruzie maken genezen huidwondjes langzamer dan bij harmonieuze koppels. Het afweersysteem reageert meetbaar anders.
Dat kan betekenen dat veel echtelijk getwist ook hart- en vaatziekten, kanker, diabetes en snellere veroudering bevordert, aldus onderzoekers in een vandaag gepubliceerde artikel in de Archives of General Psychiatry.

De onderzoekers van drie Amerikaanse universiteiten namen 42 vrijwillig meewerkende gezonde echtparen tweemaal 24 uur in een onderzoekscentrum van de universiteit van Ohio op. Bij de eerste opname voerden de echtelieden steunende gesprekken. Een paar weken later kwam het echtpaar weer een etmaal. Een van de onderzoekers had met iedere partner een kort gesprek om een conflictpunt op te sporen. De partners moesten vervolgens één of twee van conflictpunten bediscussiëren en proberen op te lossen.

Voorafgaand aan beide sessies werd op de onderarm van alle deelnemers een wondje gemaakt van krap een vierkante centimeter. Het wondje werd ruim een week lang dagelijks met een nieuw monsterplaatje bedekt dat het wondvocht opnam. In het wondvocht en in afgenomen bloed stelden de onderzoekers de concentraties van een drie ontstekingsbevorderende of -remmende stoffen vast, zoals interleukine 1 en interleukine 6.

Bij partners die onvriendelijk of vijandig reageerden, duurde de wondheling een dag langer dan bij een vriendelijk reagerende partner. En na de confronterende sessie duurde de wondheling ook een dag langer dan na de ondersteunende sessie. De concentraties van de drie gemeten onstekingsstofjes rond de wond waren steeds hoger na vriendelijke sessie dan na de confronterende sessie. De ontstekingsstofjes worden op de plaats van de wond gemaakt en komen deels in de bloedbaan terecht. Op grond van de metingen in het bloed was de interpretatie moeilijker: vijandig reagerende partners hadden over het algemeen een hogere toename van de ontstekingsstofjes in hun bloed.

Dit onderzoek laat een klein verschil na een kleine gebeurtenis zien, maar er zijn uit ander onderzoek al aanwijzingen dat blijvend verhoogde concentraties van die ontstekingsstoffen samengaan met een verhoogd risico op een heel scala ziekten, zoals hart- en vaatziekten, kanker, ouderdomsdiabetes, sommige kankers, fragiliteit en algehele achteruitgang. ,,Dat betekent dat herhaalde conflicten en verhoogde interleukineconcentraties negatieve gevolgen kunnen hebben voor zowel de geestelijke als de lichamelijke gezondheid”, aldus de onderzoekers.

Bron: NRC

LICHAAMSTAAL
Steeds meer wordt er in de reclamewereld, de politiek en het bedrijfsleven een grotere prioriteit gegeven aan lichaamstaal. Iedere zichzelf respecterende ‘persoonlijkheidstrainer’ stopt steeds meer non-verbale communicatie in zijn kader- en managementtrainingen. Behoudens de wanstaltige excessen van de Amerikaanse televisiedominees-cultuur is lichaamstaal bij veel christenen een verwaarloosd terrein, ja zelfs vaak een taboe. Toch leert juist de bijbel dat het wezen van de mens een drie-eenheid is, die zich manifesteert naar geest, ziel en lichaam.
Onderzoekers als Mehrabran en Birdwhistell hebben inmiddels afdoende bewezen, dat ongeveer 80% van alle communicatie via de ‘non-verbale kanalen’ van stemnuances, veranderingen van houdingen en onwillekeurige bewegingen van het lichaam plaatsvindt. Is dit ook een bijbels gegeven? Of is aandacht voor lichaamstaal alleen een gevaar, wat de mensen er nog meer toebrengt zich anders voor te doen, een betere uitstraling te krijgen, waardoor men meer kan ‘scoren’ in de wereld van macht en aanzien.De taal van het lichaam omvat iedere bewuste of onbewuste beweging van het lichaam of deel daarvan, waarmee het een emotionele boodschap overbrengt naar zijn omgeving. De lichaamstaal voor gevoelens als vreugde, woede, rouw, belangstelling en verrassing, angst en boosheid, afschuw en verachting en schaamte is over de grenzen van de wereldzeeen heen overal gelijk. Tot deze conclusies kwamen de Amerikaanse onderzoekers Friesen en Sorensen. Deze signalen zijn een gemeenschappelijke ‘wereldtaal’, maar er zijn ook ‘dialecten’. Voor een juiste integratie van de woordeloze taal moet men rekening houden met verschillen in cultuur en milieu.
EÈn van de meest voorkomende fouten bij het uitleggen van lichaamstaal is het vormen van een oordeel op basis van de afzonderlijke gebaren. Lichaamstaal heeft zijn eigen spraakkunst en interpunctie. Elk gebaar vertegenwoordigt een enkel woord. Een uit zijn verband gerukt woord kunnen we zoals we allemaal maar al te goed weten, de meest verschillende betekenissen geven. Waarnemingen bij blind geboren en dove kinderen die nooit de mogelijkheid hadden om gebaren te zien, bewijzen dat beide bestaan: geÎrfde en aangeleerde gebaren. Onze taal is in de duizenden jaren dat ze gesproken wordt fundamenteel veranderd.

