39 Boerenwijsheden ofzo

Boerenwijsheid 1.

ZIT DE BOER DE HELE DAG OP ZIJN KONT.
KOMT ER GEEN AARDAPPEL UIT DE GROND.

Boerenwijsheid 2.

VALT ER VEEL REGEN IN MEI,
DAN IS APRIL ZEER ZEKER VOORBIJ.

Boerenwijsheid 3.

VERRAST DE BOERIN DE BOER EN DE MAAGD IN HET HOOI,
IS DAT VOOR DIE TWEE, ZEKER NIET ZO MOOI.

Boerenwijsheid 4.

DE BOER HOEFDE DIT JAAR NIET TE MAAIEN,
HIJ WAS VERGETEN OM TE ZAAIEN.

Boerenwijsheid 5.

LIGT DE BOERIN MET DE KNECHT IN HET KOREN,
KAN DE BOER HUN HOPELIJK NIET HOREN.

Boerenwijsheid 6.

EEN BOER ZONDER PAARD EN ZONDER WAGEN,
MOET ZIJN ZAKKEN ZELF MAAR DRAGEN.

Boerenwijsheid 7.

HEEFT DE BOER DE PET EN PRUIK NIET OP,
LOOPT HIJ DE HELE DAG MET EEN KALE KOP.

Boerenwijsheid 8.

DOET DE BOER ZIJN BEHOEFTE IN HET STRO,
ZIT DE BOERIN WAARSCHIJNLIJK OP DE PO.

Boerenwijsheid 9.

ALS MEN DE BOER NAAR HET WEER GAAT VRAGEN,
BEGINT HIJ AL METEEN TE KLAGEN.
Boerenwijsheid 10.

SNEEUW MET KERSTMIS OF NIEUWJAAR,
VINDT EEN ECHTE BOER NIET RAAR.

Boerenwijsheid 11.

GROEIT ALLEEN MAAR ONKRUID OP HET LAND,
GEBRUIKT DE BOER NIET ZIJN VERSTAND.

Boerenwijsheid 12.

PAKKEN ALLE KIPPEN SNEL DE BIEZEN,
HEEFT DE ARME HAAN NIETS MEER TE KIEZEN.

Boerenwijsheid 13.

VIJF KOEIEN EN 2 VATEN BIER,
GEVEN STIER EN BOER PLEZIER.

Boerenwijsheid 14.

GAAT DE BOER IN DE POLITIEK,
WORDEN ALLE KOEIEN GEK EN ZIEK.

Boerenwijsheid 15.

AL IS HET KOREN OOK NOG ZO HOOG,
ALS HET NIET REGENT, BLIJFT HET DROOG.

Boerenwijsheid 16.

AL HEEFT DE BOERIN NOG ZOVEEL VRAGEN,
HET JAAR HEEFT NIET MEER DAN 366 DAGEN.

Boerenwijsheid 17.

BIJ HET ZOEKEN NAAR DE VROUWEN,
LOOPT HET BIJ DE BOEREN UIT DE KLAUWEN.

Boerenwijsheid 18.

KOMT DE PAASHAAS NIET OP TIJD,
WORDT HIJ ZIJN EIEREN NIET KWIJT.

Boerenwijsheid 19.

FIT NA HET VERBLIJF IN STAL EN SCHUUR,
RENNEN DE KOEIEN IETS WILDERS IN DE NATUUR.

Boerenwijsheid 20.

WIE ZIJN KOE OP ZOLDER ZET,
MOET TELKENS DE TRAP OP OM ZE TE MELKEN.

Boerenwijsheid 21.

HIJ DIE GOED RUST EN DOET GEEN WERK,
WORDT NOOIT MOE EN BLIJFT DUS STERK.

Boerenwijsheid 22.

WIE OP ZIJN STOEL BLIJFT ZITTEN,
ZAL NOOIT OP DE GROND VALLEN.

Boerenwijsheid 23.

EEN MINISTER ZONDER KOE,
KAN ALTIJD NOG DE BURGERS MELKEN.

Boerenwijsheid 24.

EEN ECHTE STIER DEKT ZONDER SCHROOM,
IEDERE KOE OOK MET CONDOOM.

Boerenwijsheid 25.

WORDT DE BOERIN IN HUIS ECHT TE DUUR
LAAT HAAR DAN VERHUIZEN NAAR DE SCHUUR. )

Boerenwijsheid 26.

WIE GEEN KOE KAN MELKEN, MOET ZIJN HANDEN THUIS HOUDEN.

Boerenwijsheid 27.

VAN DE BOER KRIJGT IEDER ZAADJE,
OP HET LAND, ZIJN EIGEN GAATJE.

Boerenwijsheid 28.

ALS HET BUITEN REGENT,
ZIT JE BINNEN MEESTAL DROOG.

Boerenwijsheid 29.

VEEL KIPPEN BETEKENT NIET ALTIJD VEEL EIEREN.

Boerenwijsheid 30.

HEEFT MEN HEEL VEEL LAND,
DAN HEEFT MEN OOK VEEL ZAND.

Boerenwijsheid 31.

WORDT DE GROND NIET GOED BEMEST,
GROEIT HET ZAADJE NIET TE BEST.

Boerenwijsheid 32.

VERGEET NIET OM VOOR DE WATERKANT TE REMMEN,
ANDERS HEB JE PECH EN KUN JE ZWEMMEN.

Boerenwijsheid 33.

EEN MOOIE KOE ZONDER STIER,
HEEFT OOK MAAR WEINIG PLEZIER.

Boerenwijsheid 34.

NA REGEN KOMT…….REGENT (VOLGENS HET WOORDENBOEK)

Boerenwijsheid 35.

WIE ZIJN KRUIS KRABT MET EEN RIEK,
EINDIGT MEESTAL IN DE KLINIEK.

Boerenwijsheid 36.

EEN ARME BOER HEEFT WEINIG VRIENDEN.

Boerenwijsheid 37.

KOMT DE BOER IN DE RECESSIE,
HELPT GEEN BIDDEN OF PROCESSIE.

Boerenwijsheid 38.

DOET DE BOER ZIJN BEHOEFTE IN DE STRUIKEN,
ZUL JE HET BINNENSHUIS NIET RUIKEN.

Boerenwijsheid 39.

STAAT DE BOER STIEKUM NAAR ZIJN KOEIEN TE LONKEN,
DAN IS HIJ WAARSCHIJNLIJK WEER BESCHONKEN.

Gerelateerde Berichten