 

In onze gebaren zijn we ons trouw gebleven. Ze zijn het erfdeel van de mensheid, net als de glimlach. Toegegeven, onder stress is het niet altijd gemakkelijk om de tanden bloot te maken. De aanvankelijke kamerbrede geroutineerde glimlach van de vroegere Amerikaanse president Carter verloor tijdens zijn vier-jarige ambtsperiode duidelijk aan politieke overtuiging. Scherpe waarnemers zagen de in beginsel optimistische glimlach van tien tanden bloot, verminderen tot zeven tanden bij het verlaten van het Witte Huis in 1981.

 

Kan het lichaam liegen?
Hoe hoger iemand op de ladder van de macht staat, des te bescheidener zijn zijn gebaren. Hoe lager, des te ‘breedsprakiger’. Naarmate we ouder worden, remmen we onze lichaamstaal af. Macht en ouderdom reduceren onze gebaren. Als een kind liegt, bedekt het zijn mond met zijn hand. Dit onbewuste gebaar gaat weliswaar niet verloren, maar met de jaren verandert het. Wanneer een volwassene liegt, dan geeft zijn onderbewustzijn hem ook het bevel zijn ‘woorden’ in te houden. Hun hand gaat naar de neus, alsof het daar zou jeuken. Met andere gebaren gaat dat net zo. We kunnen het moeilijkste liegen als iemand ons dichtbij ziet. Micro-signalen die we niet zo goed meer kunnen controleren, zoals het optrekken van een wenkbrauw, het trekken van een mondhoek, de pupillen die zich vernauwen. Dit zijn allemaal aanwijzingen die het supersignaal van de eerlijkheid, de open handen, kunnen logenstraffen.
Doordat jonge moeders in de eerste levensjaren van hun kinderen alleen door middel van de lichaamstaal kunnen communiceren hebben veel vrouwen een sterker ontwikkeld ‘zesde zintuig’ voor gebaren. Politici en zakenlui zijn ondanks de trainingen slechts in staat voor korte tijd hun lichaamstaal te ‘vervalsen’. Toneelspelers, professionele leugenaars, moeten op het toneel door de afstand van het publiek hun bewegingen stileren en accentueren. Op het beeldscherm en filmdoek werken deze bewegingen bij close-ups grotesk. Daarvoor is weer een subtielere lichaamstaal nodig. Wanneer u de lichaamstaal wilt leren, dan moet u tijd besteden aan gebaren van anderen. Daar waar lichaamstaal oorspronkelijk is, bijv. plaatsen met tijdsdruk op vliegveld en station. Geluk, vreugde, ongeduld zijn vaak ongecontroleerd zichtbaar.

 

Territorium
Een van de belangrijkste deelgebieden van de lichaamstaal is de zgn.: proxemica. Dit is de leer over hoe we ruimte om ons heen gebruiken. De meeste van ons zijn zich daar zelden van bewust, toch is dit van groot belang. Dr E. Hall, hoogleraar antropologie ontwikkelde hierover een aantal wetenschappelijke stellingen. Hij onderscheidde o.a. 4 ruimtezones waarin de meeste mensen opereren.
1) Intieme afstand (15-50cm)
In deze ruimte hangen kinderen aan hun ouders. Hier wordt de liefde bedreven en is men zich bijzonder bewust van de nabijheid van de ander. Mannen kunnen binnen zo’n afstand zich onbewust ongemakkelijk voelen. Het klassieke voorbeeld is een overvolle lift of trein, waarin we automatisch zekere gedragsregels in acht nemen. Zo zullen de meeste mensen zich stijf houden en zoveel mogelijk proberen hun buren niet aan te raken. Als ze hen wel aanraken, trekken ze zich terug of spannen hun spieren in het contactvlak met de ander. Dit betekent in lichaamstaal: Sorry dat ik u aanraak, maar de situatie dwingt me ertoe. Indien iemand zich in een dergelijke situatie zou ontspannen en contact zou houden met de ander, sla je sociaal gezien een enorme flater. Dit geldt ook voor te lang oogcontact in een lift. Te lang aankijken wordt beschouwd als een inbreuk op de privacy en vaak vertaald met oneerbare bedoelingen.
2) De persoonlijke afstand (50-75 cm)
Je kunt nog net de hand van je partner pakken. De afstand is nog zo klein dat een gesprek mogelijk wordt. Met de afstand die je aanhoudt in een gesprek leg je in lichaamstaal een verklaring af van je relatie met de ander. Hoe verder weg, hoe minder sympathiek.
3) Sociale ruimte (120-400cm)
Hier doen we onpersoonlijke zaken. Een baas kan deze afstand gebruiken om zijn zittende medewerker te domineren. Een receptioniste kan op deze afstand verder gaan met haar werk, zonder met de bezoeker die wacht te moeten praten. Bij een kleinere afstand zou zoiets zeer onbeleefd zijn.
4) De openbare afstand (4-8 meter)
Deze afstanden van menselijke interactie worden gebruikt bij meer formele bijeenkomsten als colleges of toespraken. Op deze afstand is het ook het gemakkelijkste “te liegen” met lichaamstaal.
Over de verdediging en het binnendringen van de diverse zones met de bijbehorende lichaamstaal zijn vele boeken geschreven. Hoe “agressief” iemand reageert op het binnendringen van een zone is mede afhankelijk van de “rang” van de ander. Hoe groter de dominantie is, hoe meer “binnendringende lichaamstaal” geaccepteerd wordt. Zo bleek bij onderzoek in een psychiatrische inrichting, waar mensen misschien nog wel ontvankelijker zijn voor de suggestie van de lichaamstaal, dat patiÎnten met “agressief gedrag” anderen domineerden. Zij werden op hun beurt gedomineerd door de bewakers. Maar ook in de lichaamstaal waren de reacties op verpleegkundigen en artsen nog meer onderworpen. Zo kunnen ook mensen door subtiele lichaamsbewegingen een duidelijke dominante uitstraling vertonen.

 

Lichaamstaal en zakenleven
In de moderne persoonlijkheidstrainingen wordt geleerd hoe men door het oefenen van lichaamstaal, meer “uitstraling”, meer dominantie kan ontwikkelen. Hoe geef je iemand een hand? Niet slap, niet trekkend, niet met afgewende blik, niet met de voeten afgewend, maar volkomen bewust van je eigen persoonlijkheid en mogelijkheden! Hoe lang kijk je iemand aan. Dr. Birdwhistell geeft 23 gradaties van geslotenheid van het oog met bijbehorende emoties. Als je je ogen afwendt in een gesprek, wil je niet geÔnterrumpeerd worden, of ben je verlegen, misschien ben je wel ongeÔnteresseerd of heb je wat te verbergen? Als je iemand op straat tegenkomt, mag je hem aankijken tot hij 2,5 meter van je verwijderd is, dan moet je je blik afwenden, tot je hem passeert. Aan welke kant wordt voor die 2,5 meter bepaald.
De eerste indruk wordt gezegd, is bepalend hoe je door de ander wordt “ingeschaald”. De lichaamstaal zou hierbij de belangrijkste rol spelen. Dus dames: “Klem nooit je benen tegen elkaar, trek nooit de voeten onder je, zorg voor een perfecte “hairdressing” en make-up, loop met een goede romprotatie, en afwikkeling van de voet, met opgeheven hoofd en kijk bij het wandelen beurtelings met het hoofd naar links en rechts. Alles in je lichaam moet uitdrukken: Ik voel me geweldig, ik heb alles onder controle, ik ben fantastisch, te gek, ongeacht hoe je je werkelijk voelt!”

 

Naast verkoop-trainingen in lichaamstaal, is er tegenwoordig ook een massale toeloop op de cursussen: Hoe leer ik flirten met lichaamstaal, etiquette en de “ultimate limit” op dit gebied: Cursussen lichaamstaal en “small talk”. Hier wordt geleerd hoe je op cocktailparty’s moet bewegen en over NIETS praten. Je mag niet praten over politiek, religie, literatuur of iets wat enige inhoud kan hebben, daarmee zou je de ander kunnen afstoten. Daarentegen moet je uren kunnen praten over het eten, de wijn, het weer, de entourage en alles in je lichaam moet weer uitdrukken: ” IK ben geweldig”

 

Lichaamstaal en hulpverlening
Er zijn veel uitdrukkingen in het taalgebruik die verband houden met lichaamstaal.Een last op je schouders, tanden op elkaar, de handen uit de mouwen steken, gal spuwen, in het oog houden, met knikkende knieÎn etc. Ze drukken steeds de relatie tussen lichaamsbeweging en gevoel uit. Een man die voortdurend ongelukkig is en zo kijkt, houdt er een zorgrimpel aan over. Iemand met een agressieve natuur heeft als gewoonte voortdurend zijn kin naar voren te strekken. Het lijkt erop of veel chronische emoties “bevriezen” in de lichaamshouding. Alexander Lowen, de grondlegger van de bio-energetica, gaat zelfs zo ver, dat hij zegt: wat je voelt, dat ben je. Zo komt hij tot de zgn. fysieke dynamica van de karakterstructuur. (Zie art. bio-energetica; Promise 5e jrg. nr.2 ) Neem bv. de houding van de schouders. Zijn ze wat naar achteren getrokken, dan duidt dit op beheerste woede. Opgetrokken schouders getuigen van angst. Vierkante schouders kunnen verantwoordelijkheid dragen en gebogen schouders dragen zware lasten. Hoewel de bio-energetica volkomen doordrenkt is van het Freudiaanse denken, kan lichaamstaal ook wel een belangrijk element in de christelijke hulpverlening zijn, mits dit ingepast is in het bijbelse mensbeeld en denken.
Zo is er het voorbeeld van een neurotisch, introvert 14 jarig meisje, wat ondervraagd wordt door een therapeute. Het meisje zit aan de tafel met gebogen hoofd, haar gezicht verborgen, haar linkerhand voor haar ogen, haar rechterhand gleed over de tafel naar de therapeute en terug en ze beantwoordde geen van de gestelde vragen. Ze “schreeuwde” in feite om aanraking, maar de therapeute kwam niet verder dan een verbale benadering. Pas in het tweede gesprek, toen de therapeute haar bij dezelfde houding streelde en aanraakte, kwamen er openingen waar het kind zich verbaal en emotioneel kon uiten. Vaak heb ik zelf ook de ervaring dat bidden en spreken soms geblokkeerd lijkt en dat omgaan met lichaamstaal openingen biedt waarin op andere terreinen van hulp een doorbraak kan komen.

 

Facebooktwitterpinterestmail

Gerelateerde Berichten